Kerstboodschap pastoor-deken Ambro Bakker s.m.a.

Pastoor-deken Ambro Bakker s.m.a. heeft dit jaar met Kerst de os en de ezel bij de kribbe met het kindje Jezus op zijn bureau staan. Waarom maken deze twee dieren de kerststal zo bijzonder? Welke boodschap zit hierin verborgen? Hoe zijn de os en de ezel in de Kerststal komen? Deken Ambro Bakker neemt u mee in de diepere lagen van het ontstaan van de kerststal en de betekenis die dit heeft voor het kerstverhaal. Dit mag u niet missen… Zalig Kerstmis.

GOUDEN JUBILEUM TITUS BRANDSMAKERK – AMSTELVEEN

zondag 3 november 2019
2 Timotheüs 2:3-13 en
Lucas 6:27-36

Z. Titus BrandsmaOp zondag 3 november 1985 werd de patroon van o.a. onze fraaie Titus Brandsmakerk in de Sint-Pieter in Rome door paus Johannes Paulus II zaligverklaard. Destijds was ik hoofd godsdienst van de KRO-RKK-radio en heb vanuit de Sint-Pieter commentaar gegeven bij deze heel bijzonder viering. De immense Sint-Pieter was vrijwel gevuld, met natuurlijk ook heel veel Nederlanders, met veel mensen die bij hun geboorte de naam Titus kregen.

Ik zat in hetzelfde hotel als Louis Frequin, die toen eindredacteur was van dagblad de Gelderlander. Hij heeft toen een paar boekjes geschreven over zijn eigen moeilijke en behoorlijk zware oorlogsjaren. (‘Ga maar slapen’ en ‘Volgende patiënt’). Door zijn eigen ervaringen in de oorlog was Louis Frequin bijzonder geraakt door de lotgevallen van de Karmeliet Titus Brandsma Daarom heeft hij een van zijn kinderen dan ook de naam Titus gegeven, zijn broer is de bekende Willibrord Frequin. Natuurlijk was ook deze Titus, die momenteel huisarts is in Alkmaar, bij de zaligverklaring zichtbaar aanwezig.

In de Sint-Pieter was het grote priesterkoor weer omgeven met heel veel tulpen uit het Westland (bedankt voor die bloemen), zoals we dat van hen gewend zijn op belangrijke kerkelijke feestdagen, en zeker nu het de zaligverklaring van iemand uit ons eigen land betrof. Mijn commentatorhokje was helemaal bovenin in de rechterpilaar van de Sint-Pieter. Met een lift, gebouwd in de reuzepilaar, ging ik helemaal naar boven, waar je vanuit een van de acht commentaarhokjes een schitterend uitzicht had over wat er beneden rond het altaar gebeurde. En voor me het prachtige, metershoge doek (zie hierboven) met de afbeelding van de zalige Titus Brandsma, priester en martelaar. De zaligverklaring werd uitgesproken door paus Johannes Paulus II, de paus die ik in hetzelfde jaar 1985 eerder mocht ontmoeten bij het ‘pausbezoek’ in mei 1985, waarvan ik ook alle eucharistievieringen van commentaar mocht voorzien. Het waren ook voor mij indrukwekkende vieringen.

De feestdag van de Zalige Titus Brandsma werd door de paus vastgelegd op 27 juli. De liturgie voor deze herdenking heeft zijn eigen lezingen (Exodus 24:3-8 en Matteüs 13:24-30). De boeiende preek, die de paus hield, was natuurlijk in het Italiaans. Vanuit mijn commentator cel heb ik tijdens zijn preek de hele tekst in het Nederlands gelezen. Een preek, de moeite waard, om ook vandaag, op ons jubileumfeest, aan u door te geven. Ik geef u de voornaamste punten, ter kennisname en ter inspiratie. De paus begon als volgt:

We luisteren naar het woord van God op deze zondag, 3 november, na het feest van Allerheiligen en na de dag die gewijd was aan de herdenking van alle overleden gelovigen. De Kerk luistert naar dit woord van God op de dag waarop zij Titus Brandsma tot de eer der altaren verheft, een zoon van Nederland, een kloosterling van de Orde van de Karmel. Nogmaals is een mens rijp voor de eer der altaren die door de kwelling van het concentratiekamp is heengegaan, van het kamp van Dachau. Een mens die ‘kastijding onderging’, volgens de woorden van Wijsheid 3:4 – ‘De zielen van de rechtvaardigden zijn in Gods hand en geen foltering zal hen deren’.)

En juist te midden van deze foltering in het concentratiekamp, dat het schandelijke brandmerk van onze eeuw blijft, heeft God bevonden dat Titus Brandsma hem waardig was. Ook Titus Brandsma is door de foltering heengegaan: in de ogen van de mensen onderging hij kastijding. Ja, God heeft hem op de proef gesteld. De voormalige gedeporteerden van de concentratiekampen weten heel goed wat voor een menselijk Calvarie die plaatsen van foltering is. Plaatsen van grote beproeving voor de mens. Beproeving van de fysieke krachten, meedogenloos voortgedreven tot aan de volledige vernietiging. Beproeving van de morele krachten…

Misschien spreekt daar het Evangelie van deze dag (Joh. 15:1-11 over de wijnstok, waarvan wij de ranken zijn en Hij de stam, onlosmakelijk met elkaar verbonden door de Liefde) nog beter over, dat het gebod van de liefde voor de vijanden in herinnering roept. De concentratiekampen waren georganiseerd volgens het programma van de verachting voor de mens, volgens het programma van de haat. Door welke beproeving van het geweten, van het karakter, van het hart, heeft een volgeling van Christus moeten gaan die zijn woorden over de liefde voor de vijanden gedachtig was! Haat niet met haat beantwoorden, maar met liefde. Dit is wellicht een van de grootste beproevingen van de morele krachten van de mens. Maar Titus Brandsma is als overwinnaar uit deze beproeving gekomen. Waar haat heerste, heeft hij weten lief te hebben; ook zijn bewakers: ‘Ook zij zijn kinderen van de goede God’, zei hij, en misschien blijft er wel iets in hen hangen…

Zo’n heldhaftigheid improviseert men zeker niet. Zij is gerijpt in heel het leven van pater Titus, vanaf de eerste jeugdervaringen in een diep christelijk gezin, in zijn geliefd Friesland. Door het woord en voorbeeld van zijn ouders, door het onderricht in de kerk van het dorp, door de liefdadigheid die in de parochie beoefend werd, leerde hij het voornaamste gebod van Christus kennen en in praktijk brengen, het gebod van de liefde voor allen, ook voor de vijanden. Deze ervaring tekende hem diep en gaf richting aan heel zijn leven. De activiteiten die pater Brandsma in de loop van zijn leven ontplooide, waren verrassend veelvuldig; maar als men zoekt naar de bron van inspiratie en naar de stuwende kracht, dan vindt men deze hierin: in het gebod van de liefde tot in zijn uiterste consequenties.

Pater Brandsma is vooral hoogleraar in de wijsbegeerte en in de geschiedenis van de mystiek geweest aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Aan deze taak besteedde hij het beste deel van zijn menselijke en professionele krachten en hij gaf daarin een wetenschappelijke vorming aan een grote schare studenten. Maar hij beperkte zich niet tot het overdragen van abstracte begrippen, los van de concrete problemen van het bestaan. Pater Titus hield van zijn leerlingen en daarom voelde hij zich verplicht hun de waarden mee te geven die zijn eigen leven inspireerden en ondersteunden. Zo ontstond er een dialoog tussen de leraar en de leerlingen, die niet alleen de grote vragen van alle tijden omvatte maar ook de problemen die opgeworpen werden door de gebeurtenissen van een tijdperk, waarop de nazi-ideologie steeds meer donkere schaduwen wierp.

Titus BrandsmaWat vooral bewondering opwekt in het leven van pater Brandsma, is juist deze steeds duidelijkere ontplooiing van de genade van Christus… Het woord van Christus: ‘Los van Mij kunt gij niets’ (Joh.15:5), was voor hem het leidend beginsel voor zijn dagelijkse keuzes. Hiervoor bad hij vurig. Hij zei: ‘Het gebed is leven, niet een oase in de woestijn van het leven’. Als professor in de geschiedenis van de mystiek spande hij zich in de leer die hij onderwees, ieder ogenblik van zijn leven zelf in praktijk te brengen. ‘Wij moeten geen scheiding maken tussen God en de wereld in ons hart’, zei hij, ‘maar wij moeten naar de wereld kijken met God steeds op de achtergrond’

Uit deze diepe vereniging met God ontsprong in de ziel van pater Brandsma een voortdurende stroom van optimisme, dat hem de sympathie opleverde van allen die het geluk hadden hem te ontmoeten, en dat hem nooit in de steek liet: het vergezelde hem ook in de hel van het nazi-kamp. Tot het einde toe bleef hij voor de andere gevangenen een bron van steun en hoop: hij had voor allen een glimlach, een woord van begrip, een gebaar van goedheid. De ‘verpleegster’ die hem op 26 juli 1942 het dodelijke spuitje gaf, getuigde later dat haar steeds levendig het gelaat voor de geest stond van die priester die ‘medelijden met mij had’.

En vandaag staat het gelaat van pater Titus Brandsma ook ons weer voor de geest en wij zien de stralende glimlach daarop in Gods heerlijkheid. Hij spreekt tot de gelovigen van zijn land, Nederland, en tot alle gelovigen van de wereld, om nogmaals te bevestigen wat de overtuiging van heel zijn leven is geweest: ‘Al wil het nieuwe heidendom de liefde niet meer … zal de liefde ons weer het hart van de heidenen doen winnen … de praktijk van het leven zal haar altijd weer een kracht doen zijn die de harten van de mensen overwint en gevangenhoudt’. Tot zover paus Johannes Paulus II.

Parochianen, wij mogen trots zijn dat onze mooie kerkgebouw de naam gekregen heeft van de Zalige Titus Brandsma. Een eigentijdse heilige, die ook in onze tijd nog vele gelovigen blijft inspireren. En ik mag hopen dat we onze huidige zalige Titus Brandsma gauw zullen kwijtraken. Maar voor een heiligverklaring is er een wonder nodig. En dat is intussen gebeurd. Een Karmeliet uit de USA is van kanker genezen. Deskundigen zijn al tijden bezig met een diepgaand onderzoek. Hopelijk wordt dat proces nu gauw afgerond, zodat we de zalige Titus via de achterdeur laten verdwijnen en de Heilige Titus Brandsma feestelijk kunnen inhalen, ook hier in onze gouden H. Titus Brandsmakerk van Amstelland. En intussen laat ik me blijvend inspireren door het lied, waarvan Titus zelf de tekst schreef in het concentratiekamp:

O Jezus als ik U aanschouw
dan leeft weer dat ik van U hou
en dat ook Uw hart mij bemint.
nog wel als Uw bijzond’re vriend.
Och, alle lijden is mij goed,
omdat ik daardoor u gelijk,
en dit de weg is naar Uw Rijk.

Ik ben gelukkig in mijn leed
omdat ik het geen leed meer weet.
Maar ’t aller uitverkorenst lot
dat mij met U vereent, o God.
O, laat mij hier maar stil alleen
het kil en koud zijn om mij heen
en laat geen mensen bij me toe
’t alleen zijn word ik hier niet moe.

O Jezus als ik U aanschouw,
dan leeft weer dat ik van U hou
en dat ook U mijn hart bemint,
nog wel als uw bijzond’re vriend.
Want Gij, o Jezus, zijt bij mij.
ik was u nimmer zo nabij.
Blijf bij mij, bij mij, Jezus zoet.
Uw bijzijn maakt mij alles goed.

Ambro Bakker s.m.a.
Pastoor-deken RK Amstelland
Locatie: Z. Titus Brandsma

IN VUUR EN VLAM

Vormselviering RK Amstelland
Locatie: Titus Brandsma

Lezingen: Galaten 5:23-25
en Johannes 20:19-23

Vormsel, waag de sprong om te gelovenBeste Lizzy, Jasmijn, Barbara, Calvin, Amy, Carlijn, Amélie, Quinten, Marloes, Joris en Miguel, als leidraad voor jullie vormselviering hebben jullie gekozen voor het thema ‘In Vuur en Vlam’. Natuurlijk weten jullie intussen wat dit spreekwoord betekent. Ik heb toch gisteravond wat gegoogeld. Ik kwam toen zelfs twee betekenissen tegen van dit gezegde. Het afgelopen jaar stonden de Notre Dame in Parijs en onze. Urbanuskerk in Bovenkerk ‘in Vuur en Vlam’. Daar sloeg de verwoesting toe. Dat is de negatieve kant van de uitdrukking ‘in Vuur en Vlam’. Maar gelukkig worden de gebouwen hersteld.

Maar de uitdrukking heeft ook een positieve kant. Dan betekent ‘in Vuur en Vlam’ ‘opgewonden zijn’. Nu dat jullie wat opgewonden zijn, zag ik al toen jullie vanmorgen de kerk binnenkwamen. Maar ook als je een aardig meisje of jongen tegenkomt, kan je plotseling in Vuur en Vlam staan. Maar zelfs die momenten duren in onze tijd blijkbaar nooit erg lang, want we hebben het tegenwoordig allemaal zo druk. De hele dag zijn we bezig (met onze telefoons binnen handbereik). Iedereen heeft het tegenwoordig razend druk. Hebben we eigenlijk wel voordoende tijd voor elkaar, en de hamvraag: trekken we ook voldoende tijd uit voor God?

Een Afrikaan zei eens tegen me: ‘In het Westen hebben alle mensen een horloge, maar wij hebben geen horloges, maar wel de tijd!’ Wat een mooie uitspraak! Hebben wij nog tijd voor elkaar, maken wij nog tijd vrij voor God? Het is tegenwoordig een ramp om data te vinden voor de eerste communievoorbereidingen en voor de voorbereiding op het vormsel. De een moet paardrijden of hockeyen of balletten, of zit op een visclub. Zelfs de agenda’s van kleine kinderen zitten tegenwoordig overvol! Hebben we meer tijd voor onze dingetjes dan voor mensen? Durven we nog met elkaars op te trekken in dit leven, zoals God met ons meetrekt op alle momenten van ons leven, in goede en kwade dagen, in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid? Hebben we nog wel tijd voor God en voor elkaar? Kiezen we voor elkaar, en kiezen we ook voor God? Ik ken daar ´n mooi verhaal over, dat ons veel kan leren.

In een kippenhok groeide ergens, te midden van de kippen, een jonge adelaar op. Waarschijnlijk was hij daar terechtgekomen, omdat een jongetje kattenkwaad had uitgehaald en een adelaarsei in het kippenhok had neergelegd! Op een dag kwam een vogelkenner bij de kippenboer op bezoek. Hij zag het adelaarsjong en zei tegen de kippenboer: ‘dat beest is helemaal geen kip, het is een adelaar’. ‘Ja’, zei de boer, ‘dat zie ik ook wel, ‘maar voor mij is het een kip, want ik heb hem als kip grootgebracht en hij heeft alleen maar kippenvoer gekregen’

Moet je eens opletten’, zei de vogelkenner, ‘dan zul je zien dat het een échte adelaar is en geen kip’. En hij nam het beestje in zijn handen en riep: ‘vlieg nou maar!’ Maar het beestje keek naar de grond, zag het lekkere kippenvoer, sprong uit zijn handen naar beneden en begon net als de kippen naar het voer te pikken. Een paar weken later probeerde de vogelkenner het nog eens, maar opnieuw sprong de jonge adelaar uit zijn handen om van het kippenvoer te genieten. Ten einde raad nam de vogelkenner het beestje mee naar de bergen. En daar gebeurde het wonder. Staande boven de afgrond riep de vogelkenner: ‘sla je vleugels nu maar uit’. En in plaats van naar de grond, keek het beestje nu naar de hemel. En het leek wel alsof er een siddering door hem heenging. Hij keek met beide ogen naar de zon, sloeg zijn vleugels uit en vloog de zon tegemoet, zonder ooit nog naar het kippenhok terug te keren!

Vormelingen, ouders, broertjes en zusjes, parochianen, waarom vertel ik dit verhaal? Om aan te geven dat dit verhaal eigenlijk over onszelf gaat. ‘Want dieren zijn precies als mensen!’ De geschiedenis van de adelaar is onze eigen geschiedenis. Als kippen zijn we tevreden met ons dagelijks kippenvoer! En als er wat te halen valt zijn we er als de kippen bij! En als er niets te halen valt, dan is er geen kip te zien! Allemaal proberen wij op deze wereld ons graantje mee te pikken. Maar een mens niet leeft van kippenvoer alleen, al kun je zelf soms je ei niet kwijt of leef je verder als een kip zonder kop. En iedereen weet intussen: van een kale kip kun je niets plukken. Waarom al dat hanengedrag? Belangrijker dan een mooi huis, een goede baan, wat kippenvoer uit de supermarkt, is het feit dat je iemand hebt die uit liefde zijn of haar arm om je heen slaat, je het gevoel geeft dat je de moeite waard bent. Mensen waarvoor je in Vuur en Vlam gaat. Daar raak je echt opgewonden van!

Het evangelie (en dat woord betekent ‘Blijde Boodschap’), mag ons niet louter binden aan de aarde. Het leven van Jezus zou ons vleugels moeten geven. Laat het evangelie haar draagkracht niet verliezen. Wij zijn als mensen geroepen om onze vleugels naar de hemel te slaan, de zon tegemoet. Het lijkt wel alsof de welvaart onze vleugels heeft gekortwiekt. De adelaar ín ons is getemd. Laten we niet kippig gedragen: in elk mens slaat ook jullie hart als het hart van een adelaar. Wij zijn geschapen voor het oneindige, om de zon tegemoet te vliegen. In ieder van ons leeft, bewust of onbewust, de drang om los te komen van onszelf, om boven de materiële dingen uit te leven richting eeuwig leven.

We hebben allemaal de vraag of er iemand is die ín ons de adelaar ontdekt? Iemand die ons bij de hand zal nemen, die ons moed in zal spreken, die met ons meetrekt en die ons verheft naar de zon? Doorgroeien van kip tot adelaar. Je leven laten leiden, niet door de welvaart en allerlei materiële zaken. Je leven laten leiden door het evangelie. God tegemoet vliegen, iets van je leven maken in die paar jaar dat we tegen de achtergrond van de eeuwigheid, op aarde doorbrengen. Laat je maar leiden door je dromen en je idealen. Stijg uit boven materiële dingen. Met ons vormen willen wij daar vandaag als de kippen bij zijn. Daartoe worden wij vandaag in Gods Geest gevormd.

Beste vormelingen, met het ontvangen van het Heilig Vormsel gaan jullie, in het voetspoor van Jezus van Nazareth je leven zelf vormgeven. Jullie staan voor belangrijke beslissingen: wat wil ik worden, met wie wil ik later het leven delen, of blijf ik bewust alleen? Wat ga ik van mijn leven maken? Waar zet ik me voor in? Wat vind ik in mijn het leven echt belangrijk? Je moet bij het ouder worden eigen keuzes maken. Mensen kunnen kiezen, dieren kunnen dat niet. Als je een koe drie maanden op een weiland achterlaat en je komt dan weer terug, dan is er vrijwel niets gebeurd. Misschien dat hoogstens de wei wat kaal gevreten is. Als je een mens op een weiland achterlaat, gebeurt er wel wat. De mens graaft een kuil of legt een weg aan. Van ijzer kun je een fiets maken, maar ook een geweer. Die keuze is aan ons. Als mensen kunnen wij kiezen. Dieren hebben een instinct. Die kiezen niet. Een ondeugende dichter schreef eens: ‘Mensen hebben een verstand en dieren hebben een instinct. Maar het is de mens die met zijn verstand er telkens weer instinkt!’ En inderdaad kunnen wij mensen ook verkeerde keuzes maken. Maar ook van verkeerde keuzes kun je het nodige leren.

Wil je wat meer van je leven maken? Durf je je ook in te zetten, als anderen je nodig hebben: mensen om je heen, mensen in de arme landen. Of denk je: laat die maar hongerlijden, ik kies voor mezelf. Naarmate je groter wordt, wordt jou ook de vraag gesteld of je in je leven kiest voor God en voor de weg van Jezus, of je kiest voor je eigen weg en de weg naar God kwijtraakt. Na jullie mooie voorbereiding op het sacrament van het H. Vormsel: mag God in jouw leven met je meegaan? En als teken daarvan geeft Hij ons de Heilige Geest, die ons de richting in ons leven wijst. Wij mogen samen verder in zijn Geest weer op weg gaan, of zitten we liever alleen op onze eigen houtje, richting het felbegeerde kippenvoer?

Beste vormelingen, jullie worden niet alleen vandaag gevormd. Dat vormen duurt je hele leven. Als twee mensen 50 jaar getrouwd zijn en de vrouw vraagt aan haar man `hou je van me`, mag zijn antwoord niet zijn: `Je moet niet zeuren, mens, dat heb ik 50 jaar geleden toch al tegen je gezegd! ´ Trouwen doe je heel je leven! Ook gedoopt worden is niet genoeg, tijdens je leven moet je dat doopsel ook waarmaken! Dat geldt ook voor het sacrament van het H. Vormsel. Je ontvangt vandaag Gods Geest, maar het vormen duurt je hele leven. De Heilige Geest mag jullie blijven begeleiden op jullie levensweg. En weet, zelfs als je het gevoel hebt dat iedereen je in de steek gelaten heeft, dat ook jouw naam geschreven staat in de palm van Gods Hand! Je mag met elkaar optrekken – `In Gods Naam!` .Neem daarom de tijd voor Hem en voor elkaar!

Tenslotte vormelingen, ik sprak laatst een opnamezuster van een van onze Amsterdamse ziekenhuizen. Ik vroeg haar ‘noteren jullie van degenen die jullie opnemen ook nog hun godsdienst’? ‘Ja’, zei ze, ‘maar mij is opgevallen dat protestanten vaak gewoon zeggen dat ze protestant (PKN) zijn. Een Islamiet zegt gewoon dat hij Islamiet is, maar als ze katholiek zijn, dan zeggen ze vaak: ‘ik ben katholiek-van-huisuit’ En kijken dan met een gezicht van ‘val me er niet verder mee lastig!’. Durven wij uit te komen voor ons geloof in de weg van Jezus Christus? Durven we dat ook op school en op je werk, om te laten zien dat je naar de kerk gaat en in God gelooft. In het Vormsel wordt je gevraagd om te getuigen van jouw geloof en dat ook met elkaar willen en durven delen.

Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam

IN DE VASTENTIJD – KOM OVER DE BRUG

Kom over de brug
© http://focuspaddepoel.blogspot.com/

Over Vasten zegt Jezus o.a. het volgende: ‘Wanner u vast, zet dan geen somber gezicht, zoals de schijnheiligen; zij verstrakken hun gezicht om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn. Voorwaar Ik zeg U: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als u vast, zalf dan uw hoofd en wast uw gezicht, om niet aan de mensen te laten zien dat u vast, maar vast voor uw Vader die in het verborgene is en uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. (Mat.5:16-18)

In de 40-daagse vastentijd staan drie woorden centraal. Het gaat dan over bidden, vasten en aalmoezen geven. Bidden en Vasten zijn duidelijke woorden, maar wat verstaan we onder aalmoezen geven? Hoe geef je daar vorm aan? Natuurlijk houden we in de vastentijd weer een vastenactie, en proberen daarmee bruggen te slaan naar onze naasten. Eigenlijk een fantastisch thema voor onze vastentijd. De wereld is behoorlijk in beweging. Spanningen nemen toe te nemen, niet alleen in landen die ver van ons bed zijn, ook onze eigen samenleving lijkt wat aan het verruwen te zijn. In de politiek, in onderlinge gesprekken laten we het liefst onze eigen haan koning kraaien. De taal lijkt harder aan het worden, minder diplomatisch en steeds meer ‘tegen’ dan ‘met’. In de Vastentijd zouden we eens kunnen kijken in hoeverre wij zelf in staat zijn om bruggen te slaan. Mijn voorstel is om in de vastentijd te werken aan onze contacten met elkaar, ook met andere culturen. Kom over de brug, ga met elkaar weer in gesprek en probeer er samen uit te komen. Over omgaan met onze naasten gesproken!

Natuurlijk heb ik naarstig gezocht naar bijbelgedeeltes die over bruggen gaan. Ik bleef zoeken tot ik me plotseling realiseerde dat het woord ‘brug’ helemaal geen bijbels woord is. Het woord hoort meer bij ónze cultuur dan bij de cultuur van Palestina. Bij ons barst het letterlijk van de bruggen. En elke toerist die een rondvaart maakt in Amsterdam, weet intussen dat Amsterdam meer dan duizend bruggen telt en dat er zelfs één plek is, waar je vanuit de rondvaartboot een prachtig doorzicht hebt door zeven bruggen. Amsterdam telt tegenwoordig 1539 bruggen, waarvan 252 in de binnenstad. Dit is zo ontstaan doordat de stad uitbreidde langs de oever van de Amstel waardoor de rol van water tot halverwege de 19e eeuw belangrijker was dan die van het land: zowel als transportweg als verdedigingsgracht en zelfs als stedenbouwkundig sieraad voor de stad. Het water is onlosmakelijk verbonden met de stad, die ook wel het Venetië van het Noorden genoemd wordt.

Nee, het woord brug hoort bij onze Hollandse cultuur met zijn vele waterstromen. Daarom beschikken we over zoveel spreekwoorden die met bruggen te maken hebben: over de brug komen, iemand over de brug helpen, dat is een brug te ver, de brug is opgehaald, de brug is tussen ons afgebroken, hij komt over een gouden brug, een brug slaan tussen twee partijen, een draaibrug, een ophaalbrug, een wipbrug, een rolbrug. Voor de brug zitten, mijn auto staat op de brug, ik heb een brugfunctie, een brugwachter, de brug van mijn bril is gebroken, de kapitein staat op de brug, een brug in je mond, ik heb een brugfunctie, ik kan praten als Brugman en ben geboren in Brugge.

Maar al is de Bijbel minder scheutig met het woord ‘brug’, het wil niet zeggen dat het woord dwars staat op wat de Bijbel ons wil zeggen. Integendeel: De Babyloniërs wilden een toren (een brug) bouwen tussen de aarde en de hemel. Maar de toren stortte in. Want een brug tussen aarde en hemel wordt niet door mensen, maar door God gebouwd. En dan het verhaal van Noach en zijn ark, Er verscheen aan de hemel een teken, een regenboog. God zelfs sluit een nieuw verbond met Noach en slaat een brug naar de mensen toe. En kijk eens naar het optreden van Jezus. Als geen ander slaat Hij bruggen, naar God, naar de mensen om Hem heen en spoort mensen aan, ook een gelovige brug te slaan naar zichzelf. Door een brug te slaan naar de tollenaar Zacheüs, naar de Samaritaanse, naar het hoertje bij de bron, en dat in een ontwapenende houding, nodigt hij mensen uit om over de brug te komen.

Hierbij vertel ik u twee oude verhalen over bruggen. Een oude Russische boer droomde ervan dat hij tijdens zijn leven God zou mogen ontmoeten. Op een nacht verscheen God hem en zei: ‘Morgen wil Ik je ontmoeten om twee uur op de toegangsbrug van het dorp.’ Wat was de boer zenuwachtig. Hij trok zijn beste pak aan en was wel drie uur van tevoren aanwezig. Maar hoe hij ook wachtte, zelfs tot zes uur, geen God te bekennen. ‘s Nachts verscheen God hem weer in een droom en de boer viel uit: “Heb ik daar uren staan te wachten, komt er niemand opdagen!’ ‘Niemand’, zei God. ‘De enige die ik heb gezien heb’, zei de boer, ‘was mijn buurman die met zijn kar vastzat in de modder…’

En dan het verhaal van Rabbi Eisik uit Krakau. Hij droomde dat er in Warschau onder de brug naar het koninklijk paleis een schat begraven lag. De volgende dag ging hij op weg naar de hoofdstad, een ongelooflijk eind lopen. Maar helaas, op de brug stonden koninklijke wachten. Hij liep langs de brug heen en weer. De wachtkommandant vond dat verdacht en liet hem arresteren. Bibberend vertelde Rabbi Eisik wat hij bij de brug deed. De commandant bulderde van het lachen. Hij zei: ‘Vergeefse moeite, want vanmorgen zei iemand tegen me dat hij een droom had gehad, waarin hem werd meegedeeld dat er een schat begraven lag onder de haard van Rabbi Eisik. En denk je dat ik zo gek ben om dan naar Krakau te gaan? Daar wonen wel duizenden mensen met de naam Eisik’. Nu moet u weten dat de Joodse naam Eisik te vergelijken is met onze Nederlandse naam Bakker. Daar zijn er honderdduizenden van! Rabbi Eisik wist plotseling dat de werkelijke schat in je leven begraven ligt onder je eigen haard. We zoeken het geluk vaak veel te ver en hebben niet in de gaten dat het geluk gewoon thuis voor het oprapen kan liggen.

Misschien dan we de 40-daagse vastentijd kunnen gebruiken om daadwerkelijk iets te doen aan het bouwen van bruggen naar God, naar elkaar en naar onszelf. Dat lijkt me geen brug te ver. Dus in de Veertigdagentijd (en daarna): kom over de brug.

Ambro Bakker s.m.a.

Nieuwjaarstoespraak 2019 – Dekenaat Amsterdam

maandag 14 januari 2019
Augustinuskerk – Amsterdam-zuid

nieuwjaarstoepraak 2019Dames en Heren, voor de veertiende keer mag ik, als deken van Amsterdam, de dekenale nieuw­jaarstoespraak houden. Fijn dat u er bent. Een nieuwjaarsreceptie is een goed moment om el­kaar te ontmoeten, elkaar aan te moedigen, el­kaar te inspireren, en om van 2019 weer iets moois en goeds te maken.

Nieuwjaar, even een moment van bezinning, van stilstaan, van terugkijken en vooruitkijken. Nieuwjaar als een stoplicht, een momentop­name: allemaal even niet bewegen! We gaan nog wat onwennig het nieuwe jaar in. Mensen, die­ren, huizen en bomen: we zijn allemaal weer wat ouder geworden. Ook 2019 zal weer een jaar worden van druk menselijk verkeer, met vele verkeersborden en vele overtredingen. Ze zullen er weer volop zijn: de gevaarlijke krui­singen, de lastige tegenliggers, de uithollingen overdwars, de wegversmallingen en de gevaar­lijke oversteekplaatsen. Hoe veilig zal het men­se­lijk verkeer in 2019 zijn?

Lees “Nieuwjaarstoespraak 2019 – Dekenaat Amsterdam” verder

Intiem en gezellig: veel belangstelling voor Bovenkerkse kerstsamenzang

De eerste Bovenkerkse kerstsamenzang in de buitenlucht kon zaterdagavond op zeer veel belangstelling rekenen. In de tuin naast de Urbanuskerk werden liederen gezongen en kerstverhalen verteld. Mede door de grote toestroom van bezoekers en intieme sfeer is de eerste editie van Kerst aan de Poel een groot succes. 

Volgens Chris van den Helder, één van de organisatoren, werd het idee uit nood geboren. “Door de fatale brand konden we in de Urbanuskerk niet terecht. We zijn met een grote ploeg vrijwilligers dagen bezig geweest. De verlichting, het schuurtje, alles hebben we zelf opgebouwd. We hadden niet verwacht dat er zó veel bezoekers op af zouden komen.”

bron: https://rtva.nl/2018/12/intiem-en-gezellig-veel-belangstelling-voor-bovenkerkse-kerstsamenzang/

Bericht serviceteam Urbanuskerk

header site Urbanusparochie
De brand in de St. Urbanuskerk heeft grote gevolgen voor de directe omgeving en de geloofsgemeenschap. Als eerste wordt er gewerkt aan de veiligheid rond de kerk. Dat betekent dat er kopgevels moeten worden gestut om instorten te voorkomen en dat leien op de toren moeten worden vastgezet. De harde wind kan ons de komende week parten gaan spelen. Daarnaast is het vele verkeer met kijkers op de plek van de ramp een probleem. Volgt u de aanwijzingen van verkeersregelaars aub op.

Het Noorddamcentrum opent zijn deuren
voor de geloofsgemeenschap en omwonenden

Opvang voor omwonenden en parochianen

Van ma 17-9 t/m vr 21-9 van 9-17 uur is in het Noorddamcentrum een crisisteam voor parochianen en omwonenden aanwezig. Heeft u behoefte aan een luisterend oor, wilt u ervaringen delen of gewoon even een plek om tot rust te komen dan bent u van harte welkom.

Secretariaat

Van ma 17-9 t/m vr 21-9 van 9-12 uur is het secretariaat gevestigd in het Noorddamcentrum.

Crisisteam

Het bestuur en het team van pastores van R.K. parochie Amstelland, de locatieraad en de gemeente Amstelveen werken nauw met elkaar samen en komen dagelijks bijeen in het Noorddamcentrum.

Vieringen

De gebruikelijke vieringen die plaatsvonden in de kerk worden vanaf vandaag gehouden in het Noorddamcentrum; elke zondag om 10.30 uur en elke woensdag om 09.30 uur. De eerste data op de agenda zijn:

19 september 2018 om 09:30 uur
Eucharistie, Pastoor J. Adolfs, koffie

23 september 2018 om 10:30 uur
Aurora, R. van Iersel-Hofmeijer en C. Bruinsma-van Veen, Communieviering, Koffie

26 september 2018 om 09:30 uur
Eucharistie, Pastoor J. Adolfs, koffie

30 september 2018 om 10:30 uur
Boventoontjes, Communieviering, Pastor E. Brussee, koffie

Uitvaartdiensten en begrafenissen

Het secretariaat is bereikbaar voor het aanmelden van uitvaarten. Voor uitvaartdiensten wordt er uitgeweken naar de Augustinuskerk en de Titus Brandsma kerk. Zolang de omgeving van de kerk niet veilig is, kunnen er geen begrafenissen op de begraafplaats van de St. Urbanuskerk worden voltrokken.

Parochieblad Spirit grotendeels verloren

Op het moment van de brand was de distributie van het parochieblad Spirit in volle gang. Helaas blijkt ongeveer de helft van de partij tijdens de brand verloren te zijn gegaan. Het betreft met name de wijken Westwijk, Bovenkerk en Aalsmeer en alle adressen buiten de geografische grenzen van de parochie (alle postbezorgingen).

Vergaderingen geannuleerd

Voor deze week worden alle vergaderingen die normaliter is de pastorie plaatsvinden geannuleerd.

PETRUS EN PAULUS – TWEE GEZICHTEN

Viering RK Amstelland
vrijdag 29 juni 2018
Feest van Petrus en Paulus
Handelingen 12:1-11 – Timóteüs 4:6-8+17-18 en Matteüs 16:13-19

Petrus en PaulusEen jongen was zwaar verliefd geworden. Hij zei tot zijn vader: “Nu heb ik een vriendin gevonden, die ik nog niet voor ‘n miljoen zou willen missen!”. Zijn vader, een nuchter man, zei: “Ik heb het meisje nog niet gezien, maar ik vind het wel een hoop geld!” Lees “PETRUS EN PAULUS – TWEE GEZICHTEN” verder

GEDRAGEN OP ZIJN VLEUGELS

zondag 10 juni 2018
Toediening H. Vormsel aan 26 jongeren
Galaten 5:23-25
Johannes 20:19-23
Pater Ambro Bakker s.m.a.
adelaar bij nest met jongenBeste/lieve vormelingen, ouders, opa’s en oma’s, broers en zussen, familieleden, vrienden en vriendinnen. Ik vond het fijn dat ik op 31 mei jl. ’s avonds bij jullie mocht zijn bij jullie laatste voorbereiding op jullie Vormsel van vandaag. Op kleine steentjes hebben jullie woorden geschreven. Belangrijke woorden als liefde en trouw. Als je in de hopelijk lage tijd, je aan die woorden houdt en invult, bouw je mee om samen het huis van de toekomst, het huis, het rijk van God. Ik heb gemerkt dat jullie heel serieus, maar ook heel ontspannen, bezig zijn geweest om jullie voor te bereiden op de toediening van het sacrament van het heilig Vormsel, dat vandaag plaatsvindt. Ik heb jullie die avond ook gevraagd wanneer jullie gevormd zouden worden. Lees “GEDRAGEN OP ZIJN VLEUGELS” verder

INNERLIJK VERDEELD

zaterdag 9 juni 2018
10e zondag door het jaar — B
Genesis 3:9-15 – 2 Korintiërs 4:13-5:1
Marcus 3:20-35
Pater Ambro Bakker s.m.a.
Pastoor-deken RK Amstelland

twijg, appel en de slangDe lezingen die voor vandaag gekozen zijn, gaan over het onderwerp ‘je verantwoordelijkheid niet willen of kunnen dragen en dan vervolgens de schuld op een ander schuiven. Je geeft dan de schuld van een man aan zijn vrouw, en de vrouw aan de slang in de boom. En die laatste kronkelt net zolang tot ze ons in de wurgreep heeft. En zo zijn we weer terug bij af, maar dan een beetje verder in de put, zoals bij een neerwaartse spiraal die naar beneden kronkelt. Of zoals de Schriftgeleerden die met een onmogelijk verhaal op de proppen komen dat duivelse krachten elkaar uitroeien, en dat ze die vergelijking dan toepassen op Jezus van Nazareth. Je moet het maar aandurven om zo je eigen onmacht ten toon te spreiden. De val die zij opzetten voor Jezus, daar lopen ze daarna zelf met open ogen in. Maar als je zélf het licht niet meer ziet, moet je het niet ánderen ontzeggen. Want als je je bedreigd voelt, maak je in je leven vaak de gekste sprongen. Lees “INNERLIJK VERDEELD” verder