HET LEVEN TREKT SMALLE KRINGEN

vrijdag 10 april 2020
Goede Vrijdag
Jesaia 52:13-53:12 ,
Hebr.4:14-16+5:7-9 en
Johannes 18:1-19:42
Ambro Bakker s.m.a.

Goede VrijdagHebt u dat weleens meegemaakt: dat mensen jou geweldig vonden, interessant, de moeite waard, en dat je naderhand door diezelfde mensen werd afgemaakt? Dat ze zeiden: hij kan doodvallen! Hij met z’n smoesjes, hij met z’n verhalen, hij met z’n God. Die dingen gebeuren. Er was eens een man die ze koning noemde, enkele dagen later werd Hij verkocht voor 30 zilverlingen. Jezus van Nazareth: zijn lot speelde zich af in een uithoek van de wereld. Hoe hij stierf, is exact te beschrijven. Hij werd gekruisigd: een paal rechtop, met een dwarsbalk, een soort T. De voeten vastgebonden of vastgespijkerd aan de stam. Dood door uitputting, honger, dorst, horzels en muggen. Honderden mensen stonden rond Zijn kruis: verbijsterd, spottend, nieuwsgierig, onbenullig.

Daar hang je dan, Koning der Joden! Normaal leefden mensen nog zo’n twee of drie dagen voordat ze stierven. Bij Jezus ging dat nogal vlug, duurde niet langer dan ‘n uur of zes. De plaats waar ‘t gebeurde, heet Golgotha, Schedelplaats. Het was zoiets als een vuilnisbelt van een moderne oosterse stad. Hij werd ter dood veroordeeld als een ketter. ‘Hij heeft God gelasterd, Hij is tegen de tempel!’, riepen de religieuze leiders van het land. En als één stem schreeuwden ze: ‘Hij is tegen de keizer, tegen de bezetter, tegen de gevestigde orde! Hij is een politiek avonturier!’ Maar de Romeinse bezetter tilt er niet zo zwaar aan, heeft eigenlijk medelijden met Hem, maar geeft uiteindelijk wel toe: elk volk wil op zijn tijd brood en spelen! De spot drijven met iemand, iemand aan het kruis nagelen, voor paal laten staan. Die dingen gebeuren dichterbij dan je denkt. Hoe vaak spelen wij zelf ‘n spel met mensen en verdobbelen wij elkaars bezittingen?

Jezus van Nazareth, geboren in Bethlehem, op 33-jarige leeftijd overleden. Het was geen vage droom die Hij voorstond, geen ver en onbereikbaar ideaal. Hij zei: ‘Het heil van God ligt in handen van mensen’ Dat was wat Hij wilde zeggen. En niet alleen in Galilea, maar over heel de wereld klinkt na 2000 jaar nog zijn stem: ‘Laat uw hart niet verontrust worden of kleinmoedig. Ik ga van u weg, maar Ik kom weer bij u terug’. En de hoop groeit waar mensen elkaar verhalen vertellen over Jezus, ter herinnering, ter bemoediging. Het zal ons vergaan zoals dat vergaan is met Hem. In de Lijdensweek gaat het verhaal over de Gekruisigde, maar niet minder over onszelf. We horen verhalen over de liefde die het tóch wint van elke haat. Dat is aangetoond door Hem die tegen ons zegt: mensen als jullie maar willen, dan kunnen jullie het. Want jullie zijn onvervangbare wezens en jullie kunnen het zelfs winnen van de dood!

Met Pasen gaat het om een mens die geleefd heeft als geen ander; die bad en vocht en zichzelf terugvond als vriend, als broer, als huisgenoot, als vreemdeling. Iemand die zó in God geloofde dat Hij ernaar handelde. Van diezelfde God kreeg Hij te horen: ‘Je bent mijn Zoon, mijn Welbeminde, Je lijkt op Mij!’ Maar de stem die duizenden meesleepte moet worden gesmoord. De bomen moeten kaal voor de nieuwe lente. De graankorrel moet in de grond wil hij vruchtbaar voortbestaan. Het wrede mensenverhaal moet ten einde voor het definitieve begin. Zie hoe de rechtvaardige sterft en wie neemt het ter harte? Onschuldigen worden vermoord, en komt er iemand tot inzicht? ‘Mijn volk, wat heb Ik u gedaan, of waarmee u bedroefd? Antwoord Mij’. De liefde van een mens is niet te begraven, niet met aarde toe te dekken, of als as uit een urn door de wind weg te blazen.

De liefde van een mens, aan de aarde toevertrouwd, schiet overal op tussen mensen. Je ziet het bij Jezus. Hij is dood. Hij is in handen van mensen gevallen en ze hebben hem omgebracht. Hij is dood. Dat kan de sceptische conclusie zijn van iemand die dit uur het lijdensverhaal heeft aanhoord en toch niets ziet veranderen in de gangbare lauwheid van de wereld. Maar het kan ook Evangelie zijn, verkondiging van de Blijde Boodschap. Het evangelie van Goede Vrijdag, de stille verkondiging van de dood, maar ook de verrijzenis van de Heer.

Het leven trekt smalle kringen. Liefde, wat wijn, wat brood, zon en witte kleren, duizenden kleine dingen. Worden ze begraven, voorgoed begraven. Is er geen denken noch doen meer, geen weten, geen wijsheid, alleen vergetelheid en donkere diepte. Of blijft er iets in ons zingen? Blijft alles zingen? Is sterven een doods graf of een nieuwe moederschoot? Wij hebben vanavond het lijdensverhaal gelezen – niet om straks triest uit elkaar te gaan. Het lijdensverhaal is door de evangelisten opgetekend om ons te bemoedigen. Het kruis mag ons niet neerslachtig maken, ook niet in deze Coronatijd, we mogen ons aan het Kruis optrekken. Dat ongerijmde kruis is ook vaak een teken dat er iets nieuws in aantocht is. Het is ook een teken van hoop, want op een of andere manier komt er nieuw leven uit voort. De trouw van de Rechtvaardige. Nog steeds straalt er na tweeduizend jaar, een kracht van het kruis van Jezus Christus.

In deze dagen klinkt overal de Matteüspassion van Bach. Die eindigt met het schitterende slotkoor: ‘Wir setzen uns in Tränen nieder’. Maar de beste manier om iemands gedachtenis te vieren, is niet huilend bij zijn graf te blijven zitten, maar op weg te gaan om de idealen waarvoor hij of zij heeft gestaan te verwerkelijken: tot gedachtenis aan Hem. Jezus Messias.

Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam

DOET DIT TOT MIJN GEDACHTENIS

donderdag 9 april 2020
Witte Donderdag
Exodus 12:1-8+11-14 ,
1 Korintiërs 11:23-26 en
Johannes 13:1-15
Ambro Bakker s.m.a.

voetwassingVanavond een merkwaardig verhaal van de evangelist Johannes. Bij hem, staat op Witte Donderdag, niet de maaltijd (brood en wijn) centraal, maar de voetwassing. We zien Jezus niet in de rol van een voorname gastheer, die naar de ogen wordt gekeken, maar een man op de knieën, die de voeten van zijn leerlingen wast, het werk van een slaaf. Waar komt die voetwassing vandaan en waarom deze voorname plaats??

Lees “DOET DIT TOT MIJN GEDACHTENIS” verder

HET VERHAAL VAN JESJOEA, KNORREPOT EN HEMELTJELIEF

Palmzondag 5 april 2020

ezeltjeHet verhaaltje dat ik jullie ga vertellen gaat over een jongetje en zijn ezeltje. Het jongetje heette Jesjoea en zijn ezeltje Hemeltjelief. Ze woonden aan de rand van het bos in een hutje bij een oude man. Die oude man heette Knorrepot, maar hij knorde heus niet elke dag, maar alleen als hij met zijn verkeerde been uit bed was gestapt! Jesjoea en zijn ezeltje hadden het best naar hun zin bij Knorrepot. Ze hielpen hem door sprokkelhout uit het bos te halen voor de kachel en het fornuis. Ook haalden ze water, want een kraan hadden ze niet in het hutje. Dan moesten Jesjoea en Hemeltjelief helemaal naar de rivier lopen! Bij het hutje was ‘n stal voor de ezel. Die had Jesjoea zelf getimmerd. Ze waren dikke vrienden: Jesjoea en Hemeltjelief! Ook de oude Knorrepot was blij dat hij een beetje gezelschap had, want alleen is maar alleen, zei Knorrepot vaak. Lees “HET VERHAAL VAN JESJOEA, KNORREPOT EN HEMELTJELIEF” verder

EEN GOEDE, HEILIGE EN STILLE WEEK

zondag 5 april
Palmzondag
Jesaja 50:4-7,
Filippenzen 2:6-11 en
Matteüs 21:1-11
Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam

intocht in JerusalemVandaag begint de Goede Week, die ook wel de Lijdensweek, de Heilige Week of de Stille week genoemd wordt. Dat het dit jaar een Stille Week zal worden, is mij wel overduidelijk. Anderhalve meter van elkaar en het liefst zoveel mogelijk thuisblijven, zelfs met dit mooie weer van vandaag. Een Stille Week. In de 50 jaar dat ik nu priester ben, heb ik eigenlijk nooit een Stille Week mogen meemaken. Want normaal zijn de kerken dan goed gevuld en is het een en al bedrijvigheid. Een drukte van belang. En als dan tenslotte op Paasmorgen het luidkeels klinkt ‘Alleluja, want de Heer is waarlijk opgestaan’, dan denk ik: ik ga liever vanmiddag een uurtje op de bank liggen, om daarna weer op te staan voor het gezamenlijke Paasmaal met mijn familie. Lees “EEN GOEDE, HEILIGE EN STILLE WEEK” verder

ZIEN EN GEZIEN WORDEN

Vierde zondag van de Veertigdagentijd A
22 maart 2020
Titus Brandsmakerk en RTVA
1 Samuel 16, 1b.6-7.10-13a
Efeze 5, 8-14
Johannes 9, 1-41
Pastor Paul Koopman

De kunst van het zien is wellicht het belangrijkste wat we in dit leven te leren hebben. Zien, echt zien, is veel meer dan kijken. Kijken gaat vaak samen met beoordelen, met een kritische blik. Een ander kan zich dan ook bekeken voelen, en dat voelt niet goed. Zien is wat anders. De ander echt zien gebeurt met de ogen van het hart. De liefde stuurt de blik. “Delf mijn gezicht op”, dichtte Huub Oosterhuis. In die liefdevolle blik wordt de ander gezegend, mag volledig mens worden. Liefde maakt blind, is een gezegde. Maar in werkelijkheid opent de liefde ook onze ogen voor elkaar.

Gezien wordenGezien worden, dat is waar elk mens behoefte aan heeft. Werkelijk gezien worden is ont-moeten. Er moet niets. Je beperkingen en schaduwkanten, die je zelf maar moeilijk kunt accepteren, mogen er bij die ander in de ontmoeting gewoon zijn. Een onvoorstelbare ervaring. Liefde zonder allerlei voorwaarden of eisen. Mensen die niet gezien worden, groeien scheef. Mensen die echt gezien worden, worden als het ware opnieuw geboren.

Je onvoorwaardelijk geliefd weten is haast een goddelijke ervaring. Je bevindt je op heilige grond. Net als Jezus toen hij gedoopt werd in de Jordaan en later bij zijn visioen op de berg Tabor. Een stem uit de hemel riep hem toe: jij bent mijn geliefde zoon. Deze stem zette hem op weg om heel zijn leven te wijden aan het doen van zijn vaders wil, de liefde doorgeven.

Net als Jezus mogen ook wij ons geliefde zonen of dochters van God weten (Henri Nouwen). En in Jezus’ spoor proberen ook wij, als Gods grondpersoneel, iets van zijn liefde te laten doorstralen in ons leven, naar de mensen om ons heen. En dat begint meestal met een ander echt zien. Zoals Levinas zei: we ontmoeten God in de ogen van de ander. Als we ons eerlijk openen, zien we ook de pijn van de ander. “Raak de wonden aan”, zal Tomas Halik later zeggen. Een kerk die zich afsluit van de nood van de wereld, is niet langer waard kerk te heten. Paus Franciscus vergelijkt de kerk met een veldhospitaal. Onze roeping is het ons te laten raken door de pijn van de ander. Die pijn is er, helaas, in overvloed. En dat laten raken begint meestal in het klein, in de ontmoeting met wie op jouw weg gezet wordt. En dat eindigt nooit, hoe oud je ook bent.

Hoe reageer je wanneer er een wonder gebeurt, wanneer je meemaakt dat een ander gaat zien? In het evangelieverhaal van Johannes dat we zojuist hoorden, geneest Jezus een blinde. En we horen het commentaar van de omstanders. Allereerst dat van de Farizeeën. Deze hebben geen oog voor het geloof en de liefde die hier in het spel zijn, maar zijn vooral geïnteresseerd in hun eigen regels. In dit geval de regel van de sabbat die in hun ogen door Jezus wordt geschonden. Dan kan het nooit van God komen!

Ook de groep omstanders die door Johannes wordt aangeduid als de Joden, wil niet geloven dat deze man werkelijk blind was en nu genezen. Ze proberen zijn ouders als getuigen op te roepen, om zelf maar niet te hoeven geloven. Wie niet open staat voor het mysterie van het leven, zal nooit echt zien.

In de eerste lezing horen we dat God anders ziet dan wij mensen gewend zijn. Hij ziet niet het grote, het voorname, het uiterlijk. Hij kijkt naar het kleine, het kwetsbare, het innerlijk. Zo ook Jezus. Ik ben niet gekomen voor de gezonden, zei Hij, maar voor de zieken. Maria zong al in het Magnificat: machtigen stoot Hij van hun troon, maar de kleinen zal Hij verheffen.

De blinde man had een bijzondere ontmoeting met het licht der wereld. En hij werd ziende. Hij noemt hem profeet, man van God, Mensenzoon. Hoe staat het met onze ogen? Zijn wij in staat in Jezus het licht der wereld te zien of blijven we hiervoor blind zoals de Farizeeën? Wij vieren vandaag zondag Laetare, verheug u! Wij zijn halfweg op onze tocht naar Pasen. Wij horen deze zondagen wie Jezus in de ogen van Johannes is. Hij is levend water, hoorden we vorig week. Vandaag is de boodschap: hij is het licht voor ons leven. Volgende week zullen we horen: Hij is het leven zelf.

Paulus roept ons in zijn brief aan de Efesiërs op ons te gedragen als bevrijde mensen. Net als de blinde man waart gij eens in de duisternis, zegt Paulus. Maar nu gij het licht hebt mogen zien, leeft dan ook als kinderen van het licht. “Ontwaakt gij die slaapt, sta op uit de dood, en Christus zal over u lichten”, zegt een lied.

Zijn we in staat de ander als een wonder te zien? En durven we ons door de ander te laten raken? Bidden we dat er altijd engelen in ons leven mogen zijn, in het bijzonder wanneer het leven echt moeilijk wordt. En dat we ook zelf af en toe als een engel mogen zijn in het leven van een ander of sommige anderen. Om de liefde door te geven. Juist ook in deze moeilijke dagen van het coronavirus. Amen.

PLK

IK BEN DE BRON VAN LEVEND WATER

zondag 15 maart 2020
uitgezonden viering vanuit Noorddamcentrum
Derde zondag van de 40 dagentijd – A
Exodus 17:3-7
Romeinen 5:1-2+5-8 en
Johannes 4:5-42

Jezus en de Samaritaanse vrouwOp drie zondagen lezen we drie lange evangelieverhalen uit het Johannesevangelie. Drie verhalen die worden gebruikt als onderricht voor de volwassenen die zich in de Paasnacht zullen laten dopen. Zo mogen zij deze weken kennismaken met Jezus als ‘Bron van Levend Water’. Volgend weekend krijgt Jezus de titel ‘Licht van de Wereld’ en over veertien dagen wordt Hij door Johannes voorgesteld als ‘de Verrijzenis en het Leven’. En het zijn deze drie titels die in de Paasnacht ook centraal zullen staan. Jezus als Levend Water, Jezus als Licht van de Wereld en Jezus, de Verrijzenis en het Leven.

Dit weekend wordt Jezus aan ons voorgesteld als ‘Bron van Levend Water’. Wij horen dat Hij midden op de dag, onder de verzengende middagzon, bij een waterput zit. Een vrouw van verdachte zeden komt waterputten. Dat doet ze midden op de dag, terwijl de zon hoog aan de hemel staat. Natuurlijk gaat ze niet tegen de avond naar de bron, als de zon weer laag staat. Want dan komen alle vrouwen uit het dorp water halen. En wat moet je dan als publieke vrouw? Wat zou dat weer een geroddel opleveren! Nee, ze komt liever als ze niemand aan de bron verwacht. Ze ziet dan een man bij de bron zitten. En die man begint een gesprek met haar. Natuurlijk dat er rode lichten gaan branden! Ze knipperen bij het leven.

Jezus en de Samaritaanse. Zij laten elkaar niet links liggen, gaan niet zwijgend aan elkaar voorbij. Er sprake van een échte ontmoeting. De vrouw, die talrijke contacten in haar leven had gehad, komt nu tot een écht contact. Iedereen benaderde haar vanuit bepaalde gedragscodes – met een hoer ga je immers niet om – zo had ze nooit zichzelf kunnen zijn. Wat een bevrijding! We praten zo gemakkelijk over heroïnehoertjes, over zwervers, inbrekers en moordenaars. We schuiven alles en iedereen op een grote hoop en voelen ons mijlen hoog boven hen verheven.

Maar soms kom je écht iemand tegen die écht in de problemen zit. Je komt bij mensen binnen – gewone mensen als u en ik. Ze zitten met hun handen in het haar, hun kind – hoe kon het ooit zover komen? ‘Pater, het was een kind zoals alle anderen: natuurlijk haalde hij af en toe kattenkwaad uit, zoals ieder kind. Nooit heb ik wat gemerkt, en nu dit!’ Het zou je kind maar wezen! Laten wij elkaar niets wijs maken: elk kind, ook jouw kind kan terechtkomen op dat grote menselijke vuilnisvat, waar je bijna niet meer uit komt, want de wereld heeft behoefte aan duidelijkheid. Eens gestolen en je blijft altijd een dief! Één geweldige miskleun in je leven en je hoeft nooit meer op in je dorp terug te keren. Je hoort er niet meer bij. Je draagt een stempel. Eens je lichaam verkocht en je draagt je hele leven lang het stempel van een hoertje.’

Jezus accepteert dat niet. Hij loopt door onze gedragscodes heen, breekt die bewust af, ook al vragen de omstanders, en met name zijn vrienden, zich af of Hij niet weet dat hij met een hoertje in gesprek is, en met een Samaritaanse nog wel. Maar Jezus weet: het zou je eigen kind maar wezen! Ieder mens wordt door Hem uitgenodigd om de vuilnisbelt te verlaten. Zacheüs, de tollenaar, werd door Jezus bevrijd, omdat Jezus zich niet hield aan onze beelden en aan onze vaste patronen. Jezus heeft zich als geen ander beziggehouden met reclassering. Het zou je kind maar wezen!

Op het eerste gezicht zou je zeggen dat Jezus en de Samaritaanse vrouw ánders zijn geprogrammeerd. De vrouw spreekt over drinkwater, waarmee je je lichamelijke dorst lest. Jezus spreekt over het water dat eeuwig leven schenkt. Een indrukwekkende scène, dat wel. De vrouw is ten einde raad.

Jezus is op weg naar Jeruzalem, hoewel Hij weet wat Hem daar te wachten staat! Hij komt niet voor haar, zij komt wel voor Hem (met heel haar wanhoop en al haar verdriet. Ze heeft geen leven meer. Op de achtergrond voel je dat de duivel het gaat winnen. Je ziet het voor je. Dan die harde vreemde woorden van Jezus: ‘het brood is er niet voor de honden’. Want er zijn grenzen en jij staat erbuiten! Brood is er alleen voor de kinderen van Mijn eigen volk. Zij kan beter terugkeren naar waar ze vandaan komt. Terug over de grens. Maar juist nu richt zij zich op in stralend geloof: ‘Kruimels zijn er genoeg. Kruimels zijn ook brood, genade is genade’. De rollen worden omgedraaid. Gods genade kent geen grenzen.

Gods liefde is grenzeloos. Ook voor de Samaritanen, waar het Joodse volk niet zo gek op is. Zij wonen aan de andere kant van de Jordaan. Hun zonen en dochters zijn veelal met niet-joden getrouwd. Ze hebben de naam dat zij het niet zo nauw nemen met de regels en voorschriften van het Joodse Volk. Ze horen er eigenlijk niet bij. Maar Jezus discrimineert niet. Sterker nog, hij zoekt ze als eerste op! Hij vertelt het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. Priesters en Levieten van het eigen volk hebben het te druk en laten de man die door rovers overvallen is langs de weg liggen. Het is een Samaritaan die de helpende hand biedt en hem verzorgt

En vandaag horen we dat Hij vrijuit met een Samaritaanse in gesprek gaat. Jezus keert zich om en begeeft zich over de grens. Voor Hem is elk mens geschapen naar Gods Beeld en Gelijkenis. Hij doet niet mee aan dit spel van discrimineren en aan de kant zetten. Ik heb Hem nooit horen zeggen ‘willen jullie meer of minder Samaritanen?’ En zeker heeft Hij nooit gezegd: ‘Dat regel ik dan voor jullie!’

Voor Jezus bestaan er geen grenzen tussen mensen. Daarom heeft Hij geen moeite met de Samaritaanse en speldt haar niet vast op afkomst of beroep. En de Samaritaanse voelt dat aan. Je moet maar durven om je mond open te doen, als je net op je nummer, op je plaats bent gezet.

Een indrukwekkende scène. Speels en kattig weigert het dametje wat water. Jezus belooft haar dan water uit een bron die definitief haar dorst zal lessen. Giechelend houdt ze zich aanbevolen. Dat zou een makkie zijn. Nooit meer met emmers water hoeven te sjouwen. Dan zegt Jezus: ‘Ga uw man roepen’. Ze zegt: ‘Ik heb geen man’. ‘Terecht’, zegt Jezus, ‘want vijf mannen heb je gehad en diegene met wie je nu samenleeft is je man niet’. Dan gebeurt het wonder: de Samaritaanse laat zich oogsten en geeft zich over. Zij komt onder de indruk als Jezus haar verleden doorlicht. Met haar spraakwaterval ‘stroomt ze verder’. Het hele dorp haalt ze erbij, waarschijnlijk de mannen het eerst. Dat is het bevrijdende van het optreden van Jezus. Hij handelt nooit vanuit voorgeprogram­meerde gedragscodes. Zo wordt Hij letterlijk de Bevrijder van mensen die door anderen allang in de hoek zijn getrapt, op de vuilnisbelt gegooid. Het zal je dochter, het zal je zoon, het zal je kind maar wezen!

Jezus vraagt van ons dat wij, als wij teruggebracht zijn naar de waterbronnen van het leven, dat wij op onze beurt weer stromend van leven zijn voor mensen die in het leven zich hebben laten klemrijden of klemgereden worden. Bron van levend water: wij mogen dat levend water doorgeven, op de eerste plaats aan hen die in het leven bijna uitgedroogd en verlept zijn, die in het leven letterlijk hun oren al hebben laten hangen.

En is het u ook opgevallen dat in het evangelie de naam van de vrouw niet wordt genoemd? Zoals ook niet de naam van de man die volgend weekend door Jezus van zijn blindheid wordt genezen. Het is alsof de evangelist Johannes horen zeggen: ‘als je wilt en kunt, vul in de tekst je eigen naam maar in. Want het gaat ook om ónze bekering. In het evangelie gaat het bijna nooit over buurman of buurvrouw, het verhaal gaat, ook vandaag, vooral over onszelf. We kunnen er heel wat van leren hoe ook wij zelf kunnen uitgroeien tot stromen van ‘Levend Water’.

Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam
pastoor RK Amstelland

WOORD TER BEMOEDIGING – coronavirus

Beste parochianen,

coronaviruswij leven in een onzekere tijd. Het corona­virus lijkt de samenleving tot stilstand te brengen. Veel mensen maken zich zorgen. Op dit moment leeft veel onzekerheid: hoe­veel mensen zullen ziek worden, hoeveel mensen zullen door het virus sterven, hoeveel mensen zullen zich in deze weken van sociale onthouding extra eenzaam voelen, en wat betekent het virus voor de werkgelegen­heid en onze bestaanszekerheid? Allemaal vragen waarop wij op dit moment geen antwoord op krijgen.

Om de verspreiding van het virus in te dammen, hebben de Nederlands bisschoppen een moeilijk besluit genomen. In het weekend worden in onze kerken, tenminste tot het einde van deze maand maart geen publieke liturgische viering meer gehouden. De eredienst aan God mag toch geen bron van besmetting worden. Maar deze maatregel heeft ook een andere kant. Het nodigt ons ook uit om op andere manieren onze verbondenheid met elkaar en met de Heer gestalte te geven. Wij stellen het heel erg op prijs dat de lokale omroep Amstelveen ons de gelegenheid geeft om zondagmorgen thuis deze viering te kunnen bijwonen. De eucharistievie­ring, waarin ondergetekende en pastor Dea Broersen voorgaan in het Noorddamcentrum, is niet toegankelijk voor parochianen, maar de mogelijkheid om met alle katholieke locaties van Amstelland via de tv in een en dezelfde viering met elkaar verbonden te zijn, zal bijdragen tot een toenemende verzustering en verbroedering.

In deze viering willen wij in het bijzonder bidden voor de mensen die getroffen zijn door het virus. Maar ook voor alle artsen en verpleegkundigen die dag in dag uit hard werken om de nood van zieken te lenigen. In kracht van het gebed zijn wij allen, juist in deze dagen, geroepen om anderen van dienst te zijn, heel bijzonder zieken, ouderen en eenzamen. Juist nu zijn wij uitgenodigd om met de woorden van paus Franciscus, gestalte te geven aan een cultuur van solidariteit en barmhartigheid. Hopelijk kunnen wij veel kwetsbare parochianen via telefoon of internet bijstaan. Laten wij, ook in deze tijd, elkaar nabij blijven, en er vooral zijn voor hen die er alleen voorstaan. Wij hopen en bidden dat wij ons veilig mogen blijven voelen bij elkaar en bij de goede God. In Christus toont God zijn onvoorwaardelijke liefde en trouw. In gebed blijven wij daarom bijzonder met elkaar verbonden. Namens het pastoresteam en de leden van ons parochiebestuur wensen wij u een zorgzame tijd toe. En in dit uur wensen wij u zondag ook een hartelijke inspirerende viering die vooral in het teken zal staan van de Derde Zondag van de Veertigdagentijd, waarin een ontmoeting plaatsvindt tussen Jezus en een publieke vrouw bij de bron.

Deken Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam
Pastoor RK Amstelland

Beste mensen,

We hebben te maken met heftige en ingrijpende situaties, wereldwijd, en ook in de Nederlandse maatschappij en het kerkelijk leven. De bisschoppen hebben zich gebogen over de ge-volgen voor de gelovigen in ons bisdom en is de volgende communicatie hier vanmorgen over uitgegaan.

In verband met de laatste ontwikkelingen rondom het Coronavirus (COVID-19), scherpen de bisschoppen in Nederland de al eerder getroffen maatregelen aan. Alle publieke liturgische vieringen op zaterdagavonden en zondagen worden tot dinsdag 31 maart afgelast. Hiermee sluiten de bisschoppen aan bij het recente advies van de overheid en het RIVM.

De bisschoppen begrijpen dat het feit dat de zondagsvieringen niet door kunnen gaan voor vele parochianen een moeilijk besluit is, maar vragen hierin om hun begrip en gebed. Zij wijzen op de mogelijkheid van de (eucharistie)viering door de week in doorgaans kleine groepen, de geestelijke communie: ‘door het verlangen om Christus te ontvangen, schenkt Hij ons ook door deze ‘geestelijke communie’ zijn genade.’ Ook vragen de bisschoppen om kerken waar mogelijk open te stellen en zo mensen de gelegenheid te bieden voor persoonlijk gebed.

Viering in beperkte kring

Wanneer er in beperkte kring wel een viering is, bijvoorbeeld bij een doop of een uitvaart, zal de celebrant volgens strikte richtlijnen handelen. Alle parochies ontvangen via het eigen bisdom deze richtlijnen voor het vieren van de mis in kleine kring en het bedienen van de overige sacramenten. Deze richtlijnen zijn er om verspreiding van het coronavirus te voorkomen en om tegelijkertijd het pastorale werk toch zo goed mogelijk doorgang te laten vinden. Zo wordt bij contact met ouderen en zieken gevraagd altijd in overleg met bijvoorbeeld een zorginstelling of ziekenhuis te handelen en de richtlijnen tegen corona daar te volgen. Ook voor de gelovigen die hierbij zijn betrokken geldt: volg de richtlijnen voor contact van het RIVM.

De volgende maatregelen, die op 28 februari al werden afgekondigd, blijven van kracht
  • Tijdens vieringen (in kleine kring) in parochies en instellingen is het ontvangen van de communie op de tong niet mogelijk;
  • De communie kan alleen op de hand worden ontvangen en dient alleen door de celebrant uitgereikt te worden;
  • De kelkcommunie is voorbehouden aan de celebrant;
  • Kerkgangers geven elkaar bij de vredeswens niet de hand;
  • Er wordt geen gebruik gemaakt van wijwater bij binnenkomst en verlaten van de kerk.
Met onmiddellijke ingang gelden tot nader order, en in ieder geval tot 31 maart, ook de volgende maatregelen
  • Publieke liturgische vieringen op zaterdagavond en op de zondag worden afgelast;
  • Vormselvieringen en presentatievieringen voor communicanten worden afgelast;
  • Dopen en uitvaarten vinden plaats in kleine kring en worden sober gehouden. Ook hier met inachtneming van fysieke afstand tussen de gelovigen;
  • De bisdommen ontraden alle andere samenkomsten, zoals het koffie drinken na vieringen, koorrepetities en catechetische bijeenkomsten.
Tv-mis en Gebed

De bisschoppen wijzen op de mogelijkheid om thuis op zondag de Eucharistie op televisie te volgen, via KRO-NCRV, vanaf 10.00 uur op NPO 2. Verder zendt Radio Maria doordeweeks een Eucharistieviering uit om 09.00 uur en 19.00 uur. In het weekend wordt een Eucharistieviering uitgezonden op zaterdag om 09.30 uur en zondag om 10.00 uur.

LIVE VANUIT HET NOORDDAMCENTRUM

De viering op zondag 15 maart om 10.30 uur in het Noorddamcentrum, locatie H. Geest/H. Urbanus, zal tevens live te volgen zijn door de geweldige medewerking van RTV Amstelveen. De viering zal plaatsvinden zonder publiek, en te volgen zijn op de televisiezender van RTVA, Ziggo 42, KPN en XS4ALL 1380 (1 kanaal onder NPO 1), T-Mobile 806 en de stream op de voorpagina van rtva.nl. Voorgangers zijn pastoor-deken Ambro Bakker s.m.a. en pastor Dea Broersen.

Namens Pastorale team en Parochiebestuur,

Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam
Pastoor van RK Amstelland

JHWH IS EEN BERGGOD

Dit is mijn geliefde zoon, in wie ik vreugde vind. Luister naar hemAls ik gasten uit het buitenland heb, maak ik meestal een ritje door de polders van West-Friesland. Ze kijken dan hun ogen uit: dat vlakke, eindeloze land, de smalle dijkjes. En wat helemaal indruk op ze maakt is het feit dat het water van de sloten vaak hoger ligt dan het land beneden. Water en land zijn gescheiden door een stevige dijk. Vooral Amerikanen snappen niet dat we ónder de zeespiegel durven leven. Zijn we dan niet bang voor overstromingen? In Amerika is dan ook het verhaal ontstaan over Hans Brinker, dat jongetje dat zijn vinger in de dijk stopte om zo een doorbraak van de dijk te voorkomen.

Een vriend van me, die pastoor is in Stutgard, zei eens tegen me: ‘Dat land van jullie is zo vlak, dat je zaterdags al kunt zien wie er maandag op bezoek komt’. Ons vlakke land is mooi, maar niet voor niets zoeken velen van ons in de vakantie toch heerlijk de bergen op. Bergen hebben ook iets fascinerends, net als ons vlakke land trouwens. Maar als je door de Alpen rijdt word je omringd door talloze bergtoppen. Bergen hebben wel iets.

Ook in de Heilige Schrift zijn toppen van bergen interessante plaatsen. Daar gebeuren belangrijke dingen. Wie geruime tijd boven op een berg vertoeft, heeft niet alleen de schoonheid van het uitzicht beleefd, maar ook de enorme rust en de stilte van de eenzaamheid. Boven op de top, en dat klinkt misschien vreemd, kom je vooral jezelf tegen. Je wordt door niemand aangesproken, door niets en niemand gestoord. En ik begrijp dan ook best dat bergen in vele godsdiensten een grote rol spelen. Dat gevecht om de top te bereiken is voor de Bijbelse mens een gevecht om God en jezelf tegen te komen. Bergen die soms tot de hemel reiken. De berg is in de Bijbel een plaats waar je God kunt tegenkomen. En laten we eerlijk zijn: boven op de berg, vlak bij God, hoef je je niet langer op de vlakte houden.

Ook in het leven van Jezus zijn bergen belangrijk:

  • Voor zijn eerste preek gaat Jezus de berg op en nog steeds heet die preek ‘de Bergrede van Jezus’ (Matteüs 5-7).
  • Jezus roept z’n eerste leerlingen Hem te volgen aan de voet van een berg (Marcus 3:13);
  • Na de eerste wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging trekt Jezus zich terug op een berg om daar in stilte te bidden (Matteüs 14:23);
  • Op de berg Tabor voltrekt zich vandaag Jezus’ gedaanteverandering
    (Matteüs 17:1-8);
  • Op de Olijfberg leed Hij zijn doodsangsten (Lucas 22:39);
  • Op de Calvarieberg stierf Hij aan het kruis (Matteüs 27);
  • Van de Olijfberg steeg Jezus ten hemel;

En tot de dag van vandaag liggen over heel de wereld, veel kloosters en abdijen boven op hoge bergen. Bijvoorbeeld in: Clerveaux in Luxemburg, en de berg Athos in Griekenland, Montserat in Spanje. Mont-Saint-Michel in Noord-Frankrijk. etc. In alle rust en stilte proberen monniken boven in de berg in contact met God te komen.

Vanmorgen zijn we getuigen van Jezus’ avontuur op de berg Tabor. Hij bevindt zich op een berg, dus in dit verhaal komen we God zelf tegen. Jezus staat daar te midden van Mozes en Elia, twee vertegenwoordigers van het Oude Testament. Zij vertegen­woor­digen de Wet en de Profeten. En waarover spraken zij? De evangelisten Matteüs en Marcus vermelden dat niet, maar Lucas wel. Hij zegt: ‘zij spraken over Zijn heengaan dat zich in Jeruzalem zou gaan voltrekken’. De drie leerlingen zien en zien in wie Jezus is. Hij verandert van gedaante. De tekst zegt: ‘Zijn gelaat begon te stralen als de zon en zijn kleed werden glanzend als het licht’. De drie leerlingen, Petrus, Jacobus en diens broer Johannes zijn van slag. Het was voor hen een overrompelende ervaring.

Op de tweede zondag van de Veertigdagentijd horen wij hoe Jezus af gaat op zijn levenseinde. Je raakt soms onder de indruk door de wijze waarop mensen met hun levenseinde worstelen. Om hen te bezoeken moet je een drempel over, maar het betekent geen kruis. Het verrijkt vaak je leven, omdat juist ernstige zieken je laten zien met welke futiliteiten je elke dag bezig bent. Ze zijn een levensverrijking. Dat is zo hartverwarmend, dat je niets liever zou willen dan: ik wil hier blijven, op deze plek, hier wil ik wonen.

Wat de leerlingen op de berg Tabor ervaren hebben, is niet eens zo belangrijk, maar hóe zij dat visioen doorzetten aan de voet van de berg. Daar waar veel mensen zich op de vlakte houden, moet het visioen zijn kansen krijgen. Ik zou het ook anders kunnen zeggen: als je boven op de berg gezien hebt hoe een mens als Jezus het gevecht heeft uitgehouden, ga dan naar beneden en zet in jezelf dat gevecht voort. Als je ziet hoe eenvoudige mensen op hun ziekbed – vaak in doodsangst – hun strijd op leven en dood voeren, ga dan weer terug naar huis en ga het gevecht met jezelf aan. Je hebt gezien hoe het kan!

Jezus wilde niet dat zijn vrienden aan de mensen, die zich op de vlakte bevinden, zouden vertellen wat er gebeurd was. Ze zouden het niet eens kunnen! Want terwijl ze de berg aflopen, discussiëren ze over de vraag ‘hoe een mens verrijst’. Maar Jezus weet als geen ander dat zijn en ook onze levensweg naar Pasen loopt via de puinhopen van Goede Vrijdag. De leerlingen willen wél met Jezus zijn glorie binnengaan, maar Jezus zegt: die weg die Ik moet gaan, is wel mijn lijdensweg! Maar die prijs is hen te hoog. Ze noemen Hem ‘leraar’, maar maken Hem af en toe duidelijk dat zij béter weten hoe het gewone leven in elkaar zit dan Hij. Hun waarden en normen zijn van deze wereld. Dat is hún manier van kijken. Ze zijn nog niet aangeland in de wereld van God. En er zou nog heel wat water door de Jordaan stromen, voordat ze dát begrijpen. En heel langzaamaan, het moet dan eerst Pinksteren worden, begrijpen ze, onder leiding van de Heilige Geest, wat er met de gedaanteverandering van Jezus op de berg wérkelijk is gebeurd.

Het verhaal van de gedaanteverandering van Jezus stelt ons vanmorgen een indringende vraag. Durven ook wij de berg van God op te gaan, om op de hoogte te geraken, en wel op de hoogte van God? Of houden we ons misschien toch liever op de vlakte en zwijgen we als de wereld en ons eigen leven al te ingewikkeld wordt?

Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam
Locatie: De Goede Herder

Vasten

Geen brood

Ik zie geen brood in vasten zegt God,
als jullie er alleen een vrome rite van maken
die alles bij het oude laat, in de wereld en in jezelf.

Ik zie geen brood in vasten, zegt Hij,
als het gepaard gaat
met het citeren van Bijbelwoorden
over ‘gerechtigheid’ en ‘recht’
zonder dat ze consequenties hebben,
of over ‘de wegen des Heren’
zonder dat je die wegen ook werkelijk bewandelt.

Ik zie geen brood in vasten, zegt de Heer,
als Ik jullie hoor zeggen:
‘Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa’
zonder dat je de schuld ook wilt vereffenen.
Ik zie geen brood in vasten, zegt de Heilige,
als Ik zie hoe jullie daarbij je hoofd laat
hangen en klaagt: we zitten zo in zak en as.

Maar als vasten een hartenkreet is
tegen boosaardigheid in de wereld en in jezelf;
als het verzet is tegen slavenhouders, tegen beulen,
tegen wie ‘vrijheid’ in hun vaandel schrijven
ten koste van de ander;
als vasten is, dat je spaart uit eigen mond
wat toekomt aan wie honger lijden;
als je geen zorg meer om eigen broodwinning hebt,
dan zie Ik er zeker brood in, zegt God!

Deken Ambro Bakker s.m.a.

brood