WAT MOETEN WE DOEN?

Vaak begint het evangelie met de woorden “in die tijd”.
Meestal betekent het niets. Het is een soort beginzin zoals ook “Er was eens …”
Vandaag is het wèl even belangrijk om te kijken wat er vlak voor geschreven staat. Want de vraag “Wat moeten we doen?” aan Johannes, hangt anders in de lucht.
Johannes is uit de woestijn gekomen en aan de rivier de Jordaan begint hij zijn prediking. Het voornaamste woord is: Bekeert U. Sta op. Verander van mentaliteit.
Jullie godsdienst is verflauwd. Het vuur is er uit. Je denkt dat regeltjes en gebruiken het belangrijkste zijn. Ondertussen woekert het onrecht. Je ziet de noden van de armen en wezen niet meer. Je bent bezig met je eigen heiligheid en durft geen vuile handen te maken door je voor anderen in te zetten. Weet je wat jullie zijn? Adderengebroed! Vieze kronkelende slangen! Laag bij de grondse schepsels!
Schelden dat kon die Johannes wel! En hij gaat verder: “Jullie vinden je volk van Abraham, jullie vinden jezelf goede gelovigen! Maar godsdienst zonder goed gedrag is vruchteloos. Als onvruchtbare bomen worden jullie allemaal omgehakt.”
Dit is méér dan een waarschuwing; het is zelfs een bedreiging. Want Johannes is een profeet en profeten spreken namens God. Gods oordeel komt over jou.

Paus Franciscus waarschuwt in zijn boek “De vreugde van het evangelie “ op wat mildere wijze voor hetzelfde: “Mensen die een uitgesproken zorg hebben voor de liturgie, voor de leer of voor het prestige van de kerk, hebben soms geen bekommernis voor de concrete noden van het volk van God in de geschiedenis van vandaag. Op die manier wordt het kerkelijk leven een soort museumstuk of het bezit van een kleine groep” Ook Jezus zelf zegt: “Niet ieder die Heer, Heer roept, komt in het Koninkrijk der hemelen”. Gelovig zijn – joods of christen – zonder vruchtbare daden is doods. Daar wil God niet mee van doen hebben!

Vanuit die achtergrond klinkt de vraag: “Johannes, wat moeten wij doen?”
Paus Franciscus zegt: “Die vraag is ook de onze. Wat moeten wij als christen doen?”
Deze vraag is een beslissende vraag : “Wat moet ik doen als God met mij van doen wil hebben? “ Wat is een geloofwaardig en vruchtbaar godsdienstig gedrag?”
“Hoe maak ik vandaag hier in Amstelveen mijn christen -zijn waar?”
De evangelist Lucas laat de vraag drie keer horen:
De gewone gelovigen die graag een beter leven leiden door de oproep van Johannes krijgen als antwoord:” Deel kleding die je over hebt en voedsel dat veel is met wie niets heeft”. De hongerigen voeden en de naakten kleden zijn werken van barmhartigheid. Paus Franciscus heeft het onlangs geopende heilig jaar tot een jaar van barmhartigheid gemaakt. God zal zich ontfermen over hen die barmhartigheid bewijzen, is de belofte die ons gegeven wordt. In de hongerige en in de naakte mens ontmoeten we Jezus zelf, zal Matheus zeggen. God zal goed voor ons zijn als wij goed zijn voor Hem die ons in allerlei schamele gestalten tegemoet komt.
Hij komt in februari 2016 als een Syrische vluchteling. Hij woont als een beschadigd kind in Brazilië op een woonboerderij. Hij klampt je aan als een dakloze zwerver in Amsterdam. Hij ziet er uit als een moeder die haar kinderen geen eten meer kan geven omdat het geld op is. Omzien naar elkaar is méér dan medelijden hebben met een mens in nood. Het is de uiting van ons geloof dat mensen aan elkaar zijn toevertrouwd. Solidariteit is de vrucht van gelovig leven en maakt ons tot geloofwaardige christenen.

De tweede groep zijn de tollenaars, de randfiguren in de samenleving aan wie iedereen een hekel heeft. Zij zijn de geldgraaiers van die dagen. De zogenaamd nette gelovigen gooien “zondaars en tollenaars” op een hoop. Jezus doet dat niet. Tollenaars kunnen verlangen naar een beter leven en bereid zijn zich te bekeren. Schrijf ze niet voortijdig af. Jezus heeft de tollenaar Mattëus in zijn kring op genomen. Hij is gaan eten bij Zacheus. Hij stelt de berouwvolle tollenaar ten voorbeeld aan de vrome en zelfgenoegzame farizeeër. Wat zij moeten doen is zich onthouden van corruptie. Zij moeten integere mensen zijn. Ook vandaag geldt dat je eerlijkheid niet kunt rijmen met een ander benadelen. Eerlijkheid wordt ook gevraagd in ons denken en spreken. “We zijn heel erg bezorgd over mensen in arme landen. We kunnen pas helpen als we zelf genoeg over houden om weg te geven.” Op die manier zal de Adventsactie voor Braziliaanse kinderen niet slagen. Echte bezorgdheid vraagt om een eerlijke gift.

De derde groep zijn soldaten. Soldaten zijn er om de orde in het land te handhaven. Maar geweld is daarbij uit den boze. En als er geweld gebruikt moet worden dan is dit ondanks de overwinning van het kwaad, toch een nederlaag. In God is geen geweld. Subtieler dan militair geweld is het economisch geweld. De bezuinigingen om onze economie gezond te maken treffen de kwetsbare mensen het meest. Vinden we dat vanuit ons geloof aanvaardbaar? Op wereldniveau staat onze economie hoog genoteerd. Door onze rijkdom worden arme landen armer. Deze vorm van geweld kan niet met God van doen hebben. Ook hier moeten we ons dus afvragen: “ Johannes, wat moeten we doen?”

Solidariteit, integriteit en geweldloosheid zijn als we de wereld om ons heen zien, niet vanzelfsprekend. Mensen laten elkaar los, verrijken zich ten koste van elkaar, plegen geweld. Een derde wereldoorlog dreigt steeds meer nabij te komen.
“Johannes, wat moeten we doen?”
Johannes wijst ons drie wegen aan. Meer nog: hij wijst op Iemand in wie die drie wegen vlees en bloed zullen worden. Hij wijst op de komende Messias
die een solidaire broeder zal worden van alle mensen;
de Messias die tegen alle tegenstand in blijft verkondigen dat het Rijk Gods begint met liefde voor de kleinsten;
de Messias die als een weerloos Lam zijn leven geeft.
Zo beschrijft Johannes het leven van Jezus en hij zegt daarbij dat deze Jezus zal dopen met heilige geest en met vuur.
Is het waar dat die gezindheid van Jezus leeft in de christenen van vandaag?
Is het waar dat het vuur van het begin oplaait in onze dagen?
Is het waar dat wij vol verlangen uit zien naar Jezus die ons begeesteren zal?
Als het waar is dan zullen de kinderen voor wie wij de Adventsactie houden er iets van moeten merken.
Lieve God,wat moeten wij doen?

Tom Buitendijk O.Carm.

VREDE EN ALLE GOEDS

woensdag 24 december 2014
Hoogfeest van Kerstmis – Nachtmis
Jesaja 9:1-3.5-6 en Lucas 2:1-14

Tijdens de spits stond ik achter een hoge witte vrachtwagen. Nou ja, wit, de wagen zat onder het vuil en onder de modder. Als kind zouden wij vroeger met onze vinger op de wagen hebben geschreven: ‘vies’ of ‘ik wil gewassen worden’, of andere minder fraaie drieletterwoorden. Maar dit keer stond er wat anders op. Met grote letters stond achter op de vuile wagen: ‘www.wastunnel.com’. En ineens realiseer je je dan hoe de tijden veranderd zijn. In 2014 vieren we het kerstfeest te midden van apenstaartjes, Ipeds, Ipods en mobiele telefoons. Lees “VREDE EN ALLE GOEDS” verder

INBURGEREN

Kerstnacht 
Jesaia 9:1-3.5-6 en Lucas 2: 1-14 

Het Kindje Jezus is een Kindje van het jaar nul. Soms denk ik, het is maar goed dat Jezus toen geboren werd, want als hij nu, in 2013, geboren zou worden, zouden we het Kerstfeest alleen maar kunnen vieren, als Jozef en Maria een inburgeringcursus hadden gevolgd! Of ze waren als ongewenste vreemdelingen buiten de deur gezet. In onze dagen waren ze de stal niet ingekomen! Het zijn toch vreemdelingen. Daar moet je niet al te lichtzinnig mee omgaan! Als het Kindje Jezus in 2013 geboren zou worden, dan was er voor Hem ook geen plaats in het Amstelhotel of het Okurahotel. Hij zou hier in Amsterdam ook niet geboren worden in een stal. Nee waarschijnlijk zou Maria dan vannacht bevallen in de voormalige gevangenis in de Havenstraat. Daar zitten immers vele asielzoekers te wachten op hun uitzetting! Lees “INBURGEREN” verder