VECHTEN TEGEN DE BIERKAAI

zondag 31 juli 2022
18de zondag door het jaar – C
Prediker 1:2+2:21-23,
Kolossensen 3:1-5+9-11 en
Lucas 12:13-21
Ambro Bakker s.m.a.

Vechten tegen de bierkaai

Als je iets in je leven wilt bereiken, en het lukt je maar niet, dan heb je het gevoel dat je vecht tegen de bierkaai. Weet u waar die uitdrukking vandaan komt? Het stamt uit de tijd dat het bier met menskracht uit het ruim van het schip gehaald moest worden. De biersjouwers, die de hele dag met de zwarte vaten sjouwden, waren beresterk. Bovendien snoepten ze nogal eens van de inhoud. Het is daarom slecht vechten met dronken biersjouwers, dat is vechten tegen de bierkaai. Nee, dan maar beter een straatje omgaan!

En dat heb ik als kind al geleerd, want waar ik geboren ben, in Alkmaar, hadden we een straat langs het Noord-Hollands kanaal, en die straat heet: de Bierkade. En als kind liep ik er altijd met een grote boog om heen! Gaat het hier om verslaafde mensen? In zekere zin zijn we allemaal wel aan iets verslaafd. En om daarvan af te komen moeten we vechten tegen de bierkaai. En dan bedoel ik niet alleen de verslaving aan alcohol of drugs Je kunt aan álles verslaafd raken. Je kunt zó verslaafd raken aan seks dat je de waardigheid van de ander uit het oog verliest.

Je kunt je zó geven aan je werk en je toekomstplannen dat je huisgenoten eronder te lijden hebben. Er zijn mensen die zo verslaafd zijn aan televisie dat er ’s avonds binnen het gezin nog geen tien woorden worden gewisseld. Huwelijken breken, vriendschappen worden zwaar op de proef gesteld. Je kunt aan alles verslingerd raken aan seks, genot, tabak, drugs, werk, macht, bezit, geld, aanzien. En telkens weer gaat het om het feit dat wij hebbedingetjes in het leven belangrijker vinden dan mensen. Zo verliezen we vaak elkaar uit het oog.

In het evangelie horen we hoe mensen ook vaak ruzie maken over een erfenis. Een oud maar altijd weer actueel verhaal. Bij erfenissen leer je de gulzigheid van mensen kennen. Voordat iemand zijn ogen sluit, worden de eerste spullen het huis al uit gesjouwd. Over verslaving gesproken! In het evangelie gaat het over een jong iemand die zó hebzuchtig is dat hij weigert de erfenis met zijn broer te delen. Wat doe je in zo’ n geval? Dan zoek je een rabbi op. Zo komen ze bij Rabbi Jezus. Ze verwachten van Hem een uitspraak. Natuurlijk zal Jezus zeggen: doe niet zo flauw, deel die erfenis toch… Maar dan neem het verhaal een verrassende wending. Jezus weigert rechtertje te spelen en geeft béide jongens ervan langs. Hij is op dat moment op weg naar Jeruzalem, terwijl Hij weet wat Hem daar te wachten staat, maar zelf geen steen heeft om op te liggen.

Jezus heeft dan ook wel wat anders aan zijn hoofd dan een erfeniskwestie: laat het wettig gezag dat maar regelen. Hij waarschuwt beide jongens alleen voor hun mateloze hebzucht. Geen enkel bezit kan je veiligstellen. En Jezus vertelt dan het verhaal van de man die verslaafd raakt aan zijn bezit. Grote schuren liet hij bouwen, steeds groter. Maar op een dag is hij gestorven en lag hij zomaar dood in zijn bed. En zoals we intussen allemaal weten: de dood heeft geen zakken. Meenemen kun je niets. We zijn nu eenmaal naakt geboren en naakt keren we terug naar de hemelse Vader. Veel draait tegenwoordig altijd om macht, geld en bezittingen. Jezus waarschuwt ons daarvoor.

Maar wat is er dan eigenlijk fout in de handelswijze van die rijke man uit het evangelieverhaal? Hij doet toch alleen maar wat ieder mens met gezond verstand doet. Als de oogst bijzonder goed meevalt, gaat hij op zoek naar een mogelijkheid om de vruchten van de oogst behoorlijk te kunnen opslaan. Is dat verkeerd? Is dat een uiting van hebzucht? Nee, maar aan het einde van het verhaal merk je waar de schoen wringt: de man heeft alles voor zichzelf gehouden en heeft nagelaten van zijn overvloed te delen met de armen. Had hij dit wel gedaan, dan zou hij zich bij God een schat verworven hebben. Naar de man uit het evangelieverhaal heeft alleen oog voor datgene waarover hij kan beschikken en zijn eigen leven in goede banen te leiden en veilig te stellen. Hij vergeet dat wij mensen het leven ‘gekregen’ en ‘ontvangen’ hebben. Wij zijn bij onze geboorte voortgekomen uit de handen van God, en wij keren in zijn handen terug. Wij ‘bezitten’ ons leven niet. Ons leven is een voortdurende gave en overgave aan God.

Wij kunnen ons niet veiligstellen door ons in onze bezittingen op te sluiten, hoe groot en ruim de voorraadschuren ook moge zijn. Een man verslaafd aan materialisme: schuren afbreken en steeds grotere bouwen, schatten op­bergen, geld voor jaren vastleggen voor later, maar voor welk later. Dwaas, nog deze nacht komt men je leven opeisen! En wie denkt dat dit evangelie dus over jouw buurman gaat en niet over ons, moet maar bedenken dat we min of meer allemaal behept zijn met de mentaliteit van die boer. Wie van ons is niet voortdurend bezig om zijn bezit te vergroten? Wie van ons wil zijn leven niet zo aangenaam mogelijk inrichten? Is geld dan zo verkeerd, natuurlijk niet. Een apotheker heeft zoveel vergif in huis dat hij een halve stad om het leven kan brengen. Is hij daarom zelf vergiftigd? Zo kan iemand veel geld hebben zonder dat hij door geld bezeten is en erdoor wordt vergiftigd. ‘Dwaas” zijn we allemaal, als het geld ons hele leven beheerst. Als we alles voor geld over hebben, zelfs het leven van onze naaste of van onszelf.

‘Dwaas’ zijn we voor wie bezit de laatste zekerheid is. Je leven kun je alleen maar veiligstellen bij God. Hij is het die het leven schenkt, schept en behoudt. Elk mens is wel ergens aan verslaafd. En dan bedoel ik niet alleen de verslaving aan alcohol, tabak of drugs. Wij kunnen overal verslaafd aan raken. En telkens weer gaat het er dan om dat je dan dingen in het leven belangrijke gaat vinden dan God en de mensen om je heen. Zo verliezen mensen God en elkaar uit het oog. Dan draai je alleen maar om jezelf heen.

Het valt me in het evangelie van vandaag op dat er zes keer gesproken wordt over ‘ik’. Ík ben belangrijk!’. Vandaag gaat het over een rijk iemand. Wat moet ík doen? Ík weet het: Ík ga grotere schuren bouwen. Daarin zal ík heel mijn rijkdom opbergen. Dan zal ík tot me zelf zeggen: ‘man rust uit en geniet ervan. Ikke, ikke, ikke, en de rest vult u zelf maar aan. De evangelist Lucas is zeer geïnteresseerd in de tegenstelling arm-rijk. Al vóór Jezus geboorte laat hij Maria zingen, dat de rijken leeg zullen worden teruggestuurd. Als enige noteert hij dat er arme herders bij de geboorte van Jezus op bezoek komen. Hij geeft daarmee aan dat Jezus zelf afkomstig is uit de onderklasse. Bij de besnijdenis van hun Zoon geven Maria en Jozef het vastgestelde tarief voor de armen: een koppel duiven. Johannes de Doper laat hij zeggen: ‘als iemand twee hemden heeft, laat hij er dan een aan de armen geven’.

Maar liefst achttien keer schrijft Lucas over de macht en het gevaar van de rijkdom. Het boek Prediker gebruikt voor die rijkdom en voor de houding van de rijken een andere term: ‘ijdelheid’, dat ‘hebel’ (een vleugje wind) betekent. Rijkdom is zo stabiel als de wind, evenals alle bezittingen. Maar niet alleen bezit kan verlammend werken. Ook het bezit van bijvoorbeeld ‘de’ waarheid kan mensen binnen en buiten de kerk tot robots maken. Je kunt zó aan je eigen waarheid blijven hangen, dat je er aan verslaafd raakt. ‘Dwaas’, zegt God, ‘nog deze nacht komt men je leven opeisen!’ Niet geld en goed, geen eigen waarheid, maar Gods liefde is eeuwig. Stel je leven in dienst van de Liefde, en leef ernaar. ‘Dan vergaar je geen schatten voor jezelf, maar ben je rijk bij God’.

Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam
H. Augustinuskerk en H.Urbanuskerk Ouderkerk aan de Amstel

BROOD UIT DE HEMEL

zondag 19 juni 2022
Sacramentsdag – C
Genesis 14:18-20,
R1 Korintiërs 11:23-26 en
Lucas 9:11b-17

Sacramentsprocessie

Vandaag overwegen wij dankbaar wat ons leven te danken heeft aan de gave van het heilige Brood. Brood dat staat voor leven. Bij brood hoort drank, kleding en een huis, de eerste levensbehoeften van de mens (Jezus Sirach 29:21). Miljoenen mensen werken hiervoor en leven ervan. Vaak lijkt dit het enige waarvoor wij leven: brood en spelen. ‘In het zweet zul je werken voor je brood’ (Gen. 3:19). Brood is meer dan een vrucht, die je zomaar van de boom plukt. Het is niet alleen de een gave van een samenspel van zon en aarde, het is ook de vrucht van onze menselijke arbeid. Alleen aan uitverkorenen valt brood ten deel, dat niet door mensen gebakken is.

Toen de hongerige Israëlieten het manna vonden in de woestijn, legde Mozes hen uit: ‘Dit is het brood dat Jahwe u te eten geeft’ (Ex. 16:11-16). De psalmist zingt daarom: ‘Hij liet het manna als spijs op hen neer regenen, hemelkoren was het wat hij hun gaf: ‘brood voor de engelen kreeg iedereen te eten. Hij zond hen voedsel toe – tot verzadiging’ (Ps. 78:24-25) En Mozes zal later zeggen: ‘Hij heeft u honger laten lijden, maar u ook het manna te eten gegeven dat gij noch uw vaderen ooit hadden gezien. Hij wilde u daardoor laten beseffen dat de mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat uit de mond van Jahwe komt’ (Deut.8:3).

Ook bij de profeten speelde het brood een grote wonderlijke rol. Toen Elia moest vluchten voor de hongersnood, gaf Jahwe hun opdracht oostwaarts te vluchten naar het zijdal van de Jordaan: ‘Uit de beek kunt ge drinken en aan de raven heb ik bevolen u daar van voedsel te voorzien. En zij brachten ’s avonds brood en vlees en hij drinken uit de beek’ (1 Kon.1:2-7). En in de hongersnood die volgde vermenigvuldigde hij de laatste handvol meel van de weduwe in Sarepta, zodat zij te eten hadden’ (1 Kon 1:8-16).

Dat was het Oude Testament. In het Nieuwe Testament staat onder andere dat Jezus, na veertig dagen vasten in de woestijn, door de duivel werd bekoord. De duivel zei tegen Jezus:’ heb je honger, jij kunt toch van stenen brood maken?’ En Jezus hield hem uit de oude Wet voor: ‘Er staat geschreven: Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God komt’ (Mat.4:14). ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’, leerde Jezus ons bidden. In het zesde hoofdstuk van het Sint-Johannesevangelie begint met het verhaal van de wonderbare broodvermenigvuldiging, waarin mensen een teken zagen van de Profeet die in de wereld moet komen (Joh. 6:1-15). De volgende dag sluit Jezus daar uitvoerig op aan en roept daarbij de herinnering wakker aan het ‘Brood uit de Hemel’ dat God de vaderen in de woestijn te eten gaf. Toen sprak Hij: ‘Ik ben het Brood des levens, wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben’ (Joh. 6:35).

‘Ik ben het Brood des levens. Uw vaderen die het manna in de woestijn hebben gegeten zijn niettemin gestorven, maar dit brood daalt uit de hemel neer, opdat wie ervan eet, niet sterft. ‘Ik ben het levend brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid’ (Joh.6:48-52). Brood en wijn geven gemeenschap met Christus. Bij het laatste Avondmaal ’nam Jezus brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden: ‘Neemt en eet, dit is mijn Lichaam’ (Mat.26:26). De jonge Kerk begreep het geheim van de Eucharistie als een werkelijke aanwezigheid van de Heer in verbinding van Zijn leven met de onze. ‘Geeft niet het brood dat wij breken, gemeenschap met het Lichaam van Christus? Omdat het brood één is, vormen we samen één lichaam, want allen hebben wij deel aan het ene brood’ (1 Kor. 10:16-17). Want dit had Jezus gezegd: ‘Zoals ik door de Vader die leeft, gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet, leven door Mij’ (Joh.6:57).

Wij zijn nu aangekomen aan het evangelie dat gaat over broden en vissen. Wij horen dat de leerlingen op bevel van Jezus zijn rond gegaan om overal te preken. Ze zijn enthousiast. Hun woorden schieten raak. Ze zijn enthousiast over hun succes. Nu begint de avond te vallen. Veel mensen zijn de hele dag bij Jezus gebleven, hebben aan zijn lippen gehangen. Nu, zeggen de apostelen: moeten de mensen huiswaarts, want ze moeten eten. De leerlingen hebben gepreekt. Waarover? Natuurlijk over: ‘Heb je vijand lief, zoals God jou liefheeft. Geef en jou zal gegeven worden.’ Dat zal, kort samengevat, de inhoud van hun preken zijn geweest. Maar nu de mensen honger hebben, willen ze die mensen wegsturen. Jezus zegt: ‘geven jullie ze maar te eten!’ De leerlingen zeggen: ‘we hebben maar vijf broden en twee vissen?’ Jezus geeft hen een teken. Hij spreekt over het brood een dankgebed en geeft ze terug aan de leerlingen en zegt: ‘deel maar uit. Deel wat je hebt. Al is dat nog zo weinig. Je zult zien, dat als mensen delen, er altijd genoeg is!’

Dat verhaal hebben de leerlingen van Jezus doorverteld aan hun vrienden, en zo is ‘t uiteindelijk bij ons terechtgekomen. Vertellen wij met dezelfde eerbied dat verhaal door aan onze kinderen? De laatste vijftig jaar is er veel veranderd – gelukkig ook veel ten goede. We gaan wat minder kwezelachtig om met ons geloof. Vroeger borgen we het Heilig Sacrament op in een monstrans, dat bezet was met diamanten en dure prachtige erfstukken. Gaat het om gewijde of ongewijde handen? Maar elke hand wordt gewijd die vol geloof de Heer ontvangt en doorgeeft. Want zo houden wij Jezus levend in ons midden. Bij de communie ontvangen we geen ‘stukje van Jezus’: Het is ‘n uitnodiging om – al etend en drinkend – gevoed te worden door Jezus’ mentaliteit.

Daar word je als mens beter van, omdat je in je mens-zijn toegroeit naar Gods beeld en gelijkenis. Jezus heeft Zich niet aan ons gegeven om Zich weg te laten stoppen in een gouden huisje. Wij mogen het brood breken en delen, als uitdrukking van ons leven, en als aansporing om het beste in jezelf te delen met elkaar. Niet voor niets zegt Jezus: ‘als je aan het altaar komt, en je herinnert je, dat iemand iets tegen je heeft, laat dan je gaven bij het altaar achter en ga je eerst met je broeder verzoenen. Kom dan terug!’ Soms denk ik weleens dat het vroeger gemakkelijker was. Je zat als misdienaar in een rode toog eerbiedig voor het sacrament tijdens het lof, een uur van aanbidding van het Allerheiligste. Dan kon je je echt even terugtrekken uit het gewone leven. Even bij God zijn en even op God lijken. Even bij God in de hemel zijn.

Vandaag de dag moet je wel weten wat je doet als je ‘ja en amen’ zegt bij het ontvangen van het brood. Dan moet je weten wat daarvan de consequenties zijn, wat er van je gevraagd wordt. Eucharistie vieren is: de uitdaging durven aangaan. De uitdaging durven aangaan om deze wereld en jezelf beter te maken.

Eucharistie is niet alleen een gave van God, maar ook een opgave: om te zijn – om je te gedragen – zoals Hij. Zo kan de eucharistie een halteplaats worden voor onderweg, waar je even op verhaal komt, waar mensen elkaar in geloof kunnen ontmoeten en met elkaar hun geloof mogen delen. Even uitrusten van de voorbije week, dankbaarheid uiten en verdriet verwerken, maar ook uitzien naar de dag van morgen, om dan samen weer op weg te gaan, onder de zegen van God. Op zondagmorgen is de kerk hier geen verblijfplaats, maar een halteplaats. Even stilstaan en dan weer verder trekken. Na de eucharistieviering komt je leven van alle dag, met ups en downs.

Dan moet blijken – als het goed is – dat je door alles heen, zelfs door ontrouw en zonde heen (denk maar aan Petrus), toch telkens weer ertoe wordt opgeroepen ‘één uur met Jezus te waken’ om daarna het wel en wee van elke dag weer aan te kunnen. We kunnen er – als kinderen van God – weer een tijdje tegen! De meesten van u ontvangen het brood niet meer op de tong, maar in de hand. Niet gewijde handen. Of juist handen die door het brood gewijd worden om te doen wat gedaan moet worden. Niet door Jezus alleen te belijden met onze tong, maar door Hem tot leven te laten komen in en door onze handen. Zo krijgt God ook vandaag handen en voeten in een wereld die de opdracht heeft om steeds meer uit te groeien tot Zijn wereld.

Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam
H. Urbanus Ouderkerk aan de Amstel, H. Titus Brandsma en H. Augustinus

Paul Koopman 12½ jaar diaken

Het is 12½ jaar geleden dat Paul Koopman tot diaken werd gewijd. En dat willen we niet zomaar voorbij laten gaan. Dat wordt gevierd op zondag 22 mei in de Titus Brandsmakerk. 

Na afloop van de viering wordt Paul onder het genot van koffie/thee, een hapje en een drankje in het zonnetje gezet. En bij een feestje horen gewoonlijk ook cadeautjes; de wens van Paul is om met zo veel mogelijk parochianen zijn diakenfeest te mogen vieren – dus zegt het voort en komt allen! Laten we zorgen voor een stampvolle kerk op 22 mei, een mooier geschenk zal Paul zich niet kunnen wensen. 

Wilt u toch iets geven, dan wordt een gift aan het project van Martin Schneeberger voor de vluchtelingen op Lesbos zeer op prijs gesteld.
Er staat dan een collectebus waarin u uw gift kunt deponeren. Mocht u liever een bedrag overmaken, dan kan dat op het betreffende IBAN-nummer
NL72 RABO 0382 3326 01 onder vermelding van ‘feest Paul Koopman’. 

Meer lezen over het werk van Martin Schneeberger: klik hier.

OMDAT HIJ DIE STEM HERKENDE

zaterdag 16 april 2022
Paaswake
Gen. 1:1:31+2:1-2 en Ex. 14:15-31+15:1,
Jes. 55:1-11 en Rom. 6:3-11 en
Lucas 24: 1-12

Verrrijzenis

Beste parochianen,

‘De boodschap van Pasen en de boodschap van vrede liggen dicht bij elkaar. Dit jaar lijkt de vredesboodschap van Pasen verder weg dan ooit. De verschrikkelijke gebeurtenissen in Oekraïne herinneren ons eraan dat lijden en sterven altijd nabij zijn in het leven van mensen. De hoop die wij als christenen mogen putten uit de Paasboodschap van wederopstanding en nieuw leven biedt ons een zeker houvast. Maar ik denk dat het velen van u vergaat zoals het mij vergaat: het lijden dringt zich op, het vlammetje van de hoop flakkert, maar flets in deze tijd.

Oekraïne voelt dichtbij voor ons. Het is hartverwarmend om te zien hoeveel steun Oekraïners krijgen in heel Europa en de rest van de wereld, zeker ook heel bijzonder in Nederland. Mensen stellen hun huis open, en ik weet zeker dat waar mogelijk de Oekraïners met open armen in veel kloosters worden ontvangen. Die boodschap van gastvrijheid, mededogen en solidariteit is óók de boodschap van Pasen. En zij vormt het hart van ons geloof en onze naastenliefde als christen. Gelukkig weten wij vanuit ons werk bij Mensen met een Missie dat die boodschap zich over de hele wereld uitstrekt. Op talloze plekken waar wij werken krijgt de vredesboodschap van Pasen concreet gestalte in hoe onze partners zich inzetten voor de mensen in hun omgeving die dit het meest nodig hebben’.

(Rick van der Woud, directeur Mensen met een Missie)

Lees verder “OMDAT HIJ DIE STEM HERKENDE”

NIEMAND IS ZONDER ZONDE

zondag 3 april 2022
Vijfde zondag Veertigdagentijd – C
Jesaia 43:16-21, Filippenzen 3:8-14 en
Johannes 8:1-11

Niemand is zonder zonde

Johannes 8, 7-9
  1. Toen ze bleven aandringen, richtte hij zich op en zei: ‘Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.’
  2. Hij bukte zich weer en schreef op de grond.
  3. Toen ze dat hoorden gingen ze weg, een voor een, de oudsten het eerst, en ze lieten hem alleen, met de vrouw die in het midden stond.

Niemand?

Er zijn mensen die zeggen dat de Bijbel alleen oude versleten verhalen hebben. Maar dat is niet waar, want ook de Bijbel staat vol met schitterende en heel boeiende verhalen. En ook als Jezus iets belangrijks te vertellen had, begon Hij niet met mooie theorieën, maar vooral een verhaal te vertellen. In het vertellen van verhalen werd duidelijk wat Jezus wilde zeggen. Vorige week bijvoorbeeld ging het om de boeiende parabel over de Verloren Zoon, die door zijn oudere broer niet werd begrepen. Gelukkig was zijn vader veel barmhartiger.

Vandaag gaat het over een overspelige vrouw. En dat is geen oud en versleten verhaal. Integendeel, zelfs na tweeduizend haar blijft het een bijzonder spannend verhaald. Het Evangelieverhaal van vandaag zou tegenwoordig uitstekend passen in programma’s als Goede Tijden en Slechte Tijden. Een vrouw wordt betrapt op overspel, ook dat kom je wel tegen in dit programma! Zelfs na tweeduizend jaar blijft het nog steeds een spannend gebeuren. Maar Jezus wilde blijkbaar niet meedoen met het onwaardig verhaal, waarin de ellende van een vrouw wordt uitgebuit als bouwstenen voor een spannende discussie met een kwaadwillige achtergrond. Jezus gunt de Wetgeleerden en Schriftgeleerden, enkele ogenblikken de illusie van een overwinning.

Lees verder “NIEMAND IS ZONDER ZONDE”

BARMHARTIGHEID BOVEN RECHT

zondag 27 maart 2022
Vierde zondag Veertigdagentijd – C
Jozua 5:9a-19-12, 2 Korintiërs 5:17-21 en
Lucas 15:1-3.11-32

De verloren zoon

Het valt me zomaar op dat er tegenwoordig weer veel belangstelling is voor verhalen. Kijk maar in de boekhandel, luister naar de radio en kijk naar de televisie. We zijn geïnteresseerd in verhalen. Sommigen kunnen zelfs eindeloos vertellen. Verhalen uit ons verleden, maar ook verhalen uit andere culturen spreken ons blijkbaar aan. Ook de Bijbel staat vol met schitterende verhalen. Als Jezus iets belangrijks te vertellen had, begon Hij altijd met een verhaal. In het vertellen van verhalen wordt duidelijk wat Jezus eigenlijk bedoelde.

Lees verder “BARMHARTIGHEID BOVEN RECHT”

JESUS ALS ADVOCAAT VAN DE ZONDEBOK

zondag 20 maart 2022
Derde zondag Veertigdagentijd – C
Exodus 3:1-8a+13-15,
1 Korintiërs 10:1-6+10-12 en
Lucas 13:1-9

Niet voor niets vertelt Jezus vandaag de parabel van de onvruchtbare vijgenboom, die dankzij de wijngaard nog een jaar de kans krijgt om vruchten te dragen en anders omgehakt te worden. Het beeld van de onvruchtbare vijgenboom dient als een oproep tot bekering. En wij bidden: Heer, geef ons vruchten voort te brengen van boetvaardigheid en waarachtige liefde, want ook in onze tijd blijft bekering blijft noodzakelijk.

Laten we voordat we dieper in het Evangelie ingaan, allereerst eens kijken naar de eerste lezing, genomen uit het boek van de Uittocht. Een prachtige lezing, waarin in sprekende beelden, en krachtige woorden geschilderd wordt wie God eigenlijk is. Het eerste beeld God is dat van het vuur. Vuur, vlammen, ze fascineren bijna iedereen, of je nu jong bent of oud. Vuur heeft bij veel mensen een grote aantrekkingskracht. Vuur kun je associëren met warmte en gezelligheid, maar vuur heeft ook altijd iets van vernietiging. Vaak wordt een gezellig brandend kaars de oorzaak van een uitslaande brand die door de brandweer weer bedwongen moet worden.

In het Oude Testament ziet Mozes wel een heel bijzonder vuur, want het is een vuur dat brandt maar niet verteert. De doornstruik blijft onaangetast, want God is laaiend aanwezig, als een helder vuur waar je je aan kunt warmen, en waar je je ook veilig kunt voelen. Dit vuur wordt geen vernietigende brand, want God maakt niets kapot. God komt ons tegemoet niet als een verzengend vuur, maar als helend vuur. Een indrukwekkend beeld van God waarin wij geloven wie de God van Abraham, Izaäk en Jacob is, wie de God is van Sarah, Rebekka, Rachel en Lea. Van God wordt verteld dat Hij onze ellende ziet, onze jammerklachten hoort, ook ons lijden. God kent ons en wil ons bevrijden.

In deze Veertigdagentijd gaat het in het evangelie vooral over lijden, dood en schuld en later over een vijgenboom die wel of niet omgehakt moet worden. Jezus verzet zich fel tegen de opvatting dat het lijden waar iemand mee te maken krijgt, rechtstreeks voortkomt uit je eigen zondig gedrag. Het lijden is geen straf van God, als een soort vergel­dingsmaatregel. Jezus wil deze wijdverbreide gedachtegang corrigeren om de mensen om Hem heen op te roepen om zich open te stellen voor de werkelijke bedoeling van God.

Het evangelie komt met twee concrete voorbeelden over zondebokken. Jezus verdedigt als geen ander elke zondebok. Het is eerste concrete voorbeeld: er is een geweldig ongeluk gebeurd: Iedereen praat erover en is geschokt. Er moet iets verkeerd zijn gegaan bij de bouw van een hoge watertoren. Halverwege de bouw viel de toren om. 18 arbeiders kwamen onder ‘t puin terecht. Wat is er misgegaan tijdens de bouw? Waren de fun­damenten te zwak, ondeugdelijk materiaal? Som­migen spreken zelfs van corruptie.

Dat kennen we intussen wel: als er iets verkeerd is gegaan, zoekt iedereen naar de oorzaken daarvan. Er wordt druk gespeculeerd. Iemand heeft de oplossing! Staande op de markt vertelt hij aan iedereen die het maar wil horen: ‘Natuurlijk is het zielig dat er 18 mensen dood zijn. Maar misschien zit er toch een beetje eigen schuld bij. De bouwlieden zullen wel niet brandschoon geweest zijn, nu God hen op deze manier straft!’ Ja, als er iets misgaat, weten wij de reden al. Als je ziek wordt, hoor je de ander denken: had je maar niet moeten roken, drinken, of zo hard moeten werken. Het is het verhaal van alle tijden. Mensen brengen een blinde bij Jezus en vragen: heeft die blinde nou ge­zondigd of zijn ouders? Want ja, die blindheid moet toch érgens vandaan komen?

Nog steeds zijn wij vaak op zoek naar zondebokken. Kijk, het is verschrikkelijk als je kanker krijgt. Maar daar kun je bijna niets aan doen, zeker als je niet rookt. Anders is het met aids. Dat is toch een straf van God voor zedeloos gedrag? Is aids niet Gods antwoord op een wereld die steeds, steeds gemakkelijker wordt als het over seksualiteit gaat? Zo hebben wij overal een antwoord op. Ze zijn klip en klaar. En we oordelen en veroordelen, zijn voortdurend op zoek naar de zondebokken onder ons.

18 bouwvakkers komen terecht onder het puin, toen de toren van Siloam halverwege de bouw in elkaar stortte. En een ongeluk komt zelden alleen. Want er staat al weer een nieuw bericht op teletekst: Pilatus heeft een groep Galileeërs laten vermoorden op het tempelplein. Overal tumult en een geweldige herrie. Ze werden verdacht van staatsondermijnende activiteiten. Ze zijn vermoord tijdens de offerdienst, zodat hun bloed zich mengde met het bloed van de offer­dieren. Weer staat hetzelfde mannetje of vrouwtje – we zouden het zelf kunnen zijn! – op de markt en roept uit: God is rechtvaardig, dus moet het aan de slachtoffers zelf liggen! Jezus staat te kijken. Tot zijn vrienden zegt Hij: die man moet op zijn kop hebben. Hij laat jullie dingen geloven die niet waar zijn. Wij misbruikten vaak het Woord van God om onze eigen theorieën te ondersteunen. Jezus staat geïrriteerd te kijken. Wat denken die mensen wel? Dat zij beter zijn dan die 18 mensen, die onder het puin terecht zijn gekomen? Zijn zij beter dan mensen die bijvoorbeeld aan aids lijden? Ja, natuurlijk, geef de schuld maar aan God. Alsof God al geen medelijden heeft met een vogeltje dat van een dakrand valt.

Niet voor niets horen wij vandaag hoe God zijn naam bekend maakt aan Mozes: Zijn naam betekent: Ik-zal-er-zijn! Dus, ook voor jou! God kiest de kant van mensen en zegt: Ik heb de ellende van mijn volk gezien en ik ga het bevrijden uit de klauwen van de Farao’s.

  • God zegt: Ik zal afdalen om hen weg te voeren uit hun verbittering. Ik daal af om het geminachte kind te bevrijden uit de klauwen van zijn opvoeders.
  • God zegt: Ik daal af om eenzamen te bevrijden uit de klauwen van hun geïsoleerd bestaan.
  • God zegt: Ik daal af om de laagstbetaalden te be­vrijden uit de klauwen van de maatschappelijke verdomhoek.
  • God zegt: Ik daal af om de ongeneeslijk zieke te troosten en om zijn pijn te verlichten.
  • God zegt: Ik daal af om de buitenlanders en vluchtelingen te bevrijden uit doe vreselijke klauwen van de oorlog voerders.

In onze tijd worden wij voortdurend door de massa­media bestookt met berichten over rampen, terreur en oorlog. Een oorlog in Oekraïne? Er zijn over heel de wereld minstens veertig plekken van mensen die elkaar naar het leven staan. Maar daar hebben wij overal een verklaring voor: honger in Afrika, die mensen zijn nog te primitief voor ‘n gezonde economie. Een ruimteschip ontploft: ja, dat was toch een technisch foutje, volgende keer beter… Mijn land is niet groot genoeg blijkbaar, ik snap waarom ze omliggende landen willen binnenvallen en stukken land van een ander naar zich toe willen trekken, terwijl zij zelf al een bijzonder groot land hebben. Maar Jezus zegt: wij zullen op dezelfde wijze in dat geweld omkomen, als wij ons niet bekeren. Waarschijnlijk zou Jezus in onze tijd zeggen: ‘beste mensen, geloof maar niet dat jullie beter zijn dan de mensen om je heen.

  • Geloof niet dat alleen de grote fabrieken de schuld zijn van het sterven van bomen, jullie gebruiken allemaal te veel auto’s.
  • Geloof niet dat alleen een bepaald land de vrede in gevaar brengt: we stikken bijna allemaal van de ge­weld­dadigheid.
  • Geloof me dat de groeiende armoede, ook in ons land, niet alleen gevolg is van een verkeerde politiek, de meesten van ons zijn zelf niet bereid tot echte solidariteit en mededeelzaamheid.

Als we ons niet bekeren, als we ons niet omkeren, worden we allemaal in de wereldcatastrofen van deze tijd betrokken. Jezus vraagt ons op weg te gaan naar een ontwapenende levenshouding. Ik ken een man, die niet wenste onmiddellijk een schuldige aan te wijzen. Hij zegt niet: die boom deugt niet, maar daar zit ook te weinig groeikracht in. Nee, eerlijke mensen stellen vooral vragen aan zichzelf: misschien ben ík er wel de oorzaak van dat mensen om mij heen niet tot bloei komen. Wij hebben geen moeite om de schuldigen aan te wijzen bij een aanrijding, bij het vastlopen van een relatie, bij iemand die niet goed in de groep functioneert. Het is dan toch gemakkelijker om dan de schuldige aan te wijzen. Dat schept duidelijkheid. Dan heb je een zondebok. Althans, dat denk je. Want het is vaak niet zo duidelijk wie werkelijk de schuldige, de oorzaak daarvan is. Wat dat betreft hebben we allemaal boter op ons hoofd! Waarom zijn we dan toch altijd op zoek naar een zondebok?

Een mooie chassidische legende verklaart het evangelie van vanmorgen zo: Toen Abraham eens op een goeie dag voor zijn deur zat, zag hij en oude man uit de woestijn komen. Abraham was een gastvrij mens, ging hem tegemoet en vroeg hem om te blijven overnachten. Toen ze samen gingen eten, zag hij dat de oude man geen dankgebed uitsprak. Toen Abraham vroeg waarom hij dat niet deed, zei de oude man: ‘Uw God is niet mijn God. Ik geloof niet in God. En ik ken Jahwe niet en ik roep zijn naam niet aan.’ Toen werd Abraham boos en joeg de vreemdeling weg, de woestijn in. God sprak echter tot Abraham: ‘Die man is nu 98 jaar oud. Al die tijd heb Ik hem verdragen en hem niet laten omkomen. God zei: Abraham, Ik weet dat hij naar mijn stem niet luistert, maar Ik heb hem mijn genade nooit ontzegd. Hoe durf jij dan je hand naar hem op te heffen en hem weg te jagen, zonder hem ook maar één nacht onderdak te verlenen?’

Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam
Augustinuskerk en Urbanuskerk Ouderkerk aan de Amstel

Uitnodiging synodale bijeenkomst RK Amstelland

Paus Franciscus heeft de hele Kerk, van hoog tot laag, uitgenodigd om met elkaar na te denken over de vragen hoe de Kerk meer open en nabij kan zijn, een Kerk waarin ieder zich thuis voelt en kan participeren.
Een kerk dus die echt gemeenschap is en missionair. En hij heeft gevraagd om dat te doen door samen te komen en naar elkaar te luisteren, te beginnen in de bisdommen, dekenaten en parochies en daar zoveel mogelijk mensen bij te betrekken. Dat is geheel nieuw voor de Rooms-katholieke Kerk.

We noemen dit een synode. En deze synode heeft als titel: ‘Voor een synodale Kerk: gemeenschap, participatie en zending’. In het dekenaat Meerlanden is hier al een bijeenkomst over geweest, maar vanwege de coronamaatregelen met een beperkt aantal mensen. Daarom wordt op dinsdag 22 maart 2022 in de ontmoetingsruimte van de Titus Brandsmakerk een nieuwe avond georganiseerd, alleen voor parochianen van parochie RK Amstelland. Iedereen is van harte welkom. Graag voor 15 maart opgave bij de coördinator van uw locatie.

syndaalProcesamstelland

Link naar het voorbereidend document (Nederlandse taal) op de website van het Vaticaan.

SPLINTERS EN BALKEN

zondag 27 februari 2022
8e zondag door het jaar – C
Wijsheid van Jezus Sirach 27:4-7 ,
1 Korintiërs. 15:54-58 en
Lucas 6:39-45

splinter en balk

In deze weken horen we in de evangelielezingen wijze lessen. Het gaat over de wijze waarop wij omgaan met elkaar. Oorlogen en ruzies vinden we afschuwelijk en we begrijpen niet hoe ‘ze’ dat kunnen doen. Maar wat er gebeurt in het groot, is te begrijpen als we kijken in het klein. Hoe gaan we om met degenen die ons zijn toevertrouwd?

We willen allemaal de wereld verbeteren, maar helaas beginnen we altijd aan de verkeerde kant. We proberen anderen te verbeteren in plaats van onszelf. Toch is er maar één echte weg om de wereld te verbeteren: begin bij jezelf! Jezus zegt ons: ‘Je kunt toch niet de splinter uit het oog van een ander trekken, zolang je nog een balk in je eigen oog hebt zitten? Over het algemeen hebben wij twee gewetens: één voor onszelf, en één voor anderen. En die twee gewetens vallen lang niet altijd samen:

  1. Als we zelf een fout maken, hebben we onze dag niet of voelen we ons niet lekker,
    • als een ander een fout maakt, dan werkt hij op je zenuwen.
  2. Als een ander bij zijn eigen mening blijft, is hij eigenwijs,
    • als wij aan onze mening vasthouden, zijn we standvastig.
  3. Als een ander wat tijd nodig heeft, is hij traag,
    • als we zelf een eeuwigheid nodig hebben, dan zijn we bedachtzaam.
  4. Als een ander zich ergert over je mening, is hij intolerant,
    • als we zelf geen centimeter van onze mening afwijken, zijn we consequent.

Het is jammer dat we altijd van anderen de fouten opmerken. Het is altijd de schuld van anderen, en zo hoeven we zelf niet te veranderen. Wij leven allemaal met splinters en balken in onze ogen – vreemde voorwerpen die zijn binnengedrongen waar ze niet thuishoren. Jezus kon mensen bevrijden, omdat Hij accepteerde dat zij anders waren dan Hij. Hij keek niet met de ogen van zijn verstand, maar met de ogen van zijn hart. Als je durft kijken met de ogen van je hart, dan ben je de balk in je oog kwijt. Dan zouden we in ieder mens iets goeds zien.

Er is een oud gezegde dat luidt: ‘Heb nooit kritiek op een ander voordat je zelf een stuk weg hebt afgelegd in zijn of haar schoenen!’ Kan een blinde een ander mens leiden? Vallen ze niet beiden in dezelfde kuil? Gids kun je pas worden door zelf de rechte weg te bewandelen en door een goed mens te zijn. Niet door anderen 24 uur per dag te corrigeren, maar eenvoudig weg door ons voorbeeld. We zijn allemaal min of meer blind voor de juiste weg, voor de toekomst, voor de mogelijkheden in onszelf en in anderen. Blindheid is geen uitzonderlijke handicap, want er zijn meer mensen die blind – verblind – zijn, dan mensen die niet kunnen zien. Als blinden leiden we elkaar door ‘t leven. Laten we zorgen dat we niet massaal in de put terecht komen. Laten we voorzichtig zijn met onze kritiek op anderen.

Het evangelie staat vol met wijze raadgevingen, want naast het verhaal over balken en splinters, volgen nog meer uitspraken van Jezus, die Hij waarschijnlijk gedaan heeft bij een andere gelegenheid. Hij zegt bijvoorbeeld ook: ‘Een leerling staat niet boven zijn meester.’ Je moet niet proberen om wijzer te zijn dan God. Petrus probeert Jezus van Gods weg af te halen, hij wordt door Jezus gekapitteld, terugverwezen naar zijn plaats: onder zijn meester. Lucas heeft deze uitspraak van Jezus pas opgeschreven na de kruisdood van Petrus, die ondersteboven werd gekruisigd. Lucas geeft hiermee aan dat Petrus een waardige navolger geworden is van zijn Meester.

Jezus zegt ook: welk mens een goed geweten heeft? Dat is de mens die goed doet. Want waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Kijk maar naar wat iemand doet, en je kunt precies zeggen of zijn hart op de goede plaats zit! In het spreken ontdek je de boze in de mens’ Een waar woord uit de eerste lezing. Er is blijkbaar een relatie tussen spreken en kwaad. Onze wereld gonst van de boze woorden, van kwaadsprekerij, laster, spijkerharde oordelen over anderen. Dat is ziek, misselijk en dodelijk. Vandaag gaat het over splinters en balken, over blinden en doven die elkaar in de put helpen, over harten die overlopen, over tongen die kunnen vernietigen en opbouwen.

Tenslotte geeft het evangelie vandaag een kleine tip voor iedereen die een boom wil opzetten over anderen. Heb je een roddelverhaal, dan ben je zelf een zieke boom die zieke vruchten voortbrengt. Heb je een verhaal dat mensen opbouwt en groot maakt, dan ben je een goede boom die goede vruchten voortbrengt. ‘Waar het hart van vol is, daar loopt de mond van over.’ Laten we deze week eens letten op die balk in ons eigen oog, zolang wij daarmee bezig zijn, zullen wij wat minder oog hebben voor de splinters bij anderen.

Ambro Bakker s.m.a.
Locaties: H. Augustinus
en Ouderkerk aan de Amstel

ZE HEBBEN DE PIK OP ME

zondag 20 februari 2022
7e zondag door het jaar – C
I Samuël 26:2.7-9+12-13+22-23,
1 Korintiërs 15:45-49 en
Lucas 6:27-38
Ambro Bakker s.m.a.

Weet u waar de uitdrukking vandaan komt: ‘de pik op iemand hebben!’ Als u dat wilt weten, moet u eens gaan praten met iemand die kippen heeft. Dan zult u horen dat er tussen al die kippen er altijd één kip is die net zo lang door de andere kippen gepikt wordt totdat zij er dood bij neervalt. Een raadsel van de natuur: waarom hebben al die kippen juist de pik op die ene kip?

Kijk, dat mensen de pik op elkaar hebben, is te begrijpen. Daar zijn tal van redenen voor aan te voeren: Mensen verschillen van huid, van godsdienst, ras, bezit en seksuele geaardheid. Wij voelen ons vaak huizenhoog boven de ander verheven. Niet dat wij bijvoorbeeld de pik op buitenlanders hebben, maar voor velen van ons mogen ze liever vandaag vertrekken dan morgen!

Wij hebben de pik op elkaar. Zolang de wereld bestaat, zijn er mensen die de pik op elkaar hebben. En meestal is daar een reden voor. Als je je bedreigd voelt, ga je al gauw op zoek naar een zondebok. Kaïn had de pik op Abel, omdat diens rook bij het offer naar de hemel steeg, terwijl zijn rook dicht bij de aarde bleef. David had de pik op zijn buurman, omdat die zo’n mooie vrouw had gezien, die hij zelf liever had willen hebben. Heel de geschiedenis door hebben mensen de pik op elkaar, en pikken ze net zolang door tot anderen er dood bij neervallen, soms met honderdduizenden tegelijk!

Het evangelie zegt vandaag: ‘Bemint uw vijanden; doe goed en leen uit zonder erop te rekenen iets terug te krijgen’ (Lc 6:35). En als iemand u op de wang slaat, keer hem of haar ook de andere wang toe. Als iemand uw bovenkleed afneemt, belet hem of haar dan niet ook uw onderkleed te nemen. Vestig niet al uw aandacht op wat u bezit. Niet om uw bezittingen gaat het, maar op wie en wat u in het leven bent. Met lege handen zijn we immers in het leven gekomen en met lege handen zullen we terugkeren in de handen van God. Kijk, de wereld die u bemint vergaat. Maar zelfs nu als de wereld dor is geworden, bloeit ze weer uit op onze harten. En hoe de wereld eruit moet zien, is dat niet de wereld, waarin wij de pik op iemand hebben. Het is de wereld van Barmhartigheid. Oftewel: ‘Wie goed doet, wie goed ontmoet’. Laat dat gepik dus maar achterwege en leef vanuit Liefde en Rechtvaardigheid.

De tekst van Lucas begint radicaal: ‘Tot u die naar Mij luistert zeg Ik: Bemint uw vijanden, zegent hen die u vervloeken, en bidt voor hen die u mishandelen’ (Lc 6:27-28) Vandaag draait alles rond die gulden regel uit de Bijbel: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet’. En behandel elkaar zoals je zelf behandeld wil worden.

Velen liggen in de knoop met hun relaties. Het lijkt me afschuwelijk, als je hartstochtelijk van iemand houdt en je liefde wordt niet beantwoord. De ander vindt jou wel aardig, maar daar blijft het bij. En ‘s avonds lig je te huilen in je bed, alleen met je verdriet, je hoofd tolt om en je krijgt barstende koppijn. Tranen liggen half verdroogd op je wangen en de verlossende slaap wil maar niet komen. Misschien dat u nu denkt: hij heeft het zeker over jongens en meisjes met puberteitsproblemen!

Nee, ik heb het vandaag ook over de relaties die wij als volwassenen met elkaar kunnen hebben. Over liefdes en vriendschappen die niet beantwoord worden. Over mensen die zó de pik op ons hebben, dat hun vriendschap of huwelijk eerder een gevangenis is geworden dan een bijdrage tot vrijheid en geluk. Ik denk aan mensen die door anderen gebruikt worden voor eigen plezier. ‘s Nachts liggen ook zij te huilen en denken bij zichzelf: had ik hem of haar maar nooit ontmoet!

Een onbeantwoorde liefde. Wat doe je dan met je verdriet? Kon je maar met je met je pijn en verdriet maar ‘n liefdeskliniek binnenlopen, waar er iemand is die je opvangt, die begrip voor je heeft. Iemand die niet voortdurend de pik op je heeft. Onze wereld staat vol kerken en kathedralen, maar is de kerk dan geen liefdeskliniek? Maar waar moeten we heen met onze angsten en ons verdriet? Er gaan tegenwoordig, zeker ook in onze coronatijd, veel minder mensen naar de kerk, dus neervallen kun je bijna overal in de kerk. Maar wij willen in ons leven niet neervallen, wij willen liever opvallen en elkaar niet aanvallen. Wat we ook in onze tijd nodig hebben, is een warme kerk waar wij op mogen vallen, waar niemand met zijn of haar ziel onder de arm hoeft te lopen, waar geen enkel mens meer de pik op een ander heeft, waar wij plaats krijgen in het hart van de ander in plaats van doelloos rond te slenteren in dit leven.

We zijn langzamerhand van een liefdesgemeenschap terecht gekomen in een prestatiemaatschappij. ‘Jij-bent-er-voor-mij, en ik ben de baas’ is daarvan de basis. Maar zó wordt het leven hard en meedogenloos. Dan verkillen menselijke ver­houdingen. En het kan niet anders: in zo’n maatschappij slachten mensen elkaar af, pikken elkaar dood. Jezus laat zien dat God op niemand de pik heeft. Hij wil elk mensenkind voldoende nestwarmte bieden. Daarom maakte Hij ons van slaaf tot vriend, en van kind tot erfgenaam. En deze liefde mogen wij aan elkaar doorgeven. We mogen samen ‘n kerk vormen waar mensen mogen schuilen: met onze vreugde en verdriet, met onze angsten en met onze verlangens. Dat is wat Jezus ons telkens voorhoudt: trek je snavel niet open om over anderen te praten. Trek je snavel hoogstens open om naar elkaar te koeren. Trek je snavel open, maar om daadwerkelijk het Evangelie te verkondigen, niet om mensen af te breken en dood te pikken. Want als we dát doen, heeft God ongetwijfeld de pik op ons!

Dezelfde stap zette Jezus, toen Hij in de Hof van Olijven ‘t oor van de militair genas, die Petrus met z’n zwaard had afgehouwen. Zelfs aan het kruis bad Jezus voor diegenen die Hem dat aandeden: ‘Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen…’ Jezus wilde geen toeschouwer zijn van ons wereld­gebeuren, Hij keert concreet de andere wang toe. Een kroon van doornen en een spotmantel waren het antwoord op deze ontwapenende houding.

Een kroon van doornen en een spotmantel waren het antwoord op deze ontwapenende houding van Jezus van Nazareth. Jezus was te vinden vooral bij mensen die in de knel zaten, maar zij wisten dat Jezus aan hun kant stond, al zij door andere snavels werden gepikt en doodverklaard.

Binnenkort zal pater Titus Brandsma, Karmeliet, heilig worden verklaard, juist omdat hij diezelfde weg van de lijdende Christus is gegaan. Ook Titus is in de Tweede Wereldoorlog door de foltering heengegaan en gemarteld, omdat hij in Nederland het heeft opgenomen voor de Joden en daar veel werk van maakte. Titus werd door de Nazi’s in een concentratiekamp opgesloten. Maar hij was geen man van dodelijke pikkerij. Integendeel, tot het einde toe bleef hij voor de andere gevangenen een bron van steun en hoop: hij had voor allen een glimlach, een woord van begrip, een gebaar van goedheid, zelfs de Nazi’s die hem verafschuwden kregen van hem goede woorden.

De ‘verpleegster’ die hem op 26 juli 1942 het dodelijke spuitje gaf, getuigde enkele jaren na de oorlog, dat haar steeds levendig het gelaat voor de geest stond van die priester Titus, met wie zij door haar dagelijks werk niet zoveel medelijden had, maar zelfs toen, zei ze, toen ik hem het dodelijke spuitje gaf, had hij eerder medelijden met mij dan met zichzelf… Hij is Jezus op zijn lijdensweg gevolgd.

Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam