GESTERKT DOOR HET VOEDSEL VAN DE HEER

9 augustus 2015
De Goede  Herder
1 Koningen 19, 4-8;
Efeze 4, 30 – 5, 2;
Johannes 6, 41-51

Vandaag horen we over de profeet Elia die het leven meer dan zat is. Misschien herkent u dat gevoel, van uzelf of van iemand uit uw omgeving. Levensmoe. Een voltooid leven wordt het tegenwoordig soms wel genoemd. Maar achter dit luchthartige taalgebruik gaat vaak veel teleurstelling en onmacht schuil. Elia had een zware strijd achter de rug. Hij was opgekomen voor zijn God. Hij had de priesters van Baäl met succes bestreden, maar nu werd hij bedreigd door zijn vijanden en was naar de woestijn gevlucht. Hij vroeg zich af of het allemaal nog wel zin had: steeds in zijn eentje opkomen voor bepaalde waarden.

Elia is moe, doodmoe. Hij beseft hoe weinig hij eigenlijk ten goede heeft kunnen veranderen en verlangt ernaar te sterven. De tijd van Elia was niet gemakkelijker dan onze huidige tijd. Wie vandaag probeert het woord van God uit te dragen wordt ook wel eens moedeloos. De wereld lijkt er nog maar zo weinig boodschap aan te hebben. En waar haal je dan als christen de kracht en inspiratie vandaan om trouw te blijven aan je weg, om op te komen voor liefde en gerechtigheid?

Elia gaat onder een bremstruik liggen en slaapt in. Als hij daar lang blijft liggen gaat hij dood. Maar een engel van God stoot hem wakker en biedt hem, tot twee maal toe, voedsel en drank aan. En gesterkt door deze nieuwe kracht vanuit de hemel, gaat Elia opnieuw op weg, 40 dagen en nachten door de woestijn, totdat hij de berg van God bereikt. Op deze plaats, waar Mozes en het eigen volk hem voor gingen, leert hij de aanwezigheid van God in zijn leven op een nieuwe wijze kennen.

Ook wij beseffen zo nu en dan dat we nieuw voedsel voor de ziel nodig hebben om het in dit leven uit te houden. We lezen deze weken uit het zesde hoofdstuk van het Johannes-evangelie. Hierin noemt Jezus zichzelf het brood dat uit de hemel is neergedaald. Hij verwijst daarbij naar het manna dat in de woestijn uit de lucht kwam vallen om de maag te vullen. Maar Jezus is het levende brood, dat niet uit de lucht kwam vallen, maar uit de hemel is neergedaald om de ziel te voeden en aldus eeuwig leven te bieden. Het gaat om de kracht van God zelf. Een kracht die een mens zich niet zelf kan toe-eigenen, maar die hem wordt geschonken. De heilige Geest van God legt die in je hart. We moeten stil in onszelf keren om die te verstaan.

Jezus zegt: “Het brood dat ik zal geven is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld”. Het gaat hier om Gods zorg voor de wereld die, door ons heen, de mensen kan bereiken. Wanneer wij hier samen zijn brood breken en delen, worden we werkelijk één met hem, met zijn lichaam. Aldus is de levende Heer ook vandaag actief onder ons allen.

Maar voor Jezus’ gesprekspartners is dat maar rare taal. Waar heeft die zoon van Josef het over? Wat verbeeldt hij zich wel? Nee, het valt vaak niet mee om in een bekende iets van God te ontwaren. Een profeet wordt in zijn eigen stad zelden geëerd, hoorden we pas nog.

Toch is het ook voor ons van belang dat we blijven openstaan voor de werking van engelen en hemels brood in ons leven. Dat kan gebeuren op een onverwacht moment. Het is een kunst om in de gewone dagelijkse dingen de hand van God te ervaren. Bepaalde ontmoetingen of gebeurtenissen kunnen ons iets van de grote kracht van God doen beleven. En als we openstaan voor Gods Geest, zullen we misschien soms engelen voor elkaar mogen zijn op onze levensweg, in navolging van Jezus.

In de samenleving van vandaag heerst veel eenzaamheid en depressiviteit. Het aantal zelfdodingen neemt sterk toe, ook onder jongeren. Het evangelie van vandaag nodigt ons opnieuw uit bij Jezus in de leer te gaan en nieuwe hoop te putten uit de wijze waarop hij in het leven stond. Leid een leven van liefde, zoals Christus ons heeft liefgehad, schrijft Paulus aan de Efesiërs.

En misschien moeten we dan wel leren om luisterende, niet-oordelende engelen te worden. Want daaraan bestaat in onze samenleving veel behoefte, denk ik. Mensen moeten soms door diepe dalen gaan en levend brood lijkt dan wel heel ver weg. Jezus’ kracht school in zijn diepe relatie met God. Vanuit die verbondenheid kon hij mensen bevrijden. Hij raadt ons aan om als ranken aan de wijnstok met hem verbonden te blijven en, aldus gevoed, zelf weer voedsel voor de ziel van anderen te zijn.

Straks nodigt hij ons opnieuw uit aan zijn tafel. Neem en eet, zegt hij, en wordt samen mijn lichaam in de wereld van vandaag. Mogen we het zo beleven en gestalte geven, en daarmee de wanhoop terugdringen. Amen.

Paul Koopman