WEES NIET BANG

zondag 21 juni 2020
De Goede Herder – Amsterdam
12de zondag door het jaar – A
Lezingen: Jeremia 20:1—13 en Matteüs 10:26-33

Inleiding op de viering

wees niet bangHet evangelie begint vandaag met: ‘In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen: Weest niet bang’. We hoeven niet bang te zijn. Er schijnt zelfs iemand uitgerekend te hebben dat de aansporing ‘Wees niet bang’ in de Bijbel maar liefst 365 keer voorkomt. Het gaat dan ook om de varianten: vrees niet, wees niet angstig, laat uw hart niet verontrust worden, heb geen schrik, laat u niet ontmoedigen, wees niet ontsteld, houd moed en Ik zal je helpen.

Inderdaad is het een aansporing die we vaak, misschien wel dagelijks, nodig hebben, want er is nogal wat om bang voor te zijn, zowel in het grote wereldperspectief als in ons eigen persoonlijk leven. We kunnen bang zijn voor de Corona, bang om fouten te maken, bang voor de toekomst en voor alles wat er komen en verdwijnen gaat. We kunnen bang zijn voor vreemdelingen en voor mensen die te zeer in onze eigen intimiteit treden, we kunnen bang zijn voor onze eigen verlangens, gemoedsbewegingen en eenzaamheidsgevoelens. Zonder tegenwicht kan angst allerlei negatieve gevolgen hebben, zoals agressie, verkramping, eenzaamheid, fundamentalisme, of zelfs een overdreven hang naar respect.

Ook in de kerk kan de angst een grote rol spelen, op allerlei terreinen. De kerk is echter bij uitstek de gemeenschap waarin niet de angst maar de liefde het laatste woord zou moeten krijgen. Door de Blijde Boodschap van Jezus Christus kunnen we telkens opnieuw, in gebed, in vieringen en onze inzet voor elkaar, beleven dat God ons leven wil en ons aan elkaar geeft, ieder met zijn of haar eigen bestemming, De kerk, het volk van God dat onderweg is, moet ons steeds weer aanmoedigen om door de angst heen te gaan en te leven in het vertrouwen in Gods Geest. Wij wensen u een goede en inspirerende viering toe.

Preek

Beste dames en heren, jongens en meisjes, in de jaren dat ik bij de KRO-RKK-radio werkte heb ik ook veel programma’s mogen maken. Zo had ik ook op vrijdagmorgen een radioprogramma, waarin luisteraars konden reageren op een bepaalde vraag die ik ze stelde. Een van die vragen was toen: bent u nog blij met de naam die u bij uw geboorte gekregen hebt, of heeft u daar soms last van en wat doet u daar dan tegen? Het regende reacties, waarvan twee reacties me tot de dag van vandaag zijn bijgebleven. Zo was er een man die belde dat zijn achternaam ‘Naaktgeboren’ was. Nou zijn we allemaal naakt geboren, maar je zou toch zo’n achternaam hebben. En op dit moment dragen maar liefst in Nederland 618 mensen de naam van ‘Naaktgeboren. Ze wonen vooral in Rotterdam en Amsterdam. Maar de man die belde, maakte zich niet meer druk over zijn naam. Hij zei: dat ben ik intussen wel gewend.
Maar het meest ontroerende vond ik de reactie van een jong meisje van tien jaar, Ik vroeg aan haar of ze blij was met haar naam. ‘Helemaal niet’, zei ze, ‘want de kinderen in mijn klas noemen mij Beul. Ik vroeg haar: wat is dan je eigenlijke naam en waarom noemen de andere kinderen jou Beul. Ze zei: ik heet de Jager, en daarom noemen ze mij de Beul. Toen was het even stil en vervolgens zei ze snikkend: ik ben helemaal geen beul, ik ben altijd heel lief tegen dieren. En ze voegde er snotterend aan toe: ik zal ze nooit doodschieten. En mensen die de Jager heten, dat zijn er in ons land maar liefst bijna achtduizend.

Elk mens heeft bij de geboorte een naam gekregen. Namen die onze ouders aan ons hebben gegeven. Het zijn namen waar je je hele leven mee moet doen. En zijn wij blij met die naam? Veel voornamen komen regelrecht uit de Bijbel. En die namen hebben allemaal een betekenis. De naam Mozes bijvoorbeeld. U weet het wel dat kleine kindje dat als vondeling in een mandje in de rivier de Nijl werd afgezet. De Egyptische prinses zag het kind in de rivier drijven. Ze haalde het kind uit het water en voeden hem op als haar eigen kind. Zij had hem de naam Mozes gegeven. En die naam betekent: ‘ik heb jou uit het water getrokken’. Mozes heeft zijn naam, toen hij volwassen werd, meer dan waargemaakt. Toen hij ouder werd, heeft hij het Joodse volk weggevoerd uit de slavernij van Egypte op weg naar het Beloofde Land. En Mozes die zelf uit het water was getrokken, trok toen het volk door het water van de Rode Zee en leidde zijn volk op weg naar het Beloofde land. Zo heeft hij zijn naam waargemaakt.

Toen we een nieuwe Paus kregen, koos hij een nieuwe naam. Hij liet zich Franciscus noemen. In die naam Franciscus werd duidelijk hoe hij paus wilde zijn. Vrij snel schreef hij de encycliek Laudato Si, waarin hij ‘alle mensen van goede wil’ opriep om met respect en eerbied om te gaan met de Aarde en met de Armen. De ommekeer waartoe deze paus ons telkens oproept is ingrijpend: economie, politiek, maatschappij, ja ook de kerk, moeten gericht zijn op het behoud van de schepping en op het verbeteren van de levensomstandigheden van de zwaksten en het welzijn van de generaties die na ons komen. We moeten ervan doordrongen zijn dat alle mensen in de wereld, gelovig of niet, in hetzelfde gemeenschappelijk huis verblijven, onze eeuwenoude aarde. En met de naam van Franciscus, die de paus inspireert, maakt hij vanaf het begin deze naam waar.

Je naam waar maken. God heeft ook een naam die Hij waarmaakt. Zijn naam, Jahwe, betekent: Ik-ben-die-ik-ben, Ik-ben-er-voor-jou. Dat is een andere naam dan de god van Babylon. Die heette Baäl. En die naam Baäl betekent: ‘Mensenbezitter oftewel: jij-bent-er-voor-mij’. Dat is het verschil tussen Baäl en Jahwe. Tot de dag van vandaag is het een eeuwigdurende strijd tussen ik-ben-er-voor-jou of jij-bent-er-voor-mij? Ongetwijfeld kennen velen van u het verhaal van het kleine prinsesje Juliana. Toen zij naast haar moeder Wilhelmina op het kleine balkon stond, vroeg het kind aan haar moeder: ‘Mam, zijn al die mensen nu van mij?’ ‘Nee’, zei koningin Wilhelmina: ‘Juliana, jij bent van al die mensen!’.

Ook het kindje van Maria en Jozef kreeg bij zijn geboorte een bijzondere naam. Ze noemden Hem Jezus. En die naam betekent. Redder-van- mensen. En die naam heeft hij zijn hele leven waargemaakt. De mensen waren er niet voor Hem, maar Hij was er voor de mensen. Dat is anders taal dan presidenten die ik voortdurend hoor zeggen ‘mijn land first’, maar in de praktijk het altijd vooral over zichzelf hebben. Maar Jezus stelde zichzelf niet centraal, Hij wil er zijn voor de ander, en niet voor zichzelf. Hij heeft in de drieëndertig jaar dat Hij leefde zijn naam Redder waargemaakt.

De grote feesten zijn dit jaar achter de rug: Kerstmis, Pasen en Pinksteren. In alle evangelies, tot de Advent in december, staat de weg, die Jezus ons in het leven wijst, centraal. De eerste begaanbare weg die Jezus wijst is het thema: Weest niet angstig, weest niet bang, Vandaag gaat het in het evangelie over dingen die nu verborgen zijn, maar die binnenkort bekend zullen worden: want niets is bedekt of het zal onthuld worden. We hoorden een verhaal over licht en donker, over geruchten en gefluister in de oren. Een verhaal dat gaat over hen die kunnen arresteren, martelen en zelfs executeren, maar je ziel kunnen ze niet doden. Maar zelfs in tijden van angst, angst voor de toekomst, komt Jezus met zijn bevrijdende boodschap, en zegt: wees niet bang, want mijn Vader weet zelfs hoeveel haren je hebt, en buiten de wil van de Vader zal zelfs geen één mus op de van het dak vallen.

Ja, God weet zelfs hoeveel haren ieder van ons heeft. Nou zullen sommigen van u zeggen: dan is God bij mij gauw klaar! Maar als je alle hoofdharen van mensen in heel de wereld zou tellen kom je op een astronomisch getal! Het is duidelijk dat we te maken hebben met een beeldspraak. Als je aan een moeder vraagt, heeft je kind al tandjes, dan weet ze het antwoord van buiten. En als je zou vragen ‘hoeveel haren heeft je baby’, dan is de tel al gauw kwijt. Maar God kent ons niet alleen bij onze naam Hij kent niet alleen het aantal van onze tanden, Hij weet zelfs wie van ons een kunstgebit draagt, Hij kent van ons het kleinste detail. En wij zetten die beeldspraak door in ons eigen leven, als we zeggen: geen haar op mijn hoofd die daaraan denkt! Of je kunt ‘spijt over iets hebben als haren op je hoofd’. En soms zeggen we: je deugt voor geen haar, of dat scheelde maar een haar!

Dit beeld laat zien dat God, ook in tijden van angst en grote zorgen, ook in deze coronatijd, ons zorgend nabij zal zijn als geen ander. Onze naam die in Zijn handpalm geschreven staat, zal nooit meer verdwijnen. Ons graf zal ooit verdwijnen en het graf-schrift met onze naam zal ooit verweren, of verdwijnen op de wind, maar onze naam blijft voorgoed bij God. En niemand valt of hij valt in zijn handen. Niemand leeft of hij leeft naar Hem toe.

Jezus weet dat angst de grootste hinderpaal is op weg naar de verkondiging van het Evangelie. Onze angst kan groot zijn. Wij verzekeren ons van de wieg tot het graf en toch zijn wij bang. Weest niet bang, sprak de engel tot Maria. Weest niet bang, Jozef om je zwangere Maria tot je bruid te nemen. Weest niet bang, zegt Jezus ook ons vandaag tegen ieder van ons. Wat Ik verteld heb in een uithoek van de wereld, in Palestina, moeten jullie blijven verkondigen aan heel de wereld. Jullie mogen de luidsprekers van deze wereld zijn, waar het gaat om het brengen van het goede nieuws. Leg de nadruk op de zegeningen van je leven. Jezus wil ons warmte geven en Hij wil dat wij zijn warmte aan elkaar doorgeven. Als God zó omgaat met zijn mussen, hoe zorgzaam gaat Hij dan om met zijn mensenkinderen?

Wij mensen zijn bang. Diefstallen, bankovervallen, gebruik van revolvers en bommen, zijn schering en inslag. Wij worden bedreigd. En coronacrisis houdt ons nu dag en nacht boven het hoofd en slaat op vele plekken toe. Hoe ziet de toekomst eruit? Gaan we naar een andere samenleving, naar een andere manier van omgaan met elkaar? Het zijn roerige tijden. Maar Jezus zegt: ook al voel je je bedreigd door de corona, weest niet bang, want Ik ben met je.

Er zijn krachtige verhalen over mensen die kracht naar kruis ontvangen. Ontroerend zijn de berichten over mensen die door een diep dal van verdriet zijn getrokken. Bemoedigend zijn de ervaringen van wie rijker tevoorschijn kwamen uit ‘n dal van verdriet. Een kwestie van levensgeluk? Een kwestie van zien, een kwestie van verdringing, een kwestie van angst overwinnen? Het optreden van Jezus is gevaarlijk voor hen die de macht hebben. Weest niet bang voor ze, want zij zullen het niet van je winnen, want elke hoofdhaar van jou heb ik geteld!

Zonder bescherming zal ik daarom niet zijn. Ik hoef niet bang te zijn, zelfs niet voor de dood. Als ik het maar aandurf om Zijn Woord van liefde niet te verloochenen. Als ik het maar aandurf om Zijn roep om gerechtigheid te beantwoorden. Dat is geen gemakkelijke opgave. Want wie zullen over je heen vallen? Welke macht zullen ze op me botvieren? Hoe blijf ik overeind? Weest niet bang, zegt Jezus, zelfs niet voor de dood en ondergang. Want als je tijd gekomen is, is het Jezus die tegen ons zal zeggen: ‘laat je maar vallen, Mensenkind, want ik ben voor je, ik ben achter je, ik ben boven en onder jou, en Ik zal je leiden naar het Huis van mijn Vader.

Dit zijn de woorden van Jezus die zijn naam als ‘Redder van de Wereld’ waarmaakt, niet alleen in mooie woorden, maar vooral in al zijn concrete daden. En er is een medicijn tegen elke angst die je hebt. En dat het medicijn heet: genieten van en geloven in de Liefde. Wie niet leeft van de angst, maar leeft van de liefde, zal weten dat u uw naam ‘ik-ben-er-voor-jou, als Christen, in het spoor van Jezus, hebt waargemaakt!

Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam