GERECHTIGHEID DOOR BARMHARTIGHEID

Zondag 6 september 2020
23ste zondag door het jaar – A
Ezechiël 33:7-9 en
Romeinen13:8-10 en
Matteüs 18:15-20

Jaar van barmhartigheidHet evangelie van vandaag is een ervaringsbericht uit de jonge kerk, die veertig, vijftig jaar na de dood van Jezus, in een crisissituatie terecht is gekomen. Er ontstond onenigheid, zoals dat in elke gemeenschap kan gebeuren. We zijn het vaak niet eens met elkaar. En als iemand de fout is ingegaan, hoe ga je daar dan mee om? En wat, als iemand fundamenteel scheef zit, hoe ga je dan om met zo’n situatie Hoe kom je een stap verder zodat we weer bij elkaar gebracht worden en weer één zijn?

In de tijd van Jezus, en in de tijd van de jonge kerk, die in haar gelederen de menselijke tekorten sterker begon te ervaren, hadden velen te kampen met een toenemende verdeeldheid. Een verdeeldheid die, als het om een gelovige gemeenschap gaat, ook in onze tijd, nog steeds hoog op onze agenda staat. Hoe gaan we met elkaar om, en zeker ook met mensen die zeggen te geloven?
Lees “GERECHTIGHEID DOOR BARMHARTIGHEID” verder

OVER GRENZEN HEEN

zondag 16 augustus 2020
20ste zondag door het jaar – A
Jesaia 56:1+6-7 ,
Romeinen 11:13-15+29-32 en
Matteüs 15:21-28
Ambro Bakker s.m.a.

confrontatie aangaanBij het lezen van het verhaal van Matteüs moest ik denken aan een asielzoeker die ik ken en die is uitgeprocedeerd tussen blijven en uitzetting. De kleren, die hij draagt, heeft hij gekregen; hij eet brood waarvoor hij niet kan betalen en hij woont onder een dak dat niet het zijne is. Hij maakt geen deel uit van onze samenleving en deelt niet in onze welvaart, hij krijgt slechts wat kruimels. Hij verlangt naar een echt leven, maar komt alleen maar obstakels tegen. Gaat deze vergelijking mank? Natuurlijk gaat hij mank, zoals elke gelijkenis. Maar toch raakt het aan de vraag die ook in het evangelie van vandaag gesteld wordt, Hoe gaan wij om met de vreemdelingen die in ons midden wonen? Hebben zij rechten of niet? Komt ook de vreemdeling heil toe, of niet? Het is een groot maatschappelijk, politiek probleem, maar vooral een menselijk probleem in een wereld waar zeventig miljoen vluchtelingen over de hele wereld een zwervend bestaan leiden. Lees “OVER GRENZEN HEEN” verder

PRIESTER ZIJN IS GEEN KUNST, MAAR PRIESTER-WORDEN DAAR DOE JE HEEL JE LEVEN OVER

zaterdag 1 en zondag 2 augustus 2020
50-jarig priesterjubileum
H. Augustinus – Amsterdam-Amstelveen
Geloof (Hebreeën 11:1-12:1)
Hoop (Charles Péguy) en
Liefde (Johannes 15:9-17)

Pastoor-deken Ambro Bakker s.m.a.Beste familieleden, vrienden en vriendinnen en parochianen. Op zaterdagavond 1 augustus 1970 werd ik om zeven uur in de Don Boscokerk in Alkmaar door bisschop Zwartkruis priester gewijd. En de dag daarna, op zondag 2 augustus, ging ik in dezelfde kerk om halfelf voor in mijn eerste mis. En nu zijn we 50 jaar verder. Wat is er veel gebeurd in die jaren, en wie had kunnen denken dat na 50 jaar het jubileumfeest in een coronatijd zou plaatsvinden.

Met onze locatieraad hebben we afgesproken dat we mijn 51-jarig jubileum volgend jaar in april of mei 2021 zullen kunnen vieren. Maar vóór die tijd is er ook nog een ander jubileum, en wel ons eigen kinderkoor bestaat ook dit jaar 50 jaar. In december hopen we dit feest, rond kerstmis, te kunnen vieren, samen ook met ons Latijns Parochiekoor.

50 jaar priester. Sommige keuzes bepalen heel je leven. Een dergelijk keuze heb ik gemaakt toen ik, schrik niet, 62 jaar geleden besloot om naar het seminarie te gaan van de paters van de Afrikaanse Missiën in Cadier en Keer. Wist ik toen precies wat ik deed en wist ik toen wat ik nu weet? In die 50 jaar lijkt wel alsof we in een totaal andere wereld en een heel andere kerk terecht zijn gekomen. Intussen heb ik zelf ervaren dat je motieven om priester te worden anders zijn dan je motieven om priester te blijven. En ik denk dat dat ook geldt voor elk huwelijk. Je motieven om met iemand te trouwen zijn anders dan je motieven om bij elkaar te blijven. En ik hoop, in beide gevallen, dat de motieven dieper zijn geworden. Het is voor mij duidelijk: ‘priester zijn is niet zo ‘n kunst, maar priester worden, daar doe je heel je leven over’. Ook diegenen die getrouwd zijn, zijn eigenlijk nooit uitgetrouwd, want trouw aan je partner, trouw aan je priesterwijding, je doet daar heel je leven over. Als je iemand vraagt ‘hoe lang zijn jullie getrouwd’, zou dan ook het juiste antwoord moeten zijn: wanneer, we trouwen nog steeds!

Na 50 jaar kijk ik automatisch terug en denk: wat heb ik ervan gemaakt. Heb ik altijd de juiste keuzes gemaakt? Nou, vergeet dat maar! Onderweg naar God en elkaar zijn er ook duidelijk foutieve en minder goede keuzes aan te wijzen. Het is niet voor niets dat wij elke viering beginnen met elkaar en God om vergeving te vragen. Maar er zijn ook veel momenten waar ik heel erg dankbaar voor ben. Ik vind het nog steeds een fantastische en boeiende weg die ik met Gods volk onderweg mocht en nog steeds mag gaan. Niet altijd een gemakkelijke weg. De kerk van 1970 ziet er in 2020 heel anders uit? Eind jaren zestig, begin jaren zeventig, zijn kerk en wereld op drift geraakt. Het Tweede Vaticaans Concilie net achter de rug, de studentenonlusten die een nieuwe tijd inluidde. Als jongeren zouden we het maken! Duizenden hippies elke nacht in het Vondelpark en slapend op de Dam. En onze boodschap was eenvoudig: ‘All you need is love!’

Wat hadden we grote verwachtingen. Het Concilie had de ramen naar de wereld opengezet. In enkele jaren verdwenen de meeste groot- en kleinseminaries. Heel veel priesterstudenten stapten in dat jaar over naar andere studierichtingen op de universiteit, vooral in Nijmegen en Tilburg. Vooral de menswetenschappen als psychologie, etnologie, en sociologie waren populair. Als priesterstudenten bleven wij slechts met z’n tweeën wonen in dat grote vrijwel lege klooster tot onze priesterwijding. We hebben werkelijk als laatsten het licht uitgedaan. Daarna is het seminarie, waarin we toen woonden, gesloten. Een nieuwe tijd was aangebroken, de veranderingen hadden zich voorgoed ingezet. Deze na-oorlogse ontwikkeling en ontzuiling waren niet meer te stuiten.

We zijn nu 50 jaar verder. Niet alleen de wereld, ook de kerken zijn veranderd, maar voor mij steeds met dezelfde boodschap die in die 50 jaar overeind is gebleven: laat je in je leven maar leiden door de drie kernwoorden: geloof, hoop en liefde. Naast mijn werk als hoofd Godsdienst van de KRO-RKK-radio, en mijn deelname aan veel uiteenlopende besturen, bleef mijn aandacht aan Afrika en ook aan het pastoraat me trekken. Werken in het pastoraat is werken in een spagaat. Ze verwachten dat je als priester vooraan in de kudde loopt, om iedereen de richting te wijzen van geloof, hoop en liefde. Maar eerlijk gezegd, ik ben niet zo ’n vooroploper. Ik voel me het meest thuis áchter in de kudde, te midden van mensen die de richting in hun leven kwijt zijn. Daar voel ik me het best op mijn plaats. Niet op de plek waar duidelijke antwoorden worden gegeven, maar plekken waar ik ook mijn eigen vragen met anderen mag delen.

Ontroerd ben ik door de talloze verhalen van goede en minder goede momenten in het leven van mensen om me heen. Wat heb ik daar toch ontzettend veel van u geleerd! En ik ben dankbaar dat ik met velen in hun leven een eindje mocht en nog steeds mag meelopen. Meer dan eens heb ik ervaren dat de voornaamste plek voor een priester niet ín de kerk is, maar gewoon tussen mensen: Gods volk onderweg. En ik spiegel me daarbij aan Jezus zelf, die vaak in de tempel te vinden was, maar vooral te vinden was op straat, tussen mensen. Vooral tussen hen, die van de weg zijn afgeraakt, of aan de kant gedrukt, onder de voet gelopen. Bij hen ligt Jezus’ eerste zorg (en hopelijk ook de mijne!) Opnieuw ervaar je hoe je, ook als priester, behoefte blijft hebben aan een voortdurende bekering, een voortdurende ommekeer, naar God, naar elkaar en naar jezelf. Nee, nooit is het me zo duidelijk, als in deze tijd waarin we nu leven: priester worden is niet zo’n kunst, priester-worden daar doe je heel je leven over.

Ook in deze spannende coronatijd laat ik mij leiden door geloof, hoop en liefde. Die houden mij op de been. En van deze drie is de liefde nog sterker dan ons geloof. Dat houdt ons bij elkaar. Dat zegt Paulus ook in zijn eerste brief aan de Corinthiërs: ‘Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, dacht ik als een kind; nu ik volwassen geworden ben, heb ik het kinderlijke afgelegd. Thans zien wij in een spiegel, onduidelijk, maar dan van aangezicht tot aangezicht. Thans ken ik slechts ten dele, maar dan zal ik God ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben. Nu echter blijven geloof, hoop en liefde, de grote drie, maar de liefde is de grootste.

Is geloof dan niet belangrijker dan de liefde? Ik kan u uit de droom helpen. Het Latijnse woord voor ‘ik geloof’ is het woord Credo. Dat woord bestaat uit twee woorden: ‘cor’ en ‘dare’. Het woord ‘Cor’ betekent ‘hart’ en het woord ‘dare’ ‘plaatsen bij’. Met andere woorden: je kunt alleen maar geloven in God en in elkaar, als je je hart bij God en bij de ander hebt liggen. Geloven doe je met hart en ziel. Dat is de kern van ons geloof. In ons geloven komt ons hart op de eerste plaats. Ik begrijp nu waarom Paulus zegt: het grootste van geloof, hoop en liefde, is de liefde.
Liefde beheerst ons leven. Als je de teevee of de radio aanzet, dan gaat het binnen een minuut al over liefde, maar ook in onze contacten met elkaar. De grootste van deze drie is de liefde. En dat klopt, want Liefde is een woord waar je niet over uitgepraat raakt. Het brengt je in vuur en vlam. Het begint tegenwoordig al heel vroeg. Een van de kinderen, 10 jaar oud, zei eens tegen me: ‘Ik heb een nieuwe vriendin’ ‘Zo’, zei ik, ‘is het je eerste vriendin’ ‘Nee’ zei hij’, ‘ik daarvoor nog twee vriendinnen gehad: Judith en Babet.’ Ik zei: ‘nou, kies je elke keer weer een nieuwe vriendin?’ ‘Ja’, zei het joch, ‘maar als ik achttien ben krijg ik een vriendin die dan m’n laatste is. Met haar trouw ik en dan blijven we altijd samen!’. Na zo’n gesprek denk ik: je kunt wel zien dat we in het jaar 2020 leven.

Kinderen praten wat gemakkelijker dan vroeger, en hoe klein ze ook zijn, al heel vroeg vinden ze het op de basisschool heel gewoon dat je op iemand bent. Toen een van mijn neefjes klein was zei hij tegen me: ‘ik heb een vriendin, ze heet Moniek, wij zijn vrienden’. Ik zei: ‘weet Moniek dat ook?’ ‘Nee, nog niet’, zei hij toen, ‘want ik moet het nog aan haar vragen of ze m’n vriendin wil zijn’. Ja als het over liefde gaat, is het zelfs al voor kleine kinderen een hot item.

De wonderlijke kracht van de liefde en de vriendschap. Het kan ook een dramatisch wonder zijn. Als je staat bij een sterfbed en als je ziet hoe partners in stilte, want woorden spelen nauwelijks een rol in de liefde, elkaars hand vasthouden totdat de ander verdwenen is achter de horizon. Een laatste kus, een arm wordt gestreeld, soms een kreet, een naam die wordt gestameld, een laatste oogopslag. Het zijn kostbare momenten die je een leven lang bij blijven. Woorden en gebaren die ons helpen om verder te leven. Daarom is het zo pijnlijk, als mensen plotseling sterven in het verkeer of in deze Coronacrisis. Dat slaat een geweldig gat in je leven. Want dat laatste gebaar, die laatste groet, als dat mogelijk is, is het laatste wat je als mens prijsgeeft. Het is een woord, een gebaar, zonder opsmuk, zonder verraad. Je hebt immer niets meer te verliezen. Toneelspel is volkomen overbodig. Je hoeft niets meer op te houden.

Een oud Latijnse kerklied zingt: ‘Ubi Caritas et Amor, Deus ibi est’ (waar vriendschap heerst en liefde, daar is God). Gods liefde is grenzeloos. En hoe zit het met onze liefde? Is onze liefde soms niet te veel begrensd? Als het om liefde en vriendschap gaat, kiezen we soms al te gemakkelijk voor degenen die dicht bij ons wonen. Sommige mensen mogen we graag, anderen helemaal niet, en weer anderen laten ons helemaal koud. Jezus zegt ons dat zijn Vader in zijn Liefde onbegrensd is, grenzeloos dus. In de Liefde liggen er voor Jezus geen scheidingslijnen tussen mensen. Liefde voor mensen met wie je samenleeft, maar ook liefde voor de mensen die met miljoenen hun land moesten verlaten omdat hun land verscheurd is en wordt door oorlogen, terrorisme en hongersnood.

Tussen mijn boeken staat een boekje met een spreuk voor elke dag, geïnspireerd door de H. Augustinus. Het boekje heet: ‘Eert in elkaar God’. Daar kwam ik o.a. de volgende spreuk tegen: ‘Wij kunnen wel roepen tot God, maar als het gebed enkel bestaat uit een stemoefening, zonder dat het hart op de liefde van God en op gericht is, wie twijfelt er dan aan dat dit alleen maar tijdverlies is’. Tenslotte geef ik u nog één wijs advies van de Augustinus. Hij schreef toen: bemin en doe wat je wilt. Wil je zwijgen, zwijg uit liefde. Wil je schreeuwen, schreeuw uit liefde. Wil je elkaar corrigeren, doe dat uit liefde. Wil je vergeven, vergeef uit liefde. Draag de bron van liefde in je hart want uit liefde en vriendschap kan alleen het goede voortkomen.

Zoals Jezus dat vandaag ook tegen ons heeft gezegd: ‘Blijf in liefde met Mij verbonden. Als je mijn opdracht ter harte neemt, zul je ook in liefde met Mij verbonden blijven’. Dat is onze opdracht: leven in liefde en vriendschap, met elkaar, maar vooral ook met God. Hij is Degene aan wie je je roerselen in je ziel kunt toevertrouwen, zowel in verdrietige dagen als blijde dagen. En naast geloof en liefde staat de hoop centraal. Daar vertrouw ik ook op. Dat er, God zij dank, ooit weer eens een tijd zal komen dat wij in elkaar weer in onze armen kunnen en mogen sluiten. En hopelijk zal dat de tijd zijn, waarin we volgend jaar, in april of mei, mijn 51-jarig jubileum samen hartelijk kunnen vieren. En 51 is toch ook een mooi getal…

Ambro Bakker s.m.a.
Locatie: H. Augustinus

50 jarig priesterfeest Ambro Bakker s.m.a.

VERBORGEN SCHATTEN

zondag 26 juli 2020
17-de zondag door het jaar – A
1 Koningen 3:5+7-12 , Romeinen 8:28-30 en
Matteüs 13:44-52
Ambro Bakker s.m.a.

Beste parochianen,

oester met parel

ik kan het eigenlijk niet laten. Als ik weer eens mijn sleutels of mijn agenda kwijt ben, bid ik een schietgebedje tot de heilige Antonius van Padua: ‘Antonius, mijn beste vrind, zorg dat ik mijn sleutels en agenda wedervindt’. En vaak gebeurt dat ook.

De meeste mensen kennen de H. Antonius (1195-1231) als de patroon van de verloren voorwerpen. Maar weet u dat deze heilige ook een begenadigd predikant was? Zo hield hij op een keer bij een overleden gierigaard een begrafenispreek. In het vuur van zijn preek zei hij: ‘beste mensen, gaat u eens bij de overledene in de kist kijken’. De toehoorders maakten nieuwsgierig de kist open en zagen daar de rijke vrek liggen. Maar op de plaats waar zijn hart moest zitten zat een enorm gat. ‘Waar is zijn hart gebleven’, vroegen de omstanders ontzet. Antonius zei toen: ‘in het evangelie staat, waar uw schat is, daar is ook uw hart. Als u het hart van deze man zoekt, dan moet u inderdaad maar eens in zijn geldkist gaan kijken. Een rijke vrek die in zijn leven al zijn hart is kwijtgeraakt. En dit thema vindt u vandaag in het evangelie. Een waarheid als een koe, want laten we eerlijk zijn, lieve mensen, waar je schat is daar ligt je hart.

Beste mensen, waar is uw schat te vinden? Als kind hadden we geen tv, geen computers en geen mobiele telefoons, we speelden met alle kinderen vooral samen op straat. En gelukkig waren er toen nog niet zoveel auto’s. En als het regende speelden we graag op de zolder van de buren. Dat vond ik altijd schitterend, want in een van die geheimzinnige dozen, ouwe koffers en kisten zou wel een schat verborgen kunnen liggen, of tenminste een ouwe landkaart, die ons naar een verborgen schat kon leiden. Als we die niet vonden, dan deden we een oude bloemetjesjurk aan en speelden je onze vriendjes piraatje. Als kind dachten wij dat er schatten op zolder lagen, maar ik weet nu wel beter. Daar zijn geen schatten of schatkaarten te vinden.

In het evangelie is er vanmorgen wel sprake van een verborgen schat. Een knecht van een herenboer is aan het ploegen en vindt een pot gouden munten, niet op de zolder, maar begraven in de grond. Niet eens zo verwonderlijk, want in vroeger tijdens begroeven mensen soms hun geld in een kruik in de grond als ze op reis gingen. Want banken waren er toen nog niet. Het waren tijden van oorlogen en onrust. En als de eigenaar van de munten op het slagveld achterbleef, wist niemand meer waar hij zijn gouden munten had begraven. De schat bleef aan de aarde toevertrouwd… tot er een gelukkige vinder kwam.
De boerenknecht uit het evangelie vindt zo’n pot met gouden munten. Hij stopt de kruik weer gauw in de grond, want volgens het joodse recht behoorde de schat toe aan de eigenaar van de grond. Wat deed de slimme boerenjongen? Hij verkocht zijn schamel bezit, stak zich diep in de schulden om dat stukje grond te kopen. Zijn dorpsgenoten snapten er niets van. Wie geeft nu zoveel geld uit voor zo’n een klein stukje grond? Totdat ze te weten kwamen dat er een schat in de grond begraven lag. Toen vond iedereen het heel begrijpelijk dat hij zich diep in de schulden gestoken had!

Vervolgens vertelt Jezus het verhaal van de parelvisser. Ook die steekt zich diep in de schulden om in het bezit te komen van de mooiste parel die hij in zijn leven gezien heeft. Niemand wist wat die parel waard was, maar de man vond het de moeite, ja zelfs alle moeite waard. Parels zijn heel kostbaar. Naar oude overleveringen is het ontstaan van de parel te herleiden tot het binnendringen van de bliksem in de oester. In de Griekse mythologie daalde de oppergod Zeus als bliksem in een schelp en verwekte de schone Aphrodite. In de Bijbel komen we de parel tegen als beeld van de hemel dat in de aarde verborgen ligt en aan het licht wordt gebracht en aan de aarde ontrukt als iets heel kostbaars. Jezus zegt: ‘Geef het heilige niet aan de honden en werpt uw parels niet voor de zwijnen (Matteüs 7:6).

Parels geven toegang tot het hemelse Jeruzalem, de gouden stad met muren van edelstenen en in die muren twaalf poorten. En die twaalf poorten waren twaalf parels. (Apokalyps 21:21) Op verheven wijze symboliseert de parel de menswording van Christus, het wonder van de ontvangenis en de geboorte. De Griekse Kerk zingt in het Maria-officie: ‘Wees gegroet, o schelp, die de goddelijke parel voortbracht’. Voor de Belgische priester-dichter Guido Gezelle is die goddelijke parel de hostie in de kelk, waarin op Goede Vrijdag het lichaam van Jezus opnieuw terugkeert in de schoot van zijn moeder.

‘t Waren spannende verhalen. Dat vonden de mensen die naar Jezus luisterden ook. Maar Jezus vertelde deze verhalen niet om de omstanders te amuseren. Zijn verhalen waren concrete richtlijnen naar God toe. Veel verhalen zijn gevaarlijk, omdat ‘t geen ‘veilige’ verhalen zijn. Het zijn verhalen die je niets nieuws beloven. Ze bevestigen de status quo. Wat vertellen wij thuis aan elkaar? Welke verhalen vertelt u aan uw kinderen, welke verhalen hoor je vanaf de kansel? Zijn het oude verhalen of is het iets nieuws?

Jezus wilde de mensen geen sprookjes vertellen om mensen te amuseren. Nee, zijn verhalen waren van een dodelijke ernst! Het waren concrete richtlijnen – richting zijn hemelse Vader. Zijn verhalen zetten mensen aan het denken. Zijn ook wij bereid om, als het om ons geloof gaat, wij in ons leven daarvoor de hoogste prijs betalen, om zo in het bezit te komen van die kostbare schat? Of blijven we maar buitenstaanders, die geen risico’s durven nemen en de schat van ons geloof maar in de grond laten zitten? Is uw geloof in God en in elkaar inmiddels ook intussen ten gronde gegaan?

Jezus heeft aan ieder van ons, bij onze geboorte, een schatkaart gegeven. Hij heeft zelfs aangegeven waar wij moeten graven in ons leven. En die plek ligt helemaal niet eens zo ver! Het geluk is net als je bril: vaak ben je ernaar op zoek, terwijl hij intussen al op je neus staat! Dat zeggen ook de profeten: ‘het Koninkrijk Gods ligt niet aan de andere kant van de oceaan, het ligt in je eigen hart en op je eigen lippen’. Soms kijken we in ons leven te veel richting Washington, het Kremlin, het Franse Élysée of Downingstreet 10 en dan wachten we maar af. Maar de voornaamste beslissingen worden niet door hen genomen, maar vinden plaats in ons eigen hart?

Beste mensen, als je wérkelijk verder wilt, dan zul je in je eigen leven deze geloofsschat moeten opgraven, en alles op alles zetten om in het bezit van die parel te komen. Je zult keuzes moeten maken, en doodlopende wegen moeten zien te vermijden. Dan zul je je naaste kunnen vinden als een schat in de akker, die als een parel ook uw leven weer glans kan geven.

Waar die schat te vinden is? In het Poolse Krakau woonde eens een rabbi. Hij heette Rabbi Eisik, de zoon van Jekel. Op een nacht kreeg hij een droom die hem vertelde dat er een schat begraven lag onder de brug van het koninklijk paleis. De volgende dag – in alle vroegte – is hij naar het koninklijk paleis gegaan. Maar helaas bewaakten soldaten de brug. Die zagen hem rond de brug zwerven. Ze vertrouwden hem niet en ze namen hem gevangen. Toen vertelde Rabbi Eisik van zijn droom. ‘Ik droomde dat er een schat onder de brug naar het paleis van de koning begraven ligt’. Lachend lieten de soldaten hem vrij.

De kapitein zei: “Arme kerel, op de weg hierheen heb je bijna de zolen van je schoenen versleten van dat stuk dat je gelopen hebt. Weet je, ook ik heb vannacht gedroomd dat er een schat lag, en wel in Krakau. Hij is begraven onder de haard van een man die Eisik heet. Denk je dat ik nu naar Krakau ga? De helft van de mensen in Polen heet daar Eisik!’. Rabbi Eisik begreep hem en boog zijn hoofd en liep toen snel naar huis en groef daar de schat op die onder zijn eigen haard begraven lag…

Wat een mooi verhaal. Stel je voor: de schat van je leven ligt begraven onder je eigen haard! Die kostbare parel ligt binnen je handbereik! Een schat die zichtbaar wordt en zich laat opgraven waar wij elkaar in geloof, hoop en liefde nabij zijn. Want de schat waar we in ons leven naar zoeken is niet ‘iets’ maar altijd ‘iemand’. En is zo’n schat niet de moeite waard om daar alles voor prijs te geven? Misschien, nu de tv-uitzendingen van Amstelland gestopt zijn, dat wij weer ervaren dat er ook een grote schat in de kerk ligt, in het huis van God.

Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam
locatie: Augustinus

VRUCHT DRAGEN

Zondag 12 juli 2020
Vijftiende zondag door het jaar – A
 Jesaia 55:10-11,
Romeinen 8:18-23 en
Matteüs 13:1-23
Ambro Bakker s.m.a.

 

Het evangelie van vandaag begint met de zin: ‘Op zekere dag verliet Jezus zijn huis en ging aan de oever van het meer zitten’. En ik zie Hem daar zitten: te midden van de natuur, in alle stilte. Een uitstekende plek om te mijmeren, om na te denken, om even te vertoeven bij zijn hemelse Vader. Maar de mensen gunnen Hem die rust niet. Zee hebben al zoveel over Jezus van Nazareth gehoord, dat hun verwachtingen hooggespannen zijn. Jezus heeft het voortdurend over een Hemelse Koninkrijk vol Gerechtigheid. Wanneer komt Hij met die nieuwe hemelse wereld. Komt er nog wat van? Omwille van die grote menigte die zich verzameld heeft, moet Jezus in een boot stappen, om vanaf de boot het volk toe te spreken. Een betekenisvolle plaats: preken vanaf het water, symbool van leven en dood. Lees “VRUCHT DRAGEN” verder

WEES NIET BANG

zondag 21 juni 2020
De Goede Herder – Amsterdam
12de zondag door het jaar – A
Lezingen: Jeremia 20:1—13 en Matteüs 10:26-33

Inleiding op de viering

wees niet bangHet evangelie begint vandaag met: ‘In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen: Weest niet bang’. We hoeven niet bang te zijn. Er schijnt zelfs iemand uitgerekend te hebben dat de aansporing ‘Wees niet bang’ in de Bijbel maar liefst 365 keer voorkomt. Het gaat dan ook om de varianten: vrees niet, wees niet angstig, laat uw hart niet verontrust worden, heb geen schrik, laat u niet ontmoedigen, wees niet ontsteld, houd moed en Ik zal je helpen. Lees “WEES NIET BANG” verder

HONDERD JAAR LATIJNS PAROCHIEKOOR

Hoogfeest van het Heilig Sacrament
1 Korintiërs 10:16-17 en
Johannes 6:51-58

Inleiding

Beste parochianen en al diegenen die vanmorgen met ons verbonden zijn. Van harte mag ik u welkom heten bij deze viering op Sacramentsdag. Sacramentsdag vindt zijn oorsprong midden in de Lijdensweek, en wel op Witte Donderdag. Daar vierde Jezus met zijn leerlingen het Laatste Avondmaal en gaf zichzelf in gebroken brood en een beker uitgegoten wijn. Vandaag vieren wij de gebeurtenis van Witte Donderdag op-nieuw. Maar dan feestelijker. Normaal trekken, vooral in de zuidelijke provincies, de feestelijke sacramentsoptochten. Maar in deze coronatijd gaan ook die feestelijke vaak drukbezochte processies helaas niet door. Toch vieren wij vandaag opnieuw het feest van het Heilig Sacrament.

Vandaag vieren wij ook het feest van ons Latijns Parochiekoor. Dit koor viert haar honderdjarig bestaan. Al meer dan een jaar heeft het koor zich voorbereid op dit eeuwfeest dat een knalfeest zou moeten worden. De werkelijkheid is anders: ook al leden van ons jubilerende Latijns Parochiekoor volgen de viering via Amstelland-Tv thuis mee. Fijn dat we daar de gelegenheid voor hebben. Degenen die deze uitzending verzorgen, zijn we daar heel dankbaar voor. Is honderd jaar veel? De Augustinusparochie bestaat dit jaar maar liefst 385 jaar. De voorgeschiedenis van het Latijns Parochiekoor is dus al 285 jaar. Wat een geschiedenis!
LPK 1940
U ziet hier nu twee foto’s van de afgelopen eeuw. Een oudere en een nieuwe foto. En u ziet dat op de eerste oudere foto het koor alleen bestaat uit mannen. En dat het kinderkoor alleen jongens kende. Op de nieuwe foto ziet u dat ook vrouwen lid geworden zijn van het Parochiekoor. En van het kinderkoor zijn de meeste leden geen jongens meer maar meisjes. Maar ja: ‘tempora mutantur, nos et mutamur in illis’ (de tijden veranderen en wij veranderen mee) Trouwens ook dit koor zou vandaag feest moeten hebben, want dit jaar bestaat ze 50 jaar. Ook hen van harte proficiat. Ik wens u een goede inspirerende viering toe.

Verkondiging

Latijns Parochiekoor

ONS LATIJNS PAROCHIEKOOR 100 JAAR

Ons Latijnse parochie viert haar honderdjarig bestaan. Dat zouden we vandaag feestelijk gaan vieren. Maar daar heeft de coronavirus weer een stokje voor gestoken. Het feest is intussen verplaatst naar 2021. Maar het koor viert in deze dagen zelf een feest, op afstand, met vele anderhalve meters. Gisteren werd het feest samen gevierd, maar wel op een heel bijzondere manier: in kleine groepjes die onderling weer via telefoon en beelden met elkaar verbonden zijn. Zo werd het toch een bescheiden maar wel een bijzondere verbondenheid.

Vandaag besteden we ook aandacht aan dit jubileum, maar op een gepaste en bescheiden wijze. Wat kan ik vertellen over ons koor? Vaak vergelijk ik een koor met het orgel. Daar speelt elke orgelpijp mee in het grotere geheel. Loze of stomme pijpen zitten er niet in! En dan mijmer ik verder en denk: kon ik maar als pastoor achter de speeltafel zitten van een gemeenschapsorgel, waarin álle stemmen meedoen! Wat zou het ‘n feestorgel zonder weerga worden! De goddelijke blaasbalg zou de heilige Geest zijn, die als een frisse wind door de parochies waait, en. God mag daarbij onze motor zijn. De partituur zouden we kunnen vinden in de H. Schrift. En met genoegen zou ik als pastoor af en toe gebruik willen maken van de zweltrede!

Maar niet alleen in het koor, onze hele geloofsgemeenschap zit eigenlijk hetzelfde in elkaar als een orgel. Sommige parochianen zijn heel zichtbaar, zitten in het front, andere parochianen zitten diep in de kast verscholen. Het zijn de kleine kinderstemmetjes, de basstemmen van bejaarde mensen, de hoge stemmen van meisjes en vrouwen, de tenorstemmen van de mannen. Zo kunnen wij, helaas nu niet, God be-zingen met een dankbaar hart: ‘met psalmen, hymnen en liederen, ingegeven door de heilige Geest’ (Colossenzen 3:16)

Elk orgel moet van tijd tot tijd ook in de revisie of worden gestemd. Zo moet ook onze geloofsgemeenschap af en toe in de revisie en moet worden afgestemd op de eer aan Gods en onze dienst aan onze naasten. Dat gebeurt vooral door te luisteren naar het Woord van God, door gebed, het zingen van lofrijke liederen en het samen breken van het brood tot Zijn gedachtenis. En daarmee zitten we in het hart van vandaag: Sacramentsdag. Vanaf vandaag mag er weer communie worden uitgereikt. En dan niet op de bekende manier. In deze Coronatijd letten we goed op de ander-halve meter afstand, en de communie zullen we op een heel andere manier uitdelen. Daar zullen wij u de komende weken over berichten.

MIJN VLEES IS ECHT VOEDSEL

processie Sacramentsdag

Met de Eucharistie moeten we bijzonder voorzichtig zijn. Bij de Communie is er sprake van een concrete ontmoeting met de komst van de Heer. Niet voor niets is de Eucharistie de bron van álle koren. Wij moeten daar bijzonder zuinig mee zijn. Nou staan Hollanders wel bekend om hun zuinigheid. In zekere zin zijn we ook zuinig. Zeker op onze kostbare spullen. Er mag geen deukje komen in onze auto, er mag geen vlekje komen op onze nieuwe pak of jurk. Er mag geen scheurtje komen in het nieuwe behang. Vaak hoor je ouders tegen kinderen zeggen: ‘wees er voorzichtig mee, want het is niet van jou’. Dat begrijp ik niet, want als het wél van jou was, zou je er veel zuiniger mee zijn.

Er zijn veel dingen waar we zuinig op zijn, omdat ze heilig voor ons zijn. Een van die dingen waar we heel zuinig op zijn, is voor velen het Allerheiligst. Zo noemen we dat ook: het Allerheiligste! Velen van u kennen ongetwijfeld de oude verhalen over Eerstecommunicanten, voor wie het feest niet doorging, omdat het kind zonder erg wat water had gedronken. En vroeger raakte alleen de priester de hostie aan. Hij deed de deur van het tabernakel open zonder duim en wijsvinger te gebruiken, want daar had hij de hostie mee vastgehouden. De bladzijden van het missaal sloeg hij nooit om met duim en wijsvingers, maar met de andere vingers. Zo heilig was dat Allerheiligste,

Dat mag allemaal wat overdreven zijn, maar de vraag is of we niet te veel de andere kant uit zijn gegaan. Tijdens de voorbereiding op een huwelijk, vroeg een bruid eens aan me: ‘moet ik dat ding, hoe heet dat ook al weer, een hostie geloof ik, gelijk in mijn mond steken of moet ik wachten totdat mijn vriend dat ook doet?’ Het is geen verwijt aan dat meisje, maar het is een ernstige vraag aan onszelf. Hoe hebben wij de laatste vijftig jaar dat Allerheiligste aan onze kinderen doorgegeven?

Nou is er de laatste jaren veel veranderd, gelukkig ook veel ten goede. We gaan wat minder kwezelachtig met ons geloof om. En gewijde of ongewijde handen? Elke hand wordt gewijd die vol geloof de Heer ontvangt en doorgeeft. Want zo houden wij Jezus levend in ons midden. Zo krijgt Hij handen in voeten, heel concreet, in ons eigen bestaan. Als we ter communie gaan, ontvangen we geen stukje van Jezus, maar het is de uitnodiging om – al etend en drinkend, gevoed te worden door Jezus’ mentaliteit. Niet voor niets zegt Jezus: ‘als je aan het altaar komt, en je herinnert je, dat iemand iets tegen je heeft, laat dan je gaven bij het altaar achter en ga je eerst met je broeder verzoenen, en kom dan terug’ (Matteüs 5:20-26)

Het Evangelie van vandaag is eigenlijk maar kort. Maar in deze acht verzen wordt niet minder dan negenmaal over ‘Leven’ gesproken. Dat zegt eigenlijk álles over de levenshouding van Jezus. Hij was zo overtuigd van de mogelijkheden die in elk mens aanwezig zijn, dat Hij het niet kon aanzien als iemand verpieterde. In zo iemand wilde Jezus als het ware zijn eigen levensadem inblazen. Om in leven te blijven moet je eten en drinken. Maar om geestelijk te blijven leven heb je ook voedsel nodig. Jezus wilde niets liever dan zelf dit voedsel zijn. Hij zegt dat ook: ‘Als u het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u het leven niet in u. Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en Ik in hem’ (Johannes 6:52-59)

Ik heb eens een jonge moeder begraven. Na een tijd van opstandigheid was zij tot berusting gekomen. Zij had de dood in haar leven aanvaard. Alleen één ding kon ze bijna niet aanvaarden. In haar laatste uur fluisterde ze nog: ‘Wat zou ik nog graag bij mijn kinderen blijven. Ze hebben me nog zo nodig, vooral de kleinste. Ik zou nog graag bij hen blijven en voor hen zorgen’. Dat was ook de grote verzuchting van Jezus. Hij wist hoe zijn vrienden en vriendinnen achterbleven als schapen zonder herder. Wat die moeder niet kon, heeft Jezus wel kunnen doen. In zijn liefde heeft Jezus het uiterste gedaan wat Hij doen kon. Hij zei: ‘Ik laat jullie niet als wezen achter. Ik zal bij jullie blijven’ (Johannes 5:14-18)

Hij nam toen het brood in zijn handen en zei: ‘Dit is mijn lichaam gebroken voor jullie’. Hij nam een beker fonkelrode wijn en zei: ‘Mijn bloed, voor jullie vergoten, zelfs voor hen die mijn bloed wel kunnen drinken’. De grote theoloog Thomas van Aquino noemt Jezus: ‘Pie Pelicane’. De legende vertelt dat de pelikaan, als zij in de woestijn geen voedsel meer kan vinden voor haar jongen, met haar bek haar borst opent, om met haar eigen bloed, haar jong tot voedsel te dienen. Zelfs al kostte haar dat haar leven.

Tot viermaal toe wordt vanmorgen in het evangelie ook over Bloed gesproken. Dat heeft alles te maken met de dood van Jezus. Zó opkomen voor anderen, zoals Hij gedaan heeft, kan ingrijpende gevolgen hebben. Maar laat je niet afschrikken, want zelf in het uur van zijn dood ging het bij Jezus nog om de dood, maar om het léven. Eucharistie vieren betekent dat je van God het Leven krijgt en het Leven aan elkaar doorgeeft. Dat is een hele mond vol. Maar het betekent dat je het aandurft om je te laten volstromen met de Geest van Jezus Christus. Dat je leeft voor anderen, bevrijdend, bruisend, voluit.

Vanaf nu krijgen we, zolang als het goed gaat, weer bij de communie van dat gewone/ongewone brood. Om ons duidelijk te maken dat een mens niet leeft van brood alleen, laat staan van louter koekjes van je eigen deeg! Wie bij het ontvangen van het Lichaam van Christus ‘Ja en amen’ zegt, weet dat daar de nodige consequenties aan verbonden zijn. Het is ‘Ja en amen’ zeggen tegen ons omgaan met God en ons omgaan met elkaar. Het is ‘Ja en amen’ zeggen tegen het leven. ‘Ja en amen’ zeggen tegen de opdracht van Jezus om in zijn Naam met elkaar het levensbrood te breken en te delen. Dichtbij en op wereldschaal. Neemt en eet. Komt gerust, maar weet wel wat je dan als Zijn volgeling te doen staat! Want, iedereen mag het zien en weten dat wij bij de Communie samenkomen rond onze Verrezen Heer, die voor ons het Brood van het Leven is geworden, en het voedsel voor onderweg naar God is!

Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam

GOD ALLEMACHTIG

donderdag 21 mei 2020
Hemelvaart van de Heer – A
Handelingen 1:1-11,
Efeziërs 1:17-23 en
Matteüs 28:16-20
Ambro Bakker s.m.a.

Zo waarlijk helpe mij God almachtigDe leerlingen komen samen in Galilea om Jezus voor het laatst te ontmoeten. Het is dezelfde plek waar Jezus aan het begin van zijn openbaar leven de acht zaligheden (de Bergrede) heeft gegeven. Hier heeft Hij ook zijn laatste gesprek. Hij geeft zijn leerlingen een allesomvattende opdracht. Hij zegt: ‘Gaat straks allen heen en maakt alle volkeren tot Mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat ik u bevolen heb’.

Er is ook iets anders wat Jezus zegt, wat bij mij vragen oproept. Op de berg waarop Jezus aan het begin van zijn openbaar leven de zaligsprekingen heeft gegeven, horen we Hem vandaag ook zeggen: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde’. Dat woord macht (exousia) is een typisch Matteüs-woord. Het Woord ‘macht’ klinkt ook in onze hedendaagse oren heel verdacht. Waarschijnlijk klonk het woord in de oren van Jezus’ tijdgenoten nóg verdachter! Wij hebben het voordeel van enkele eeuwen democratie. Via allerlei wetten proberen wij de macht binnen de grenzen te houden. Dat lukt niet altijd. Steeds weer horen wij over mensen die hun politieke, mystieke, financiële, fysieke, militaire, artistieke of welke andere macht dan ook misbruiken. En op veel plaatsen is het erger dan bij ons. Op zoveel plaatsen in de wereld worden medemensen gemarteld, gegijzeld, opgerold, doodgeschoten of eenvoudigweg genegeerd, omdat ze niet, of juist wel, kunnen lezen of schrijven, omdat ze kunnen denken en redeneren, en daarom een gevaar vormen voor hen die macht hebben. Lees “GOD ALLEMACHTIG” verder

MET ZIJN ALLEN IN DE BIJSTAND

zondag 17 mei 2020
6e zondag van Pasen – A
Handelingen 8:5-8+14-17,
1 Petrus 3:15-18 en
Johannes 14:15-21
Ambro Bakker s.m.a.

belofte van de H.GeestWe komen steeds dichter bij het feest van Pinksteren. a.s. donderdag is het Hemelvaartsdag. Jezus gaat dan terug naar zijn Vader in de hemel. Hij begint vandaag afscheid te nemen. Je merkt dat aan de lezingen van vandaag: de gaven van de Geest, de belofte van de Geest, en de toezegging dat er een Helper zal zijn om ons, geestelijke Bijstand te verlenen, nu Jezus de aarde verlaten heeft.

Nou heeft het woord Bijstand een nare klank gekregen. Leven van de Bijstand maakt je niet bepaald vrolijk. Het betekent leven van een minimum, het allernoodzakelijkste, maar absoluut niet meer dan dat. Aan het einde van je geld een stukje maand overhouden, dat kan rampzalig zijn.

Lees “MET ZIJN ALLEN IN DE BIJSTAND” verder

IK ZIE IK ZIE WAT JIJ NIET ZIET

zondag 10 mei 2020
5e zondag van Pasen – A
1 Petrus 2:4-9 en
Johannes 14:1-12
Ambro Bakker s.m.a.

Beste parochianen en alle andere mensen,
van harte wil ik u thuis van harte welkom heten bij deze eucharistieviering in de Goede Herder.
Vandaag is het groot feest, want het is moederdag. Gistermiddag kwam er een vader met zijn dochter van acht bij me aanbellen. De dochter had een gedichtje voor haar moeder uitgekozen, en ze wilde mij dat eerst laten lezen: of ik het ook mooi vond. Ik zei tegen haar: het is voor mij het mooiste gedicht dat ik ooit met Moederdag gehoord heb. Vanmorgen om tien voor zes, terwijl moeder en vader nog in bed lagen, heeft ze gedichtje voorgelezen en daarna bij moeder en vader in bed gekropen. En het is zo mooi dat ik dit gedichtje op Moederdag ook aan u wil doorgeven. Lees “IK ZIE IK ZIE WAT JIJ NIET ZIET” verder