Spring naar inhoud

Gij zijt er altijd God, met uw liefde en uw goedheid. Laat me daaraan denken,
als ik me eenzaam en verlaten voel, als anderen me niet waarderen, als ze geen
geduld met mij hebben, als ze niets vertellen van wat hun interesseert, als
niemand naar me wil luisteren wanneer ik iets te zeggen heb.
Gij zijt mijn God: tot u kan ik me altijd wenden. Gij zijt altijd bij me, elke dag
van mijn leven. Gij maakt het leven draaglijk voor me, gij maakt mij blij.
Ik moet me er als ik iets zeg, denk, doe, steeds van bewust zijn dat gij er altijd
zijt, gij altijd van mij houdt.
Ook om mij heen zijn mensen die innerlijk verkommeren omdat ze niemand
hebben met wie ze kunnen praten of die hen begrijpt. Vaak verliezen ze hun
weerstand , worden ze hulpeloos, hopeloos…..
Maar één goed mens in hun buurt kan al voldoende zijn – een brug, een weg zijn
die hen uit een schijnbaar uitzichtloze situatie terugvoert naar een zinvol
bestaan. ‘Ben ik mijns broeders hoeder’.
God, ge bent geen vreemde voor mij; ge bent me heel het leven lang nabij
geweest. Laat me ook verder op uw genade vertrouwen, maak me ontvankelijk –
open voor uw liefde. Ik ben immers helemaal op u aangewezen; iets anders heb
ik niet te verwachten. Blijf dus altijd dicht bij me.

De Kerk is niet in de wereld om te veroordelen, maar om de ontmoeting mogelijk te maken met de intense liefde die Gods barmhartigheid is. Om dat mogelijk te maken moeten we naar buiten, zeg ik heel vaak. De kerk en de parochie uit, naar buiten om de mensen te gaan zoeken op de plek waar ze wonen, waar ze lijden, waar ze hopen. Het veldhospitaal, het beeld waarmee ik die ‘uitgaande kerk’ altijd graag vergelijk, heeft als kenmerk dat het daar verrijst waar de strijd wordt geleverd: het is niet het solide, volledig uitgeruste bouwwerk waar mensen naar toe gaan om zich te laten behandelen voor hun kleine en grote kwalen. Het is een mobiel gebouw, voor de spoedeisende hulp, de noodgevallen, om te voorkomen dat de strijders sterven. Daar worden spoedbehandelingen geboden, mensen komen er niet voor een controle bij de specialist. Ik hoop dat de kerk de moederlijke gevoelens van barmhartigheid meer en meer herontdekt en tegemoetkomt aan de vele ‘gewonden’, die behoefte hebben aan een luisterend oor, begrip, vergeving en liefde.
Paus Franciscus in: ‘De naam van God is genade (Amsterdam 2016), 83-84’

Pinksteren is openstaan voor een kracht
die je boven jezelf uittilt.
Is warm lopen voor iets wat hoop geeft en uitzicht biedt.
Is geloven dat heel gewone mensen
iets buitengewoons tot stand kunnen brengen
als ze zich laten inspireren door woorden van liefde en kracht.

Pinksteren is diep ademhalen en alles wat in je zit
openzetten voor een droom die lucht geeft.
Is je vleugels uitslaan en je mee laten nemend
door die windvlaag van Boven
die als een frisse bries over de aarde waait.
Is de kracht van God in elkaar herkennen
en in zijn Geest met elkaar verder gaan.

Greet Brokerhof – van der Waa

Het is goed, Levende God,
U met hart en ziel
toe te zingen en te zegenen.

Want de dood ging voorbij
aan de deur van uw volk.
Zo was het in deze nacht,
toen U Israël uit Egypte bevrijdde
en hen op het droge door de zee geleidde:
de nacht waarin U als een vuurkolom
het donker hebt verdreven.

Dit is de nacht,
die heel de aarde rond
gevierd wordt als de nacht van bevrijding
uit het duister van de kwade machten.

Dit is de nacht,
waarin als eerste de Mensenzoon,
de banden van de dood heeft losgemaakt
en machteloosheid is doorbroken.

Het leven had geen zin,
als wij niet konden hopen
op een omgekeerde wereld,
als niet het licht van uw aanschijn
over ons was opgegaan.
Daarom zegenen en danken wij U
Lichtende!

Laat dan het licht,
dat Gij in ons midden hebt ontstoken –
laat deze kaars,
teken waaraan wij ons koesteren,
niet verkwijnen in ons midden,
wijs ons de weg in het licht van Pasen

Maak zo ook ons tot licht
temidden van zoveel duister in deze wereldtijd.
Door Hem Messias Jezus,
die is opgegaan als de Morgenster.

Nog voor zij aan tafel gaan met het joodse Paasfeest op handen, wast Jezus de voeten van zijn leerlingen. Toch wel ongehoord, een meester die zich zo dienstbaar opstelt. En Jezus geeft zijn leerlingen te verstaan dat ook zij elkaars voeten dienen te wassen. Zouden wij in onze tijd dit gebaar nog wel begrijpen. Niemand die zich mag verheffen boven de ander en tot het uiterste gaan in zorg en liefde voor elkaar? Staat onze samenleving niet haaks op deze waarden? Toch is het dit wat Jezus zijn volgelingen op het hart drukt: ‘bewaart onder elkaar de liefde, dan blijf je met mij verbonden en kan iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn’.
Het onderlinge liefdesgebod over wereldse en maatschappelijke grenzen heen en waarbij geen mens wordt uitgesloten, staat niet op zichzelf. Het ligt vervat in de Bijbelse boodschap, waarin de Heer zich om de mens bekommert en het is de kern van het evangelie. God vraagt ons mensen om deze liefde. En Jezus nu, zal tot zijn laatste ademtocht doen wat de Vader van Hem vraagt. In een liefdesband met Hem verenigd. Omwille van deze liefde verduurt Jezus het kwaad dat Hem wordt aangedaan. Hij slaat niet terug als hij hard wordt bejegend, valselijk beschuldigd en verraderlijk belaagd. Gevangengenomen, gemarteld en gekruisigd is Hij als een schuldloos lam dat op de dag vóór Pasen volgens de Wet van Mozes wordt geofferd. Niet een lam van een enkele joodse familie, maar Hij is het enige lam van de hele wereldfamilie, daar op het kruis van Golgotha. In zijn lijden en dood maakt Jezus duidelijk hoe een weerloos mens het opneemt tegen het gruwelijke en afzichtelijke geweld van deze wereld. Hij is er alleen, verlaten door allen. De diepe afgrond van kwaad en dood gapen Hem aan. Zelfs de Vader schijnt Hem op het ultieme moment in de steek te laten…..

Als Hij sterft lijkt het zinloze Kwaad weer te hebben gewonnen van een allesomvattende, onvoorwaardelijke en onbaatzuchtige Liefde. Ja, dat is toch de harde wet van deze wereld! Valt er een andere les te leren? Leg je er maar bij neer! Het is niet anders! Zijn leerlingen zijn uit het veld geslagen en weten niet wat te doen. Ze hadden hun hoop zo gevestigd op deze Jezus van Nazareth, geliefd bij God en de mensen. Hij zou de mensen redden. Hij werd alom gezien als Messias, een man die zijn medemens kon bevrijden uit zelfs de diepste nood. En nu is Hijzelf door kwaad en dood geveld. Waar moeten de leerlingen heen?
Toch is er die derde dag, waarop vrouwen met welriekende kruiden naar zijn graf gaan. Ze vinden zijn lichaam niet, wel twee mannen in stralende witte gewaden, die hen zeggen de Levende niet onder de doden te zoeken en dat Hij verrezen is. Verwarring maakt zich van hen meester. En daarop snellen Petrus en de andere leerling naar zijn graf en zien met eigen ogen, zoals de vrouwen zagen…… Aan velen verschijnt Hij en de leerlingen gaan zien, geloven en begrijpen, dat Hij uit de doden is opgestaan.
Waarlijk de Heer is opgestaan. Het duister van het kwaad en de donkerte van de dood zijn door Hem overwonnen. Zijn Licht verspreidt zich over mens en aarde. Het zal nooit meer worden gedoofd. De leerlingen weten zich bevrijd en verlicht. PASEN. Ze hebben de Heer gezien en ze krijgen van Hem de opdracht om Zijn Blijde boodschap uit te dragen, een boodschap van liefde, gerechtigheid en vrede.

Mede namens de pastores A. Koot, M. Schneeberger en H. de Vilder sJ en onze locatieraad wens ik u goede vieringen in de Goede Week en natuurlijk ook van harte een Zalig Pasen. Ph. Kint, pastor

De laatste week voor Pasen noemen we de Goede Week. Palmzondag opent deze bijzondere week, waarin wij het hart van ons geloof belijden en vieren in velerlei kleur. Toen ik 1978 pastoor werd van de parochie van de Goede Herder als opvolger van Pastoor Drost sprak de voorzitter van het parochiebestuur bij één van de eerste vergaderingen een paar gedenkwaardige woorden. En omdat deze woorden gedenkwaardig waren wil ik die woorden dan ook hier herhalen.

Hij sprak ongeveer in deze zin en betekenis: ”Onze kerk bestaat nu 10 jaar. Het is een voorrecht om in deze gemeenschap de liturgie te vieren, omdat je voelt dat we in de afgelopen jaren echt een gemeenschap zijn geworden. We zijn op weg naar Pasen en staan aan het begin van de Goede Week. (het was de bestuursvergadering
van Maart) Laten we de parochianen stimuleren om juist de vieringen van Palmzondag, Witte Donderdag, Goede vrijdag en Pasen als één grote opgang met elkaar te vieren“ (einde citaat) We zijn nu 40 jaar verder. De gemeenschap is kleiner geworden en misschien ook kwetsbaarder. Maar die gemeenschap is er nog sprekend en handelend, toch ook weer gedragen door ons allen. We staan weer voor de Goede Week en ik zou de woorden van deze voorzitter dubbel willen onderstrepen.
De vieringen van de Goede Week hebben elk een eigen karakter en worden naar best vermogen verzorgd door vele parochianen in woord en zang en organisatie en door de bezoekers. De Goede Vrijdag wil ik apart vermelden.
Een dag van solidariteit met het lijden. De kruisoverweging in de middag om 15.00 uur is geliefd. In de stilte van de avond om 19.30 uur lezen we in alle rust het lijdensverhaal. Dit jaar omlijst met de aloude gregoriaans gezangen uit de klaagliederen van Jeremia en de responsories vamen de Metten van de Goede Week. In onze agenda zou toch deze week gemarkeerd moeten zijn met ster, een sterretje van prioriteit.

A.Koot em. pastoor

Vasten,
een jaarlijks cadeau,
veertig dagen wellness.
Herstel van harmonie
met zichzelf, met anderen,
met de natuur, met God.
Een stiltegebied afbakenen,
een lege cirkel vol ruimte
en tijd, tijd, tijd.
Ballast overboord gooien.
Gaan van ‘te veel’ naar ‘genoeg’,
en merken dat daar het feest begint.
Mensen ontmoeten,
uit Noord en Zuid.
En vieren, in de Paasnacht
dat dit altijd opnieuw gebeurt:
opstanding tot leven.
En daar de belofte herhalen:
tweeduizend jaar oud.

Gij, Heer, Gij zijt geen rechter die veroordeelt,
maar een Heiland die redt.
Gij brengt geen mens op een dwaalspoor,
maar iedere dolende leidt Gij terug naar huis.
Gij doodt niet, maar schenkt het leven.
Gij jaagt niemand weg,
maar wie buitengesloten werd, haalt Gij terug.
Gij belaagt niemand, maar bevrijdt.
Gij duwt niemand met het hoofd onder water,
maar de drenkeling reikt Gij de reddende hand.
Gij vervloekt niet, maar zegent.
Gij neemt geen wraak, maar vergeeft.
Gij maakt niemand ongelukkig,
maar vertroost iedereen.
Niemand wordt door U afgeschreven,
maar ieders naam schrijft Gij in de palm van uw hand.

Gregorius van Narek (951-1030)

Lezingen: Js. 25, 6-10a; Fil. 4,12-14.19-20; Mt. 22, 1-14

Zusters en broeders in Christus,

Voor niets gaat de zon op. Soms kan een verhaal gouden bergen beloven, dat het te mooi is om waar te zijn. Zo duikt er nog wel eens een loterij op die prijzengeld garandeert. Zo had je ooit eens een piramidenspel, het heeft in eerste instantie de bedenkers geen windeieren gelegd. Veel mensen  zijn erin gestonken en daarbij geldt toch echt de boerenwijsheid: voor niets gaat de zon op; voor de rest moet je gewoon hard werken.

Het is een beetje een zuinige, Hollandse, calvinistische opmerking die het  genieten van volle wijnen en vette spijzen direct wat matigt. Want Jesaja schotelt ons toch wel een heerlijke tafel vol lekkernijen voor. De bijbel vertelt ons verhalen waarin we volop mogen genieten van alles wat de aarde ons geeft. Het is dan ook een zegen dat Jezus  – niet zoals Mohammed – het drinken van wijn en andere versnaperingen heeft verboden. Hoewel Jezus in het evangelie ook goede wijn laat schenken, er zit aan het einde wel iets stekeligs: ‘Velen zijn geroepen en weinig zijn uitverkoren’. Dus voordat we al te vrolijk worden bij het aanzien van al dat lekkers, misschien goed om stap voor stap de lezingen eens na te lopen.

Jesaja geeft al een inkijkje hoe heerlijk de maaltijd zal zijn. Hij geeft het beeld van de overvloed. Het is bovenal een verhaal van hoop. Jesaja toont ons een beeld van God die wil delen, die mensen uitnodigt om het leven te vieren. Een beeld, waarin God beschermt en op wie je kunt vertrouwen. Bij Jesaja is de volle tafel een beantwoording van het vertrouwen, in feite ligt hier al die boerenwijsheid ‘voor niets gaat de zon op verscholen’. De volle tafel is een soort beloning, een uitzicht en wat mooi is: alle volken, dus iedereen is uitgenodigd.

Die tafel met volle wijnen en vette spijzen is een moment om naar uit te kijken. Er spreekt een belofte in door waarop we mogen en kunnen vertrouwen. Ieder mensenleven heeft vroeg of laat dagen van wanhoop, pijn, verdriet en paniek. Voor die momenten kan het vergezicht van Jesaja een houvast zijn. Net zoals dat prachtige lied Psalm 23: De Heer is mijn Herder, nooit zal het mij aan iets ontbreken. Het is een mooi lied omdat je het kunt zingen tegen beter weten in; of als je het niet meer kunt zingen, dan laat je je zingen. Zo kunnen oude teksten werken in tijden van wanhoop en ons zo een houvast bieden, een richting geven als we zelf geen uitweg zien.

Deze teksten kunnen niet alleen richting geven aan onszelf, maar ook aan ons als gemeenschap. Paulus schrijft dat in zijn brief aan de Filippenzen. Hij kent overvloed en gebrek, hij kende net zoals wij goede en slechte dagen. En juist als het minder goed gaat, dan kunnen we er voor elkaar zijn. Als één van ons om wat reden ook de weg kwijt is, dan kun je er voor elkaar zijn, met elkaar meewandelen.

Paulus is de gemeente in Filippi dankbaar dat ze hem geholpen hebben op het moment dat het moeilijk was. En hij belooft hun dat God hen zal belonen met goddelijke rijkdom. Paulus kan dat zeggen, maar zou dat onze drijfveer moeten zijn om elkaar te helpen. Een beloning. Voor wat, hoort wat? Is dat niet te berekenend. Zo zal Paulus het ook niet bedoeld hebben. In de brief van Paulus klinkt door dat de christenen van  Filippi hun hulp vanzelfsprekend vonden. Het was de gewoonste zaak van de wereld. Net zoals God – volgens Jesaja – iedereen uitnodigt aan die tafel van overvloed, zo deelden de Filippenzen met Paulus toen hij het nodig had.

Tot zover lijkt de Bijbel ons vandaag in een goede stemming te brengen. Het is mooi weer, misschien ruikt u de koffie al, maar voordat we dit huis verlaten heeft Jezus ons ook nog iets te zeggen: “Velen zijn geroepen en slechts weinigen uitverkoren!” Het lijkt wel een soort vermaning. Mocht u bij  het aanzien van de volle wijn en vette spijzen al een beetje soezig en rozig zijn geworden. Wees gewaarschuwd!

Dat zinnetje “velen zijn geroepen en slechts weinigen uitverkoren” heeft in de theologiegeschiedenis tal van interpretaties gekend. En we mogen hier vandaag die van ons er naast leggen. Ik doe alvast een voorschot. Maar eerst even Calvijn. In het calvinisme geldt dat slechts enkelen tot bekering komen en alleen door de genade van God gered kunnen worden. In meer orthodoxe stromingen heerst zelfs de gedachte dat voor je geboorte al vast staat of je naar de hemel gaat, of naar de hel. Wat deze theologie in ieder geval wil veiligstellen is dat Gods vrijheid gerespecteerd wordt. Er kan met God niet onderhandeld worden door een kaarsje op te steken. Daar valt wat voor te zeggen. Tenslotte bidden we als katholieken zoals Jezus ons heeft geleerd: “Uw Wil geschiede op aarde zoals in de hemel”. Ook Jezus – in de laatste uren van zijn leven – smeekte God of de beker niet aan Hem voorbij mocht gaan. En uiteindelijk geeft Hij zich in  vertrouwen over. En dat lijkt het kernwoord van wat geloven is. Geloven komt van het Griekse pistis en betekent ‘vertrouwen’.

De katholieke theologie lijkt milder te zijn dan die van  Calvijn. Bij geboorte staat niet vast wat je bestemming is: hemel of hel. Dat geeft letterlijk en figuurlijk al meer speelruimte! Hetgeen zich ook laat zien in de katholieke wijze van leven. Wat wordt er dan in die speelruimte van ons verwacht? Een speelruimte waar velen geroepen zijn en weinig uitverkoren?, ik blijf Jezus toch maar herhalen.

Misschien goed om naar dat woordje ‘uitverkoren’ te kijken. Dat kun je op twee, of meer manieren interpreteren. Ofwel je bent het neusje van de zalm, verheven boven de rest. Ofwel je bent uitverkoren om het goede voorbeeld te geven en daarmee een verantwoordelijkheid te dragen.

Jezus vertelt van een koning die een bruiloftsmaal wil houden. De mensen die je zou verwachten, vrienden en genodigden, blijken er geen waarde aan te hechten en gaan gewoon door met hun eigen leven. Ze nemen de moeite niet eens, sterker nog, als er wordt aangedrongen om toch te komen, verscheuren ze de uitnodiging. Het vertelt iets over de hardheid van het leven. Je dacht vrienden te hebben, maar daar blijk je je in te vergissen. Dat vraagt van de koning – die toch het leven wil vieren – om het over een andere boeg te gooien. Hij laat zijn dienaars willekeurig mensen op straat uitnodigen met hem mee te vieren. En de hele zaal zit vol met mensen die het leven willen vieren. Maar er zit er één tussen die niet juist gekleed is. Tegen hem wordt gezegd: “Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed?” De aanhef ‘vriend’ geeft nog hoop, maar ook deze vriend geeft geen antwoord, net zoals de allereerste vrienden die de uitnodiging verscheurden.

 

Er wordt er maar één weggestuurd, deze zogenaamde vriend, waarom zegt Jezus dan: velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren’. Dat klopt dan toch niet? Hoe zit dat nou? Het hielp mij om niet zozeer te denken in mensen, maar in momenten. Dan wordt het: “op veel momenten zijn we geroepen, maar op weinig momenten uitverkoren.”

Toen Ronald ter voorbereiding op deze viering aan mijn vroeg: “Wat is het thema?”, antwoordde ik: “Met aandacht het leven vieren”.

In hoeverre lukt het ons met aandacht het leven te vieren, hetgeen in gelovige zin betekent ‘volledig te vertrouwen op God en ons leven daarnaar te richten’. We hebben de heiligen die daar een voorbeeld in kunnen zijn, maar ook zij hadden momenten van wanhoop, wantrouwen. Zelfs Jezus. We weten ons allemaal geroepen te vertrouwen op God, maar om daar volledig in te leven, dat vraagt om dagelijkse oefening en aandacht. Soms lukt dat, maar vaak ook niet. En juist op die momenten dat het lukt, dat je met volle aandacht het leven viert, dan kun je vervult raken van geluk. Dat kan inderdaad de eerste slok van een volle wijn zijn. Dat kan  een onverwachte glimlach in de tram zijn, dat kunnen de eerste tonen van een aria in Bachs Matteus Passion zijn, dat kan de tedere aanraking van je geliefde zijn, of het bezoekje van een medeparochiaan in het leven dat bij tijd en wijle eenzaam voelt.

Dat zijn momenten dat je het leven met aandacht viert, dat zijn uitverkoren momenten in je leven dat je even de hemel kunt proeven. Daartoe ben je uitgenodigd, daarin kunnen we een voorbeeld naar elkaar zijn. We worden uitgenodigd die hemelse momenten door te laten sijpelen in alle momenten van ons leven. En dat is hard werken, want voor niets gaat de zon op. Het is niet U vraagt, wij draaien. Met aandacht het leven vieren betekent werken aan ons geloof, een groeien in vertrouwen, maar nooit alleen – laten we elkaar blijven herinneren aan de volle wijnen en vette spijzen, opdat we kunnen proeven van de hemel – hier op aarde.

Amen.