HET RIJK GODS LIJKT OP EEN MOSTERDZAADJE

zondag 13 juni 2021
11e zondag door het jaar – B
Ezechiël 17:22-24, 2 Korintiërs 5:6-10 en
Marcus 4:26-34
Ambro Bakker s.m.a.

mosterdzaadjes

Vandaag gaat het over het woord ‘Zaad’. Zaad, het blijft iets wonderlijks! Wat zit er in zaad eigenlijk een eindeloze kiem­kracht! En wat gaat er veel zaad verlo­ren! En de vraag is: is ‘t zaad wel goed dat je gezaaid hebt. Heb je gezaaid in goede grond, heb je op tijd gezaaid, is het niet te droog of te nat? Wie zaait moet maar afwachten of het zaad op­komt. Soms mislukt de oogst, en dan kom je als boer of boerin op zwart zaad te zitten! Natuurlijk kunnen we goede voorwaarden scheppen, maar hoe dan ook, op een gegeven moment moet je de groei toch uit handen geven. Want het zaad kiemt, terwijl de boer slaapt!

Jezus zegt vandaag: het Rijk Gods lijkt op een mosterdzaadje. Het mosterdzaadje is het kleinste van alle zaden (Marcus 4:31), maar kan uitgroeien tot een hele grote boom. Het is niet zo verwonderlijk dat zaaien ook een symbolische betekenis heeft gekregen. Ouders zaaien in hun kinderen, leerkrachten zaaien in hun leerlingen, pastores zaaien in hun parochianen. Zelf heb ik 12 jaar op een klein- en grootseminarie gezeten. En dat Latijnse woord ‘seminarie’ betekent letterlijk zaaischool. Wat dacht u van onze vroegere ‘Kweek­school’! Ook dat heeft met zaad te maken.

Het zaad is het symbool van vruchtbaarheid. Op een huwelijksdag wordt vaak de bruid vaak met rijst bestrooid, in de hoop en met de wens dat zij vruchtbaar zal zijn. Een oud boerengebruik is ook, het pasgeboren kind in een zaaimand te leggen met zaadkorrels bestrooien – met de hoop dat de levenskracht van het pasgeboren kind zou overgaan. De zaadkorrel kan alleen van binnenuit openspringen om tot nieuw leven te komen. De graankorrel moeten afsterven om tot nieuw leven te komen. Katholieken noemen net voor niets jun de begraafplaats ‘dodenakker’. En een dodenakker is geen reliek van het verleden, maar de toekomst, ook onze toekomst naar God toe.

De Bijbel zegt: ‘De Zaaier ging uit om te zaaien’. Eigenlijk heeft elke religie zijn eigen parabels te hebben over zaad en zaaien. Ook in onze christelijke godsdienst gaat steeds weer over zaad. Dat zaad wordt twaalf keer vermeld in de teksten van vandaag! In de meeste bijbelvertellingen worden deze verhalen dan ook naar de zaaier of naar het zaad genoemd: de parabel van de zaaier, de parabel van het groeiende zaad en de parabel van het mosterdzaadje. In de meeste commentaren staat niet de zaaier, maar het zaad centraal. In het evangelie van Marcus is dat niet waar. Niet het zaad staat centraal, het gaat om de aarde, om een vruchtbare grond. Voor Marcus zijn de drie verhalen geen zaadparabels, maar onze aardse potentie. Het is niet het zaad, maar de aarde die de drie verhalen bij elkaar houdt (Marcus 4:3-20).

Het is de nadruk op de ‘aarde’ waarin het zaad valt, die deze parabels zo interessant houdt. Het zaad blijft natuurlijk wel een rol spelen, want dat zaad is het woord van Jezus dat gezaaid wordt om het Koninkrijk van God vorm te geven. En ook hier gaat het niet zozeer om het zaad (het Woord) dat centraal staat, maar over de vraag hoe dat Woord van Jezus ‘ontvangen’ wordt. Dan gaat het er om dat niet het zaad centraal staat, maar het woord ‘luisteren’ en daarnaar ‘handelen’, om je leven zó vruchtbaar te maken dat het Rijk Gods kan winnen aan groeikracht. Het gaat er dus om dat wij het Woord van Gods Koninkrijk ontvangen en vormgeven. En niet voor niets komen wij vandaag in deze drie parabels het woord ‘luisteren’ dertien keer tegen!

Als ouders zaai je, maar je weet niet of het zaad bij je kinderen ook goed terechtkomt. Soms voelen ouders zich schuldig als hun kinderen andere wegen gaan. Hebben we onze kinderen wel goed opgevoed, vragen ze zich dan af. Ik heb altijd de neiging om te zeg­gen: als het goede zaad gezaaid, komt het altijd vroeg of laat wel tot wasdom. Maar het gaat er om dat er ‘geluisterd’ wordt en dat er iets met het zaad gebeurt. Soms zaai je met de moed der wanhoop. Je doet soms je uiterste best, maar het lijkt dan wel alsof het allemaal niets uithaalt. Je denkt dan: het heeft allemaal geen zin. Maar moeten we niet veel meer vertrouwen hebben in de toekomst? Wij doen ons best, maar geduld is een schone zaak.

Het zaad komt op, terwijl de boer slaapt. Jezus zegt ons vanmorgen ook: ‘al is dat geloof niet groter dan een mosterdzaadje, het is voldoende om bij te dragen aan de groei van Gods Koninkrijk op deze aarde. Dat er geluisterd wordt, dat we zelf een vruchtbare bodem vormen en zijn. Dat we niet afbreken maar opbouwen. Gods Rijk groeikracht geven. Een nieuwe wereld opbouwen: dat doe je steen voor steen. En telkens cement ertussen. Dat duurt lang. Vrij vertaald: we kunnen kritiek hebben op kerk en maat­schappij, dat het allemaal zo langzaam gaat. Je kunt dan zeggen: ik kap er mee, ze kunnen me de pot op, ik ga niet meer naar de kerk (met het voor de hand liggend gevolg dat ook je kinderen niet meer gaan). Als je zelf niet naar de stembus gaat, zullen je kinderen het in de toekomst ook eerder laten afweten.

Dan heb je binnen de kortste keren de hele zaak plat. Laten we eerlijk zijn, want het is gemakkelijker om te zeggen dat deze wereld één grote puinhoop is, dan zelf puin te gaan ruimen. Het is gemakkelijker om rotzooi te maken dan de rotzooi op te ruimen. Het kleine is wel degelijk belangrijk, als we het einddoel maar voor ogen houden. Wij moeten duidelijk weten waar het naar toe gaat. Het mosterdzaadje op zich is veel te klein om over te praten, te klein om te zaaien. Maar het mosterdzaadje is belangrijk, want later groeit er een geweldige boom uit. Dat is de visie van Jezus: het kleine is belangrijk, met het oog op wat eruit kan groeien. Laten we ervoor zorgen dat we zelf vruchtbare aarde vormen, door te luisteren naar het Woord van Jezus van Nazareth en daarnaar handelen!

De parabel van het groeiende zaad in vruchtbare grond. Ook als de situatie schijnbaar hopeloos is, is dat nog geen reden om te denken dat God ver van ons verwijderd is. Jezus vertelt ons toch van een boer die graan op zijn akker zaait. Hij heeft de akker eerst gemest, daarna geploegd, geëgd en het onkruid gewied. Dan pas komt het zaad in de grond, als we zelf vruchtbare aarde zijn. Het zaad van Gods Koninkrijk is uitgezaaid. Daar is geen twijfel aan. Dat heeft de geschiedenis wel bewezen. Maar de oogst is blijkbaar nog niet optimaal. Elke boer moet het geduld opbrengen en wachten. Wat zou­den we het nieuwe gewas graag helpen! Maar voor we het weten trekken we de planten met wortel en al uit de grond. Jezus wijst ons op de onweerstaanbare kracht van ‘t zaad. Het groeit bij nacht en ontij, zelfs tegen de verdrukking in. Maar het betekent wel dat we vruchtbaar zijn door ons oor naar Gods woord te luisteren leggen.

Ook het zaad van ons geloof is vaak nog onooglijk klein om te zien. Maar het is er wel! En voor we het weten – zelf tegen de verdrukking in – kan het groeien, als we zelf vrucht­baar en vruchtbare aarde zijn. Sommigen onder ons zijn in dat geloof zo ver gekomen, dat andere mensen zich mogen nestelen in hun geloof. We mogen ons geloof in de verrijzenis, ons geloof in de wereldvrede, koesteren. Als we het zaad van God maar in ons hart terecht laten komen, en als we ernaar luisteren en zelf vruchtbaar worden. Als we er maar voor zorgen dat God blijft zaaien in goede grond. Dan komt alles op zijn pootjes terecht!

In de profetie van Ezechiël hoorden wij vandaag hetzelfde. Dit zegt de Heer: ‘van de top van de hoge ceder neem Ik een twijgje en plant het op de bergen van Israëls hoogland. Het zal grote takken dragen en vruchten vormen. Allerlei vogels zullen zich nestelen in de schaduw van zijn takken. De dorre boom zal Ik weer tot bloei brengen. Ik heb dat gezegd en Ik zal het doen! Woord van de Heer! En dit gebeurt allemaal terwijl de boer slaapt! Maar die weet te luisteren en te handelen om het Rijk Gods om zijn leven vruchtbaar te maken en te realiseren, is op weg naar God de Allerhoogste, onze Le levende Heer.

Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam
St. Augustinus en de Zrs. van Amersfoort