KRIBBE EN KRUIS ZIJN UIT HETZELFDE HOUT GESNEDEN

vrijdag 24 december 2021
Kerstnacht
Jesaia 9:1-3+5-6, Titus 2:11-14 en
Lucas 2:1-14

Een woord van Welkom

Puer natus est nobis
– een kind is ons geboren.
Dit kleine kind in de stal van Bethlehem
is het heil van de wereld.

Hier laten we de macht van de techniek.
de wijsheid van al die boeken.
het glanzen van al het geld
en de vele woorden van de politiek
en omslachtig beleid achter ons.
Opnieuw wordt het kerstfeest
weer gedwarsboomd door de Corona.

Kerstmis 2021: Het kerstverhaal was bijna afgelast
Zijn geboorte uitgesteld wegens te volle ziekenhuizen.
De herders zijn in quarantaine
en de drie wijzen hebben een reisverbod,
en engelen zijn opgepakt wegen opruiing
Alle kerken ook dit jaar weer gesloten,
en de parochianen vanavond
zitten gewoon weer lekker thuis.

Maar toch mogen wij niet vergeten:
dat vannacht boven de stal van de geboorte
er toch een engel die zingt:
Vreest niet, lieve mensen,
want ook in deze coronanacht
verkondigen wij u een grote,
vreugdevolle boodschap
die bestemd is voor iedereen.

Want heden is u een redder geboren.
En bij deze engel voegt zich een hele schare.
die God verheerlijkte met de woorden:
‘Eer aan God in den hoge en vrede
aan de mensen van zijn welbehagen’.
En dat voor heel het volk…

Ja, het kindje is waarachtig
de Heer van de geschiedenis,
en al meer dan twintig eeuwen het middelpunt
van de harten van veel mensen.
Een pasgeboren Kind draagt de aarde
en al wat zij bevat in zijn handje,
hoe vreemd dit ook klinkt.
Maar dit is wat de kerk al twintig eeuwen
als een moeder aan u wil verkondigen
Ik wens u allemaal een goede
en Godgezegende kerstnachtviering toe

Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam

Overweging
Kribbe en kruis zijn van hetzelfde hout gesneden

Ook in 2021 zoeken wij in de kerstnacht naar een teken van leven, zien wij uit naar een grote Redder. Maar tegen alle corona in: Die redder is vannacht gekomen. Maar wat is er gebeurd? Het gaat om een pasgeboren kind waarom je je bekommeren moet, in doeken gewikkeld en liggend in een voerbak voor dieren. Want een kind wordt vannacht geboren, een zoon ons gegeven.

Zo zong de profeet Jesaia al zevenhonderd jaar voor de geboorte van Jezus. En na tweeduizend jaar komen nu weer ontelbare mensen over heel de wereld die zoeken naar dat kleine kind in de kribbe. Is dat inbeelding of gewoonte? De kerstnacht is hier een teken van leven, maar heel diep geborgen in een huilend, teer, kwetsbaar, klein kind. Elk nieuw pasgeboren kind is iets geheimzinnigs zoals ook elke stervende mens. Het staat in beide gevallen voor iets onbegrijpelijks: begin en einde van ons leven staan wij voor een mysterie. Het kind van Kerstmis wordt in doeken gewikkeld en in een voerbak gelegd. Kribbe en kruis, leven en dood, komen hier in de Kerstnacht samen.

Geboorte en sterven zijn steeds tekens van de oneindige horizon van ons leven. Na onze geboorte worden wij aan het einde van ons leven opnieuw geboren in de handen van onze Hemelse Vader. Zo verschijnt aan de horizon vannacht een helder licht (Jesaja 9:11), want God heeft zichzelf ten diepste vernederd en werd mens, een pasgeboren kind in lappen gewikkeld en liggend in een voerbak. Er was geen plaats voor Hem in de donkere nacht. Maria moet overvallen zijn door haar weeën. Jozef was zonder enige hulp. Hij moest aan alles tegelijk denken. Er was heet water nodig, dus moest er vuur zijn, en water. Ze hadden iets nodig om als handdoek te gebruiken. En dan: waar moesten ze het kind neerleggen? Er waren toen – goddank – geen corona en verdere complicaties.

Het kindje begon op tijd te huilen, hij werd van z’n moeder losgemaakt, gewassen, en in wat doeken gewikkeld. Toen dat alles klaar was, merkten ze pas hoe stil alles buiten gebleven was. Doodstil. Niemand had blijkbaar belangstelling voor wat er in die nacht gebeurde. Iedereen was bezig met zijn eigen zaakjes. Maar werd Hij in de kerstnacht niet geboren in zijn eigen wereld? Want er waren geen vlaggen, geen parades, geen saluutschoten, geen demonstraties, geen processies, geen vuurwerk, niets. Er was geen kraamverpleegster, grootmoeder, zuster of tante. Er was zelfs geen wieg. Er waren zelfs geen mensen in de synagogen. Maar toch was het een vredige nacht. Het bleef die nacht zó stil – dit allemaal volgens het kerstverhaal – dat God zelf de stilte verbrak.

God stuurde een engel, en later ‘n hele stoet van engelen naar mensen die in de omgeving waren. We hebben prachtige liedjes over herders die bij nachte vol trouwe de wacht hielden bij hun schaapjes, die ze net hadden geteld. Wij hebben een zwak voor de herdertjes. We hebben ze graag in de kerstgroep staan. Wijze mannen met viool, fluit en doedelzak; vrouwen met manden vol eieren, boter en melk. In die tijd werden de herders niet zó bekeken. Ze werden beschouwd als de onderklasse, onbetrouwbaar, asociaal, gevaarlijk en steeds op drift. De herders hoorden thuis en in de categorie van publieke vrouwen en tollenaars, uitschot van de maatschappij. Als je helemaal niets meer kon, kon je altijd nog putjesschepper, pardon herder, worden!

Naar dat uitschot gingen de engelen. Engelen die vooral naar mensen gaan die eigenlijk geen plaats hebben onder Gods hemel, zoals het nieuwgeboren kind geen plaats heeft. God maakt contact met mensen aan wie de officiële maatschappij geen boodschap heeft. Zoals diezelfde wereld geen aandacht had voor Jezus, behalve dan dat ze Hem steeds weer uit de weg wilden ruimen… God was van plan geweest de mensen een paradijs te geven, maar wat hebben we van deze wereld gemaakt. Kaïn vermoordde Abel; en ze bouwden een toren tot in de hemel toe om met God te concurreren. Jozef werd door zijn broeders verkocht, en de Derde Wereld werd verkocht door de eerste. God was vreemdeling geworden in zijn eigen wereld. De profeet Jeremia had er al voor gewaarschuwd: ‘O Hoop van Israël, redder in moeilijkheden, waarom ben je als vreemdeling in eigen land, als een reiziger die maar voor één nacht in de herberg verblijft?’ (Jer.14:8-9)

Stel je voor: God was vreemdeling geworden in zijn eigen schepping, in zijn eigen wereld. Hij kwam in onze wereld als een thuisloze. Daarom voelt Jezus zich thuis bij mensen zonder land, zonder vaste grond onder de voeten. Vandaar z’n voorliefde voor vreemdelingen. Want als een vreemdeling is Jezus zelf geboren in zijn eigen land. Jezus werd geboren in een leeg veld. Er was geen enkel gebouw, zelfs geen tempel, geen organisatie of centrum in deze wereld waarin Hij zich thuis kon voelen.

Lucas had het kerstverhaal niet duidelijker kunnen schrijven: er was ‘n nieuw begin nodig, en dat nieuwe begin werd hier gemaakt. Jezus kwam als vreemdeling, als zwerver, als lotgenoot van de putjesscheppers. Vreemdeling was Hij. En er zijn wat mensen die zich niet meer thuis voelen in deze wereld, zelfs niet meer in dit leven. Vrouwen en mannen, kinderen, volwassenen en ouderen die zich niet thuis voelen in een wereld die zichzelf steeds meer zichzelf achternarent. Mensen die, zoals herders, zich eter thuis voelen met Hem in het open veld, waar ze een nieuwe toekomst zien. Mensen, die in dat lege open veld hopen dat zij zullen worden ‘omstraald met de glorie des Heren’.

Natuurlijk, we proberen het allemaal. Voor een ogenblik liggen onze handen in de kerstnacht, in onze schoot gevouwen tot ‘n gebed, hartstochtelijk biddend om een wereld vol vrede. Voor één nacht proberen wij onze leugens tot zwijgen te brengen en zingen we diep uit ons hart om vrede en licht. We hebben hard gewerkt om een bestand van enkele uren. In de kersttijd zijn slagbomen opengegaan voor ‘n week, adempauze voor mensen, speelkwartier voor ‘n kind. Maar voor echte vrede hebben we geen geld op zak. En we lopen ongetwijfeld teleurgesteld door naar de prachtig versierde kerstetalage van het jaar 2022. Maar kunnen wij kerstmis vieren, als we ons ook vannacht niet laten verontrusten door de schreeuw die klinkt over de velden van Effrata? ‘Heden is u een redder geboren’. Heden, dat is vannacht.

Het visioen van de profeet Jesaia klinkt goed, maar is ook gevaarlijk mooi: je ziet de puinhopen van deze wereld. Mensen staan tegenover mensen, volk tegenover volk. Er is hongersnood, in Europa een groeiende haat tegen vreemdelingen. Er zijn zo’n veertig oorlogen aan de gang in onze wereld. Vliegtuigen spatten uit elkaar en veroorzaken onbeschrijfelijk leed. En tóch zingen wij vannacht van mooi weer. Te midden van onrecht en geweld, spanning en strijd vieren we het kerstfeest. Voor een nacht hoeft onze oog geen put van zorg te zijn, maar is het een vonk van hoop, een ster van licht. ‘Heden is u een redder geboren, Christus de Heer’. Een pasgeboren kind, kwetsbaar en klein, kan nog niet aanvallen, niet doden, geen dreigende houding aannemen. Een pasgeboren kind onthult vannacht hoe deze wereld er óók uit kan zien. De geboorte van een klein kind doet ons vannacht het hele oorlogvoeren­de heden voor een ogenblik vergeten.

‘n Kind roept in ons diepe herinneringen wakker: dat we als mensen diep in ons hart geen moordenaars zijn, dat geen mens op deze wereld is gezet om anderen te doden, te discrimineren of te haten, dat niemand van dit leven hoeft te walgen. Dat is het beeld van kerstmis: geen sterke man, geen televisieheld, geen verpletterende indruk. Het gaat om een pasgeboren kind dat nog te klein is om tegen te protesteren en te schreeuwen. God brengt ons vannacht geen bliksembezoek van enkele uren, zodat wij – als is het maar voor één nacht – onze zorgen, eenzaamheid en machteloos­heid kunnen vergeten.

Ook het komend jaar zal God weer vele handen en harten van mensen bezielen: in dorpen en grote steden. Overal waar mensen verder bouwen aan een wereld vol hoop. Laat dat vannacht maar rondgaan van mond tot mond: wij mogen op God vertrouwen zoals een zuigeling mag vertrouwen op de borst van zijn moeder. Laat angst, cynisme en doemdenken nu maar ver­dwijnen. Over enkele dagen gaat het kerststalletje weer naar zolder en zal de dennenboom al zijn naal­den hebben verloren. Maar de boodschap van Kerstmis mag ook in deze coronanacht blijven klinken: ‘Vrede op aarde aan alle mensen van goede wil’. Ik wens u allen een zalig en gezegend kerstfeest toe!