OPENBARING DES HEREN – DRIEKONINGEN

zondag 3 januari 2021
Driekoningen
Jesaia 60:1-6 , Efeziërs 3:2-3a+5-6 en
Matteüs 2:1-12
Ambro Bakker s.m.a.

In het evangelie van vandaag staan twee titels centraal: de titel van ‘Koning der Joden’ en ‘Messias’. Twee titels die door het hele leven van Jezus heen spelen En uiteindelijk zullen deze titels ook gebruikt worden als motief om Hem te veroordelen tot de dood aan het kruis. Op de laatste bladzijde van Jezus’ levensverhaal zal de titel ‘Koning der Joden’ boven aan zijn kruis bevestigd worden.

Het Driekoningenverhaal is dus beslist niet zo idyllisch en sprookjesachtig als het er op het eerste gezicht uitziet. Drie wijzen uit het Oosten, die de pasgeboren Koning der Joden komen bezoeken. Natuurlijk raken ze daardoor in zwaar weer. Koning Herodes zegt met zijn aardigste stem en gezicht: ‘Kom mij vertellen waar jullie het pasgeboren zullen vinden, dan kan ik dat kind ook mijn hulde brengen. Wat een huichelachtig en onterend gebeuren! Als de drie wijzen onraad vermoeden, gaan ze na het bezoek aan het Kind, via een andere weg terug. Ze zijn koning Herodes te slim af. Maar diezelfde Herodes barst dan uit in een hevige woede en geeft opdracht om alle 200 pasgeboren jongetjes om het leven te brengen.

Officieel heeft het Driekoningenfeest eigenlijk de naam: ‘Openbaring des Heren’. Daarmee krijgt het feest een ander accent. Wat betekent dat woord openbaring? Voor de Romeinen van tweeduizend jaar geleden was dat woord gesneden koek. Een kind wist wat er mee bedoeld werd. Dat woord openbaring (Epifanie) werd gebruikt als de grote Romeinse keizer zich liet zien aan het volk. Daar stond hij dan: de met luister gekroonde keizer! Hij werd dan gehuldigd als de openbaring van God zelf die het volk kwam bezoeken. Dat de eerste christenen dit woord durfden overnemen om de menswording van Jezus uit te drukken, getuigt van sterk geloof en zeldzame durf. Zo getuigden ook de eerste christenen.

De Epifanie, de openbaring van de keizer, is maar schijn, de Epifanie van Jezus is werkelijkheid! In een pasgeboren kerstkind heeft God zich laten zien. Niet alleen aan een klein groep ingewijden, maar als Iemand die bestemd is tot val en opstanding van velen. Tot nu toe heeft God voortdurend gesproken bij monde van profeten: Mozes, Elia, Jesaia, Jona, maar nu laat God zich zien in Zijn eigen Zoon, de God-met-ons, Immanuel. Nu wordt het sprookjesachtig avontuur wat wij ervan gemaakt hebben helderder en inzichtelijker. Een schitterend verhaal, waarbij mensen met een eenvoudig geloof en een gebrekkige wetenschap álles achter zich laten om zich in het onbekende te storten. Op kamelen, ploeterend door de eindeloze woestijn, beeld van alle verschrikkingen die je als mens in zijn leven moet meemaken. Over de bergen van Juda, beeld van alle moeilijkheden waar je als een berg tegen opziet. Pas aan de andere kant van de heuvel bevindt zich het groene gras en staat er een kribbe met daarin een wonderlijk Kind. ‘Vredesvorst’ wordt Hij genoemd.

Natuurlijk: tegen Herodes begin je maar weinig. Geweld is er altijd geweest en zal er altijd wel blijven. Kindermoord is verschrikkelijk. Wat kun je daar als eenling tegen doen? Toch gaat het Driekoningenverhaal daar dwars tegen in. Het evangelie zegt dat in Jezus’ naam Herodes in onze wereld nooit ‘t laatste woord zal hebben. Net zomin als farao het destijds heeft gewonnen van Mozes, net zomin als die geweldige reus Goliath het kon winnen van de kleine herdersjongen David. Nooit zal het laatste woord zijn aan de zevenkoppige draak van tirannie, verdrukking, huisarrest, apartheid, marteling, isolatie en executie. Het is gemakkelijk als Herodes jou niet raakt, omdat jíj het goed getroffen hebt binnen het bestek van deze wereld! Maar de evangelieverhalen gaan telkens weer over die kleine weerloze mensen. Het is zaak hun stem te blijven verstaan.

Geen gemakkelijke weg, want ‘t is de weg die langs ravijnen loopt en door onherbergzame woestijnen. Dan moeten bergen van misverstand worden geslecht. Soms denk ik weleens: de kerken hebben het eigenlijk wel goed in hun tempels van goud en wierook, door geen Herodes kapot te krijgen. Dan blijf je je veilig voelen, ook al zit koning Herodes dan voor eeuwig op zijn troon. Alles wat drakentanden heeft komt slechts halverwege. Het evangelie van Driekoningen geeft ons daar een sterrenvoorbeeld van!

Is het verhaal nu echt gebeurd? Bijbeldeskundigen weten ons precies te vertellen. Matteüs gebruikt, om de geboorte van Jezus te beschrijven, woorden die we ook in het lijdensverhaal tegenkomen. Ook aan het einde van zijn leven wordt Jezus opnieuw ‘in doeken gewikkeld’. En goud, wierook en mirre zijn gaven die niet bij een klein kind thuishoren. Het zijn attributen die meer bij een uitvaart horen. Goud hoort bij het koningschap, wierook en mirre (balsem) horen bij een begrafenis. Het is duidelijk wat Matteüs ons in het geboorteverhaal van Jezus wil zeggen: eigenlijk nu al een lijdensverhaal-in-een-notendop. In het geboorteverhaal gaat het om een nieuwe koning, in het lijdensverhaal gaat het om een mens die dat ten volle heeft weten waar te maken.

Vanaf zijjn geboorte werd Jezus beschouwd als een indringer in de bestaande machts-verhoudingen en daarmee een bedreiging voor de verworven posities. Eerst van koning Herodes, de wereldlijke machthebber, die blijknaar niet keek op een kinderlijkje meer of minder om het Kerstkind onschadelijk te maken. Daarna op het terrein van de geestelijke machthebbers, priesters, schriftfeleerden en farizeeën die Hem beschouwden als een gevaar voor het volk, een verstoorder van het beestaande machtsevenwicht. Op een heel politieke manier wisten ze zijn optreden uit te leggen als een ondermijning van het Romeins gezag, en dat leidde tot zijn terdoodveroordeling.

Ook na zijn dood heeft dit verschijnsel zich doorgezet. Christenen die alleen maar opkwamen voor een menswaardiger bestaan van slaven en arme mensen, werden aangeklaagd als staatsgevaarlijk en voor de wilde dieren geworpen. En wie in die tijd werkelijk opkwamen voor de armen en onderdrukten in de Geest en naar het voorbeeld van Jezus worden gezien als verstoorders van de openbare orde. Ook zij worden vervolgd en gevangen gezet.

Wat is er toch weinig veranderd sinds de geboorte van Jezus in tweeduizend jaar christendom. Laten we hopen dat in het nieuwe jaar 2021, temidden van de corona, de levenswijze van Jezus in onze maatschappij weer een noemenswaardige kans zal krijgen.
Het verhaal van het Kerstkind is door grote en zware machten niet onderuit te halen. Na tweeduizend jaar, als je de grote wereld overziet, dan weten wij dat het verhaal van De Levende het verhaal van ons leven is geworden en blijft.

Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam
Augustinuskerk en De Goede Herderkerk