IK ZEG JE: STA OP!

Nabijheid die doet leven

zondag 5 juni 2016
10e zondag door het jaar – C
1 Koningen 17:27-24 en Lucas 7:11-17

Misschien heeft u ooit zoiets verschrikkelijks meegemaakt: een kind verliezen. Of kent u anderen die dit hebben ondergaan. Dan kunt u zich goed voorstellen hoe kwaad je kunt worden op God. Ons geloof wordt ten diepste beproefd. Want als dit gebeurt, wat blijft er dan over van ons vertrouwen dat ons leven veilig is in zijn hand? Is er dan iets mis met ons godsbeeld? En wat moeten we dan met de lezingen van vandaag?

Het is u natuurlijk opgevallen dat de lezingen sterk op elkaar lijken. Jezus wordt in het evangelie door Lucas geschilderd als de nieuwe Elia. De profeet Elia die aan het einde der dagen zou terugkeren als de Messias. De profeet en de Messias die, namens God, oog en hart hebben voor de meest kwetsbaren in de samenleving, zoals de weduwe en de vreemdeling. Een weduwe, die ook nog eens beroofd wordt van haar laatste zekerheid in het leven, haar enige zoon, is ten dode gedoemd.

We gaan even terug naar de tijd van Elia. U herinnert zich dat er hongersnood heerste in Israel. Elia moet vluchten voor koning Achab, maar wordt door God weggevoerd en gered door een weduwe die de profeet te eten geeft uit haar laatste mondvoorraad. Waarmee ze haar eigen leven en dat van haar kind op het spel zet. Een wonder geschiedt: de etenspot raakt niet meer leeg. Het leven lijkt gered.

Maar dan sterft haar zoon alsnog. We kunnen ons indenken welke gedachten er in haar hoofd rondspoken: “Waar heb ik dit aan verdiend? Wat heb ik misdaan dat God mij zo zwaar straft?” Ze klaagt de profeet en daarmee ook God aan. En de profeet is haar nabij. Hij vecht (namens God?) voor het leven van haar kind en geeft het aan de moeder terug. En geeft daarmee aan de vrouw zelf het leven terug.

In het evangelie een parallelverhaal. Voor de poort van Naïn (de ‘lieflijke stad’) stuit Jezus op een rouwstoet. Een weduwe is op weg haar zoon, haar enige kind, haar kostwinner en toeverlaat, uit te dragen. Goed beschouwd zijn er eigenlijk twee doden, want zonder zoon is ook haar eigen leven ten dode opgeschreven. Jezus is ten diepste bewogen. Hij raakt de baar aan en met een eenvoudig bevel: “Jongeman, kom overeind”, geeft Hij de zoon aan zijn moeder terug.

Het is goed om te beseffen dat in beide verhalen niet het kind, maar de moeder de centrale rol speelt. Daar tegenover staat de bewogenheid van Elia en van Jezus, zo u wilt de bewogenheid van God. Elia en Jezus helen de breuk die door de dood is veroorzaakt. Zij bedwingen de chaos. Er is weer toekomst. De evangelist zegt: door ons aan Jezus toe te vertrouwen zijn we met hem op weg naar het leven, het leven zoals God dat voor ons bedoeld heeft.

Maar hoe zit dat dan als je zelf een kind verliest? Dan is er toch geen Jezus die mij mijn kind teruggeeft? Dat is waar, dat is verschrikkelijk. Op die wijze kunnen we het verhaal blijkbaar niet verstaan. Ons beeld van God als wonderdoener, die te pas of te onpas ingrijpt in de natuur, moeten we misschien loslaten. Het leven zelf zou dat beeld loochenstraffen. Het leven blijft voor ons iets als een ondoorgrondelijk mysterie. Kunnen we God dan maar beter opgeven? Ik las pas (T. Halik): als je God schrapt uit je woordenboek, wordt daarmee het lijden in de wereld verminderd? Of wordt daardoor slechts de kracht van de hoop verzwakt en krijgt het kwaad des te meer kans om het menselijk hart te vergiftigen met cynisme en wanhoop?

Misschien moeten we God meer trachten te zien zoals Jezus was. Hij die altijd partij koos voor de zwakken. Die hen genezend nabij was. Ook wij zijn geroepen om anderen nabij te zijn en, waar mogelijk, te genezen. Om de dood in het leven terug te dringen.

De vreemdeling en de weduwe, zij zijn de meest kwetsbaren in de samenleving. En juist aan hen gebeuren de Messiaanse tekenen van barmhartigheid (De Heer). Zo staan Elia en Jezus voor Gods ontferming. Zo wordt de God van Israel talloze malen getekend. Een God die met ons meelijdt. Ziekte en dood zijn in dit leven nu eenmaal niet te vermijden. Maar in mensen als Elia en Jezus is de Heer zijn volk nabij. Geen grote gebaren, maar een diep innerlijk geraakt worden door de ellende van de ander.

Het gaat opnieuw om een paasverhaal. De oproep om op te staan uit alle dood en te leven. De vrouw kan haar plaats in de gemeenschap weer innemen. Want God heeft naar zijn volk omgezien, ook vandaag nog. De dood is wel niet uit de wereld verdreven, maar Gods zorg en liefde voor ons gaat ver over de dood heen. Mogen wij, op onze beste momenten, zijn zoals Jezus en Elia. En elkaar genezend en troostend nabij zijn, als het leven bedreigd wordt door de dood, in welke vorm dan ook.
Amen.

© Paul Koopman
Pastoraal werker RK Amstelland