Als je er bent, dan ben je er nog niet!

Een opmaat voor het bestuur van de RK Parochie Amstelland
21 september 2014

Als je er bent, dan ben je er nog niet! Wellicht vindt u dat een even cryptische zin zoals de beroemde zin van Martinus Nijhof: Lees maar en staat niet wat er staat. Toch hebben die cryptische zinnen wis en waarachtig zin. Zin als zinvolle betekenis. De werkelijkheid die we zien is altijd een gelaagde werkelijkheid: er zit diepte in. Ofschoon we één zijn, hebben de vijf afzonderlijke geloofsgemeenschappen hun eigen plek in het geheel van de ene parochie nog niet kunnen vinden. We staan er niet allen op gelijke wijze in. Er is sprake van instemming, toestemming, afstemming.

In de Bijbel lezen we hoe Jozua, de opvolger van Mozes, de twaalf stammetjes van Israel het beloofde land binnen voert. Na een tocht van veertig jaar eindelijk het beloofde land bereikt! Ze zijn er en ze zijn er tegelijk nog lang niet. Want:

a)    Het veelbelovende land van melk, graan en honing is nog lang niet verkend.
b)    De twaalf stammetjes die samen de overtocht gemaakt hebben zijn nog geen eenheid.
c)    Er is nog veel weerstand te overwinnen in het nieuwe land.

De groei naar eenwording en in bezit name van het gehele land is een langzaam proces waarin veel weerstanden moeten worden overwonnen.

Een kernverhaal in het Bijbelboek Jozua is het verhaal van de versterkte stad Jericho. Wie de stad Jericho in handen had, had toegang tot heel het land. Het verhaal gaat dat zeven priesters met zeven ramshoorns zeven dagen om de stad heen liepen en dat op de zevende dag de muren instortten. De weerstanden waren overwonnen.

Wij hebben geen zeven priesters. En ook geen zeven ramshoorns. Wij hebben wel zeven weerstanden die we moeten overwinnen. Wij zijn bij bisschoppelijk decreet één parochie. De bisschop kan ons nog meer vertellen! Die eenwording moeten wij zelf doen. Wij zijn er, maar zijn er ook nog niet. De weerstanden die ik waarneem:

 

  1. De grote naamloze parochie tegenover de eigen fijne geloofsgemeenschap waarin mensen elkaar zo goed kennen. Het woord ‘tegenover‘ is een blokkade die overwonnen moet worden.
    De geloofsgemeenschappen staan niet in concurrentieverhouding tot elkaar maar zijn bereid elkaar op te bouwen. Dat vraagt erom dat mensen elkaar leren kennen.
  2. Ook al kennen mensen elkaar niet, toch hebben we beelden van elkaar. In de beeldvorming denken we precies te weten hoe de ander is. Als je een kijkje gaat nemen in een andere geloofsgemeenschap dan zie je vaak dat het anders is dan je dacht.
  3.  Fnuikend voor het elkaar leren verstaan is dat we veel te vaak OVER elkaar praten en niet MET elkaar praten. De tong, zegt de apostel Jacobus is als een vlam die een bosbrand veroorzaakt. Met elkaar praten in plaats van over elkaar praten kan ons helpen te groeien in eensgezindheid.
  4.  Iedere gemeenschap heeft zijn eigen gewoonten, cultuur, feesten en tradities. Moeten we dat opgeven? Hier spreekt de angst voor verlies van eigenheid mee. Angst is een slechte raadgever.
    Kijk en vergelijk eens met andere gemeenschappen. Misschien kun je van een ander leren.
  5.  Ook al heeft iedere gemeenschap het recht om gewoonte en tradities te handhaven, soms is aanpassing wenselijk. Vasthoudendheid aan de eigen traditie kan dan een forse blokkade zijn waar op den duur iedereen onder lijdt.
  6. Een andere blokkade is de onbekendheid met het goede van de ander. We zijn binnen de gemeenschap zó met onszelf bezig dat we de sterke kanten van een andere gemeenschap niet kennen.
  7.  De laatste en moeilijkst te overwinnen blokkade is de onverschilligheid. Natuurlijk zijn niet alle ontwikkelingen mooi: vergrijzing van ledenbestand, inkrimping van het vrijwilligerskader, financiële problemen. Het is beter ze onder ogen te zien en ermee te handelen dan ze te ontkennen en onnadenkend voort te gaan.

Wij zitten hier niet als onverschillige mensen. U hebt juist toegewijd en krachtdadig aan de toekomst gewerkt door de eenwording voor te bereiden en mogelijk te maken.
Velen van u zullen ook bij de uitvoering betrokken blijven.
Onder ons zijn er altijd mensen die in de crisissen kansen zien. Met die mensen valt er toekomst op te bouwen. De twaalf stammetjes hebben na de overwinning op Jericho het land verkend en zijn samen gegroeid tot één volk. Ze hebben zeven weerstanden overwonnen en zeven opbouw kansen gevonden. Als wij elkaar opbouwen groeien wij naar elkaar toe: één levendig geheel waarin parochianen van vijf geloofsgemeenschappen vrijelijk met elkaar omgaan en elkaar graag ontmoeten.

Als we zeven weerstanden willen overwinnen dan kunnen we van zeven kansen gebruik maken.

  1. Een eerste kans naar elkaar toe te groeien ligt in een consequent taalgebruik. Alle gelovigen in Amstelland zijn parochiaan van de RK Parochie Amstelland en behoren tot één geloofsgemeenschap met één naam.
  2. Iedere parochiaan is welkom in de vijf kerken van onze parochie. Veel parochianen komen zelden of nooit in een andere kerk. Kunnen we een model bedenken dat geloofsgemeenschappen bij elkaar te gast zijn?
    Wie bedenkt er wat rond het thema: gastvrijheid in onze vijf kerken? Een uitdaging!
  3. Locatieraden worden de drijvende krachten van de locale gemeenschappen. Kennen de mensen van de vijf locatieraden elkaar? Een kennismakingsbijeenkomst en een uitwisseling van ervaringen kan nuttig zijn. Kan er een parochiebreed gesprek ontstaan?
  4. De parochianen zijn het best gediend met goede en gelijktijdige communicatie. Er zijn sites van de locaties; er is een gezamenlijke site. Er zijn parochiebladen en er zijn veertiendaagse berichten. De pastores stellen voor om te gaan werken aan drie gezamenlijke nummers: Kerstmis, Pasen. Startzondag.
    We hebben iemand nodig die zorgvuldig met communicatie kan omgaan. Met de mensen die nu aan het werk zijn, met de inhoud die gebracht gaat worden, met de technische mogelijkheden die er zijn. Communicatie is een must.
  5. Een eerlijk onderzoek met als vraag: wat kan de ene gemeenschap wat wij niet of nauwelijks meer kunnen? Kortom: kunnen we gebruik maken van elkaars krachten. Namens de pastores zal pastor diaken Eugène Brussee alle activiteiten met en voor kinderen onder zijn pastorale hoede nemen. Niet alleen de kinderen, maar vooral de vrijwilligers en de ouders.
  6. Parochies en geloofsgemeenschappen hebben de neiging te veel naar binnen te kijken. We zijn vaak bezorgd om de gelovigen die we ontmoeten in de kerk en in het kerkenwerk. Moeten we niet ook bezorgd zijn om de mensen die aan de rand van kerk leven of de kerk verlaten hebben? Eugène Brussee heeft ervaring opgedaan in de binnenstad van Amsterdam. Wat hij geleerd heeft kan hij wellicht in Amstelland in praktijk brengen.
  7.  We moeten de fusie van vijf gemeenschappen niet mooier maken dan het is. We zijn één parochie en we zijn het ook nog niet. De pastoor is de eigen herder van de hem toevertrouwde parochie.
    Mijn taak is het om de gemeenschappen te helpen zich in te voegen in de ene gemeenschap. Dat moet gebeuren met vaste hand en met zachtmoedigheid. Als je de schapen bij de kudde wilt houden moet je er voorzichtig mee omgaan. Ik beloof u mijn best te doen en ik verzeker u nu al dat u mij vaak lastig zult vinden. Geloof met: ik doe het uit liefde.

Voor de pastores gaat het normale werk gewoon door: liturgie voorbereiden en vieren, aandacht voor mensen in bijzondere omstandigheden, uitvaarten en catechese geven.

Ambro Bakker heeft een loodzware taak als deken. In die hoedanigheid is hij administrator van 15 parochies.

Paul Koopman geeft onderwijs op de Tiltenberg. Hij is bereid vaker dan voorheen voor te gaan in Woord – en Communievieringen.
Eugène Brussee is ervaringsdeskundige in gezinnen met kinderen. Jongeren en kinderen, gezinnen en randkerkelijken zijn zijn parochiebrede aandachtsvelden.
Tom Buitendijk probeert overzicht te houden over het geheel en iedereen aan het werk te zetten.
Gelukkig voor de geloofsgemeenschappen zijn de emeriti – priesters bereid taken te vervullen. Daar zijn wij ook als pastores dankbaar voor.

Toegegeven, voor ons als pastores wordt het er niet makkelijker op. Het is de vreugde van het evangelie dat ons gaande houdt. Vanuit die vreugde om de Verrezen Christus willen wij inspirerend aanwezig zijn voor iedereen. In geloof weten wij dat de Geest Gods ons allen geschonken is. U allen als gedoopte en gevormde christenen hebben het vermogen ontvangen om onze gemeenschap in liefde en vriendschap op te bouwen. Waar liefde is en vriendschap, daar is God.

Is dat een uitgewerkt Pastoraal Plan? Het is geen Masterplan. Het is niet meer dan een schets van wat wij nu aan kunnen. Voor een uitgewerkt plan zullen we verantwoordelijke en toegeruste parochianen nodig hebben. In toenemende mate zullen pastores een beroep moeten doen op uw deskundigheid. Over een masterplan zullen we onder leiding van het parochiebestuur eens in gesprek moeten gaan. Dit is begin van onze tocht van vijf naar één.

21 september 2014
Tom Buitendijk