WEES NIET BANG

zondag 21 juni 2020
De Goede Herder – Amsterdam
12de zondag door het jaar – A
Lezingen: Jeremia 20:1—13 en Matteüs 10:26-33

Inleiding op de viering

wees niet bangHet evangelie begint vandaag met: ‘In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen: Weest niet bang’. We hoeven niet bang te zijn. Er schijnt zelfs iemand uitgerekend te hebben dat de aansporing ‘Wees niet bang’ in de Bijbel maar liefst 365 keer voorkomt. Het gaat dan ook om de varianten: vrees niet, wees niet angstig, laat uw hart niet verontrust worden, heb geen schrik, laat u niet ontmoedigen, wees niet ontsteld, houd moed en Ik zal je helpen. Lees “WEES NIET BANG” verder

HONDERD JAAR LATIJNS PAROCHIEKOOR

Hoogfeest van het Heilig Sacrament
1 Korintiërs 10:16-17 en
Johannes 6:51-58

Inleiding

Beste parochianen en al diegenen die vanmorgen met ons verbonden zijn. Van harte mag ik u welkom heten bij deze viering op Sacramentsdag. Sacramentsdag vindt zijn oorsprong midden in de Lijdensweek, en wel op Witte Donderdag. Daar vierde Jezus met zijn leerlingen het Laatste Avondmaal en gaf zichzelf in gebroken brood en een beker uitgegoten wijn. Vandaag vieren wij de gebeurtenis van Witte Donderdag op-nieuw. Maar dan feestelijker. Normaal trekken, vooral in de zuidelijke provincies, de feestelijke sacramentsoptochten. Maar in deze coronatijd gaan ook die feestelijke vaak drukbezochte processies helaas niet door. Toch vieren wij vandaag opnieuw het feest van het Heilig Sacrament.

Vandaag vieren wij ook het feest van ons Latijns Parochiekoor. Dit koor viert haar honderdjarig bestaan. Al meer dan een jaar heeft het koor zich voorbereid op dit eeuwfeest dat een knalfeest zou moeten worden. De werkelijkheid is anders: ook al leden van ons jubilerende Latijns Parochiekoor volgen de viering via Amstelland-Tv thuis mee. Fijn dat we daar de gelegenheid voor hebben. Degenen die deze uitzending verzorgen, zijn we daar heel dankbaar voor. Is honderd jaar veel? De Augustinusparochie bestaat dit jaar maar liefst 385 jaar. De voorgeschiedenis van het Latijns Parochiekoor is dus al 285 jaar. Wat een geschiedenis!
LPK 1940
U ziet hier nu twee foto’s van de afgelopen eeuw. Een oudere en een nieuwe foto. En u ziet dat op de eerste oudere foto het koor alleen bestaat uit mannen. En dat het kinderkoor alleen jongens kende. Op de nieuwe foto ziet u dat ook vrouwen lid geworden zijn van het Parochiekoor. En van het kinderkoor zijn de meeste leden geen jongens meer maar meisjes. Maar ja: ‘tempora mutantur, nos et mutamur in illis’ (de tijden veranderen en wij veranderen mee) Trouwens ook dit koor zou vandaag feest moeten hebben, want dit jaar bestaat ze 50 jaar. Ook hen van harte proficiat. Ik wens u een goede inspirerende viering toe.

Verkondiging

Latijns Parochiekoor

ONS LATIJNS PAROCHIEKOOR 100 JAAR

Ons Latijnse parochie viert haar honderdjarig bestaan. Dat zouden we vandaag feestelijk gaan vieren. Maar daar heeft de coronavirus weer een stokje voor gestoken. Het feest is intussen verplaatst naar 2021. Maar het koor viert in deze dagen zelf een feest, op afstand, met vele anderhalve meters. Gisteren werd het feest samen gevierd, maar wel op een heel bijzondere manier: in kleine groepjes die onderling weer via telefoon en beelden met elkaar verbonden zijn. Zo werd het toch een bescheiden maar wel een bijzondere verbondenheid.

Vandaag besteden we ook aandacht aan dit jubileum, maar op een gepaste en bescheiden wijze. Wat kan ik vertellen over ons koor? Vaak vergelijk ik een koor met het orgel. Daar speelt elke orgelpijp mee in het grotere geheel. Loze of stomme pijpen zitten er niet in! En dan mijmer ik verder en denk: kon ik maar als pastoor achter de speeltafel zitten van een gemeenschapsorgel, waarin álle stemmen meedoen! Wat zou het ‘n feestorgel zonder weerga worden! De goddelijke blaasbalg zou de heilige Geest zijn, die als een frisse wind door de parochies waait, en. God mag daarbij onze motor zijn. De partituur zouden we kunnen vinden in de H. Schrift. En met genoegen zou ik als pastoor af en toe gebruik willen maken van de zweltrede!

Maar niet alleen in het koor, onze hele geloofsgemeenschap zit eigenlijk hetzelfde in elkaar als een orgel. Sommige parochianen zijn heel zichtbaar, zitten in het front, andere parochianen zitten diep in de kast verscholen. Het zijn de kleine kinderstemmetjes, de basstemmen van bejaarde mensen, de hoge stemmen van meisjes en vrouwen, de tenorstemmen van de mannen. Zo kunnen wij, helaas nu niet, God be-zingen met een dankbaar hart: ‘met psalmen, hymnen en liederen, ingegeven door de heilige Geest’ (Colossenzen 3:16)

Elk orgel moet van tijd tot tijd ook in de revisie of worden gestemd. Zo moet ook onze geloofsgemeenschap af en toe in de revisie en moet worden afgestemd op de eer aan Gods en onze dienst aan onze naasten. Dat gebeurt vooral door te luisteren naar het Woord van God, door gebed, het zingen van lofrijke liederen en het samen breken van het brood tot Zijn gedachtenis. En daarmee zitten we in het hart van vandaag: Sacramentsdag. Vanaf vandaag mag er weer communie worden uitgereikt. En dan niet op de bekende manier. In deze Coronatijd letten we goed op de ander-halve meter afstand, en de communie zullen we op een heel andere manier uitdelen. Daar zullen wij u de komende weken over berichten.

MIJN VLEES IS ECHT VOEDSEL

processie Sacramentsdag

Met de Eucharistie moeten we bijzonder voorzichtig zijn. Bij de Communie is er sprake van een concrete ontmoeting met de komst van de Heer. Niet voor niets is de Eucharistie de bron van álle koren. Wij moeten daar bijzonder zuinig mee zijn. Nou staan Hollanders wel bekend om hun zuinigheid. In zekere zin zijn we ook zuinig. Zeker op onze kostbare spullen. Er mag geen deukje komen in onze auto, er mag geen vlekje komen op onze nieuwe pak of jurk. Er mag geen scheurtje komen in het nieuwe behang. Vaak hoor je ouders tegen kinderen zeggen: ‘wees er voorzichtig mee, want het is niet van jou’. Dat begrijp ik niet, want als het wél van jou was, zou je er veel zuiniger mee zijn.

Er zijn veel dingen waar we zuinig op zijn, omdat ze heilig voor ons zijn. Een van die dingen waar we heel zuinig op zijn, is voor velen het Allerheiligst. Zo noemen we dat ook: het Allerheiligste! Velen van u kennen ongetwijfeld de oude verhalen over Eerstecommunicanten, voor wie het feest niet doorging, omdat het kind zonder erg wat water had gedronken. En vroeger raakte alleen de priester de hostie aan. Hij deed de deur van het tabernakel open zonder duim en wijsvinger te gebruiken, want daar had hij de hostie mee vastgehouden. De bladzijden van het missaal sloeg hij nooit om met duim en wijsvingers, maar met de andere vingers. Zo heilig was dat Allerheiligste,

Dat mag allemaal wat overdreven zijn, maar de vraag is of we niet te veel de andere kant uit zijn gegaan. Tijdens de voorbereiding op een huwelijk, vroeg een bruid eens aan me: ‘moet ik dat ding, hoe heet dat ook al weer, een hostie geloof ik, gelijk in mijn mond steken of moet ik wachten totdat mijn vriend dat ook doet?’ Het is geen verwijt aan dat meisje, maar het is een ernstige vraag aan onszelf. Hoe hebben wij de laatste vijftig jaar dat Allerheiligste aan onze kinderen doorgegeven?

Nou is er de laatste jaren veel veranderd, gelukkig ook veel ten goede. We gaan wat minder kwezelachtig met ons geloof om. En gewijde of ongewijde handen? Elke hand wordt gewijd die vol geloof de Heer ontvangt en doorgeeft. Want zo houden wij Jezus levend in ons midden. Zo krijgt Hij handen in voeten, heel concreet, in ons eigen bestaan. Als we ter communie gaan, ontvangen we geen stukje van Jezus, maar het is de uitnodiging om – al etend en drinkend, gevoed te worden door Jezus’ mentaliteit. Niet voor niets zegt Jezus: ‘als je aan het altaar komt, en je herinnert je, dat iemand iets tegen je heeft, laat dan je gaven bij het altaar achter en ga je eerst met je broeder verzoenen, en kom dan terug’ (Matteüs 5:20-26)

Het Evangelie van vandaag is eigenlijk maar kort. Maar in deze acht verzen wordt niet minder dan negenmaal over ‘Leven’ gesproken. Dat zegt eigenlijk álles over de levenshouding van Jezus. Hij was zo overtuigd van de mogelijkheden die in elk mens aanwezig zijn, dat Hij het niet kon aanzien als iemand verpieterde. In zo iemand wilde Jezus als het ware zijn eigen levensadem inblazen. Om in leven te blijven moet je eten en drinken. Maar om geestelijk te blijven leven heb je ook voedsel nodig. Jezus wilde niets liever dan zelf dit voedsel zijn. Hij zegt dat ook: ‘Als u het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u het leven niet in u. Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en Ik in hem’ (Johannes 6:52-59)

Ik heb eens een jonge moeder begraven. Na een tijd van opstandigheid was zij tot berusting gekomen. Zij had de dood in haar leven aanvaard. Alleen één ding kon ze bijna niet aanvaarden. In haar laatste uur fluisterde ze nog: ‘Wat zou ik nog graag bij mijn kinderen blijven. Ze hebben me nog zo nodig, vooral de kleinste. Ik zou nog graag bij hen blijven en voor hen zorgen’. Dat was ook de grote verzuchting van Jezus. Hij wist hoe zijn vrienden en vriendinnen achterbleven als schapen zonder herder. Wat die moeder niet kon, heeft Jezus wel kunnen doen. In zijn liefde heeft Jezus het uiterste gedaan wat Hij doen kon. Hij zei: ‘Ik laat jullie niet als wezen achter. Ik zal bij jullie blijven’ (Johannes 5:14-18)

Hij nam toen het brood in zijn handen en zei: ‘Dit is mijn lichaam gebroken voor jullie’. Hij nam een beker fonkelrode wijn en zei: ‘Mijn bloed, voor jullie vergoten, zelfs voor hen die mijn bloed wel kunnen drinken’. De grote theoloog Thomas van Aquino noemt Jezus: ‘Pie Pelicane’. De legende vertelt dat de pelikaan, als zij in de woestijn geen voedsel meer kan vinden voor haar jongen, met haar bek haar borst opent, om met haar eigen bloed, haar jong tot voedsel te dienen. Zelfs al kostte haar dat haar leven.

Tot viermaal toe wordt vanmorgen in het evangelie ook over Bloed gesproken. Dat heeft alles te maken met de dood van Jezus. Zó opkomen voor anderen, zoals Hij gedaan heeft, kan ingrijpende gevolgen hebben. Maar laat je niet afschrikken, want zelf in het uur van zijn dood ging het bij Jezus nog om de dood, maar om het léven. Eucharistie vieren betekent dat je van God het Leven krijgt en het Leven aan elkaar doorgeeft. Dat is een hele mond vol. Maar het betekent dat je het aandurft om je te laten volstromen met de Geest van Jezus Christus. Dat je leeft voor anderen, bevrijdend, bruisend, voluit.

Vanaf nu krijgen we, zolang als het goed gaat, weer bij de communie van dat gewone/ongewone brood. Om ons duidelijk te maken dat een mens niet leeft van brood alleen, laat staan van louter koekjes van je eigen deeg! Wie bij het ontvangen van het Lichaam van Christus ‘Ja en amen’ zegt, weet dat daar de nodige consequenties aan verbonden zijn. Het is ‘Ja en amen’ zeggen tegen ons omgaan met God en ons omgaan met elkaar. Het is ‘Ja en amen’ zeggen tegen het leven. ‘Ja en amen’ zeggen tegen de opdracht van Jezus om in zijn Naam met elkaar het levensbrood te breken en te delen. Dichtbij en op wereldschaal. Neemt en eet. Komt gerust, maar weet wel wat je dan als Zijn volgeling te doen staat! Want, iedereen mag het zien en weten dat wij bij de Communie samenkomen rond onze Verrezen Heer, die voor ons het Brood van het Leven is geworden, en het voedsel voor onderweg naar God is!

Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam

GOD ALLEMACHTIG

donderdag 21 mei 2020
Hemelvaart van de Heer – A
Handelingen 1:1-11,
Efeziërs 1:17-23 en
Matteüs 28:16-20
Ambro Bakker s.m.a.

Zo waarlijk helpe mij God almachtigDe leerlingen komen samen in Galilea om Jezus voor het laatst te ontmoeten. Het is dezelfde plek waar Jezus aan het begin van zijn openbaar leven de acht zaligheden (de Bergrede) heeft gegeven. Hier heeft Hij ook zijn laatste gesprek. Hij geeft zijn leerlingen een allesomvattende opdracht. Hij zegt: ‘Gaat straks allen heen en maakt alle volkeren tot Mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat ik u bevolen heb’.

Er is ook iets anders wat Jezus zegt, wat bij mij vragen oproept. Op de berg waarop Jezus aan het begin van zijn openbaar leven de zaligsprekingen heeft gegeven, horen we Hem vandaag ook zeggen: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde’. Dat woord macht (exousia) is een typisch Matteüs-woord. Het Woord ‘macht’ klinkt ook in onze hedendaagse oren heel verdacht. Waarschijnlijk klonk het woord in de oren van Jezus’ tijdgenoten nóg verdachter! Wij hebben het voordeel van enkele eeuwen democratie. Via allerlei wetten proberen wij de macht binnen de grenzen te houden. Dat lukt niet altijd. Steeds weer horen wij over mensen die hun politieke, mystieke, financiële, fysieke, militaire, artistieke of welke andere macht dan ook misbruiken. En op veel plaatsen is het erger dan bij ons. Op zoveel plaatsen in de wereld worden medemensen gemarteld, gegijzeld, opgerold, doodgeschoten of eenvoudigweg genegeerd, omdat ze niet, of juist wel, kunnen lezen of schrijven, omdat ze kunnen denken en redeneren, en daarom een gevaar vormen voor hen die macht hebben. Lees “GOD ALLEMACHTIG” verder

MET ZIJN ALLEN IN DE BIJSTAND

zondag 17 mei 2020
6e zondag van Pasen – A
Handelingen 8:5-8+14-17,
1 Petrus 3:15-18 en
Johannes 14:15-21
Ambro Bakker s.m.a.

belofte van de H.GeestWe komen steeds dichter bij het feest van Pinksteren. a.s. donderdag is het Hemelvaartsdag. Jezus gaat dan terug naar zijn Vader in de hemel. Hij begint vandaag afscheid te nemen. Je merkt dat aan de lezingen van vandaag: de gaven van de Geest, de belofte van de Geest, en de toezegging dat er een Helper zal zijn om ons, geestelijke Bijstand te verlenen, nu Jezus de aarde verlaten heeft.

Nou heeft het woord Bijstand een nare klank gekregen. Leven van de Bijstand maakt je niet bepaald vrolijk. Het betekent leven van een minimum, het allernoodzakelijkste, maar absoluut niet meer dan dat. Aan het einde van je geld een stukje maand overhouden, dat kan rampzalig zijn.

Lees “MET ZIJN ALLEN IN DE BIJSTAND” verder

IK ZIE IK ZIE WAT JIJ NIET ZIET

zondag 10 mei 2020
5e zondag van Pasen – A
1 Petrus 2:4-9 en
Johannes 14:1-12
Ambro Bakker s.m.a.

Beste parochianen en alle andere mensen,
van harte wil ik u thuis van harte welkom heten bij deze eucharistieviering in de Goede Herder.
Vandaag is het groot feest, want het is moederdag. Gistermiddag kwam er een vader met zijn dochter van acht bij me aanbellen. De dochter had een gedichtje voor haar moeder uitgekozen, en ze wilde mij dat eerst laten lezen: of ik het ook mooi vond. Ik zei tegen haar: het is voor mij het mooiste gedicht dat ik ooit met Moederdag gehoord heb. Vanmorgen om tien voor zes, terwijl moeder en vader nog in bed lagen, heeft ze gedichtje voorgelezen en daarna bij moeder en vader in bed gekropen. En het is zo mooi dat ik dit gedichtje op Moederdag ook aan u wil doorgeven. Lees “IK ZIE IK ZIE WAT JIJ NIET ZIET” verder

IN DE LEERSCHOOL VAN HET LIJDEN

Beste parochianen,
Pastoor-deken Ambro Bakker s.m.a.Het blijft onwerkelijk dat de meeste contacten met u tegenwoordig per telefoon en andere media plaatsvinden. Die gesprekken zijn meestal uitgebreid, zeker als het gaat om parochianen die alleen dag en nacht in hun huis verblijven. Met verschillende parochianen heb ik gesprekken gehad over de vraag of wij de coronavirus moeten zien als een straf van God voor onze levenswijze. Als God goed is en almachtig, waarom heeft Hij dan zoiets als een coronavirus geschapen? Waarom houdt hij dat niet tegen? Waarom zijn er zoveel mensen, wereldwijd, die het leven moesten laten? Ik ben te rade gegaan bij Jezus van Nazareth. Dan gaat het om Iemand die zijn leven moest geven vanwege de fantastische boodschap die Hij had. Waarom heeft zijn hemelse Vader God dat lijden toegelaten? Lees “IN DE LEERSCHOOL VAN HET LIJDEN” verder

WAAR ZIJN ONZE GELIEFDE DODEN GEBLEVEN?

Is ons leven een doodlopende weg?

In de laatste drie weken voor Pasen hebben wij aandacht besteed aan Jezus als de bron van Levend Water, als het Licht van de wereld en de Opwekking van Lazarus. Met Pasen gaat het vooral over Jezus als ‘de Verrijzenis en het Leven’. Op de komende zondagen van Pasen, tot Pinksteren toe, zal veel aandacht blijven uitgaan naar de talloze discussies die in alle hevigheid blijven plaatsvinden rond het verrijzenisverhaal. Dat is dan ook de hamvraag met Pasen: Is Jezus nou écht verrezen of niet? Thomas brengt dat als eerste onder woorden, als hij zegt: ‘ik wil het eerst zien en dan kan ik het pas geloven’. Daarna komen de Emmaüsgangers, die Jeruzalem voor gezien houden. Dood is dood, dus deze discussie moeten we maar afsluiten. Maar in hun vertwijfeling krijgen ze toch weer contact met hun Levende Heer. En het is Paulus, die een einde probeert te maken aan deze moeilijke discussie. Hij zegt: Beste mensen, ‘als Christus niet verrezen is, is ons geloof toch zinloos en zonder diepte?’. (1 Korintiërs 15:17). Lees “WAAR ZIJN ONZE GELIEFDE DODEN GEBLEVEN?” verder

HET LEVEN TREKT SMALLE KRINGEN

vrijdag 10 april 2020
Goede Vrijdag
Jesaia 52:13-53:12 ,
Hebr.4:14-16+5:7-9 en
Johannes 18:1-19:42
Ambro Bakker s.m.a.

Goede VrijdagHebt u dat weleens meegemaakt: dat mensen jou geweldig vonden, interessant, de moeite waard, en dat je naderhand door diezelfde mensen werd afgemaakt? Dat ze zeiden: hij kan doodvallen! Hij met z’n smoesjes, hij met z’n verhalen, hij met z’n God. Die dingen gebeuren. Er was eens een man die ze koning noemde, enkele dagen later werd Hij verkocht voor 30 zilverlingen. Jezus van Nazareth: zijn lot speelde zich af in een uithoek van de wereld. Hoe hij stierf, is exact te beschrijven. Hij werd gekruisigd: een paal rechtop, met een dwarsbalk, een soort T. De voeten vastgebonden of vastgespijkerd aan de stam. Dood door uitputting, honger, dorst, horzels en muggen. Honderden mensen stonden rond Zijn kruis: verbijsterd, spottend, nieuwsgierig, onbenullig.

Daar hang je dan, Koning der Joden! Normaal leefden mensen nog zo’n twee of drie dagen voordat ze stierven. Bij Jezus ging dat nogal vlug, duurde niet langer dan ‘n uur of zes. De plaats waar ‘t gebeurde, heet Golgotha, Schedelplaats. Het was zoiets als een vuilnisbelt van een moderne oosterse stad. Hij werd ter dood veroordeeld als een ketter. ‘Hij heeft God gelasterd, Hij is tegen de tempel!’, riepen de religieuze leiders van het land. En als één stem schreeuwden ze: ‘Hij is tegen de keizer, tegen de bezetter, tegen de gevestigde orde! Hij is een politiek avonturier!’ Maar de Romeinse bezetter tilt er niet zo zwaar aan, heeft eigenlijk medelijden met Hem, maar geeft uiteindelijk wel toe: elk volk wil op zijn tijd brood en spelen! De spot drijven met iemand, iemand aan het kruis nagelen, voor paal laten staan. Die dingen gebeuren dichterbij dan je denkt. Hoe vaak spelen wij zelf ‘n spel met mensen en verdobbelen wij elkaars bezittingen? Lees “HET LEVEN TREKT SMALLE KRINGEN” verder

DOET DIT TOT MIJN GEDACHTENIS

donderdag 9 april 2020
Witte Donderdag
Exodus 12:1-8+11-14 ,
1 Korintiërs 11:23-26 en
Johannes 13:1-15
Ambro Bakker s.m.a.

voetwassingVanavond een merkwaardig verhaal van de evangelist Johannes. Bij hem, staat op Witte Donderdag, niet de maaltijd (brood en wijn) centraal, maar de voetwassing. We zien Jezus niet in de rol van een voorname gastheer, die naar de ogen wordt gekeken, maar een man op de knieën, die de voeten van zijn leerlingen wast, het werk van een slaaf. Waar komt die voetwassing vandaan en waarom deze voorname plaats??

Lees “DOET DIT TOT MIJN GEDACHTENIS” verder