CHRISTUS KONING

Christus Koning
2 Samuël 5:1-3 en Lucas 23:35-43

In drie talen (Grieks, Romeins en Hebreeuws) liet Pilatus de reden van Jezus’ kruisiging aanbrengen aan de top van de kruisbalk: “Jezus, koning der Joden!” “Nee,” zeiden de omstanders, “er moet staan: Hij heeft gezegd, Ik ben de koning der Joden!”. Pilatus antwoordt dan: “Wat geschreven is, is geschreven” en hij gaat naar huis en wast verder zijn handen in onschuld. Het volk kijkt toe, passief, zwijgend, zichtbaar teleurgesteld. Ze hadden toch méér van die Jezus verwacht! De leiders van het volk voelen zich de lachende derde en roepen: “Anderen heeft hij gered, laat hij nu zichzelf maar redden!” Ook de Romeinse soldaten kijken toe – onverschillig. Ze vinden het alles bij elkaar maar ‘n zielige vertoning! Voor hen is ‘t de zoveelste terechtstelling. Eigenlijk gebeurde er die dag niets bijzonders…

Iemand aan ‘t kruis, gehangen in de naam van de keizer. Een man die zichzelf koning noemt, gaat ten onder: een mislukte rebel, eigenlijk ‘n koning van niets. De wereld rond Jezus viel uit elkaar en de scene rond het kruis laat niets anders dan verdeeldheid zien. Magistraten en priesters die Hem zelfs op het kruis niet met rust laten, en soldaten die Hem – wat zure wijn te drinken gevend – tot het laatst toe bespotten. Er is er maar één die Jezus herkent als koning: een medegevangene – een terrorist, een moordenaar nog wel!

In de maand maart van het jaar 29 is Jezus gestorven. Toen was de Zoon van God verleden geworden. En Zijn pijn trekt nu al 20 eeuwen door kerk en wereld. Nog steeds lijden en sterven er mensen aan verraad of door menselijk falen. Hoe kan deze wereld helen van de trauma’s en wonden van slavernij, discriminatie, terrorisme, apartheid, rassenwaan, kindermisbruik, volkerenmoord, drugshandel, zwendel en corruptie?

De eerste Christenen hebben het lijdensverhaal waarschijnlijk mooier gemaakt dan het in werkelijkheid was. Niemand weet wat Jezus gevoeld heeft in het uur van zijn ondergang, maar flarden van zijn angst vinden we terug in het lijdensverhaal. In de Hof van Olijven klinken zijn angstige woorden: “Vader, indien dat mogelijk is, laat deze lijdensbeker dan aan Mij voorbij gaan”. Het is de bitter klacht van veel lijdende mensen, die zich ver van God verwijderd voelen. Zo is Jezus niet bóven het menselijk lijden gaan staan, maar stond er midden in. Eigenlijk zou het kruis adembenemend moeten zijn. Maar we zijn zo aan het kruis gewend geraakt. We hangen ze op in warenhuizen en kerken, in slaapkamers en zelfs in gebakjeswinkels.

“Anderen heeft Hij gered, laat Hij nu zichzelf maar redden!”. Het klinkt als een verwijt, als spot. Maar is het niet de hoogste lof die ze Jezus kunnen geven? Veel machthebbers zijn er alleen maar op uit om zichzelf te redden, hun eigen toekomst veilig te stellen. Ze deinzen er niet voor terug om daar honderden, zelf duizenden mensen voor op te offeren. Jezus offert liever zichzelf op dan anderen. Zo maakt Hij zijn naam “Redder” waar. Zo heeft Hij ook naam gemaakt onder mensen. De leiders van het volk hebben dat niet door. Ze zijn geblokkeerd door eigen gevoelens. Anders hadden ze moeten begrijpen dat Jezus’ Koninkrijk niet van déze wereld is.

Christenen spelen graag het spelletje “kruis of munt”. Het probleem is alleen dat ze in theorie kiezen voor het kruis en in de praktijk voor de munt. Er is één mens geweest die nooit geschipperd heeft tussen kruis en munt. Zijn kruisweg is spreekwoordelijk geworden. Het lijkt haast ironisch om over Jezus – nu Hij op het dieptepunt van zijn leven is beland – te spreken als over een koning. In plaats van trompetgeschal horen we een woordeloze schreeuw van een lijdende mens die als zoveel mensen op ‘t dieptepunt van zijn leven zich ver van God verwijderd voelde: “Mijn God, mijn God, waarom heeft U Mij verlaten?”

Ook wij willen vaak onze eigen haan koning laten kraaien, gaan soms zelfs over lijken om de koningstitel te behalen. De machtigen der aarde,televisiehelden, popsterren, filmsterren, ze hebben vaak zo weinig te zeggen. Ze verzinnen de gekste dingen om in de belangstelling te kunnen blijven. Op de televisie worden we geconfronteerd met het nieuwe hoedje van onze koningin. We moeten toch érgens over schrijven! Het zijn dankbare slachtoffers van de nooitaflatende roddelpers, dankbare figuranten van ons wereldtoneel, hapklare brokken voor de sensatiebladen die graag – namens de lezers – wil weten of beroemde mensen privé hetzelfde zijn als “gewone” mensen.

Een ander soort Koning komen we vanmorgen tegen in de eerste lezing: koning David. Hij is de ware koning, omdat hij niet bóven de mensen, maar ten dienste van zijn onderdanen staat. Hij weet wat er in zijn volk om gaat. Door schade en schande is hij wijs geworden. Een wijze koning voor diegenen die hem in zorg en verantwoordelijkheid waren toevertrouwd. Ze wilden Jezus tot koning kronen. Maar Jezus vlucht weg van dit soort koningschap. Hij wil dienstknecht van de mensen zijn. In heel zijn doen en laten kun je voelen en proeven: achter deze mens staat God!

Vandaag is het de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Volgende week begint de Advent. Vandaag al mogen wij horen wat wij mogen verwachten: geen sterke man, geen machtige koning, maar een klein kind. Niet iemand die er op uit zichzelf te redden, maar die redder van anderen wil zijn – Verlosser! Tot zijn Koninklijke weg worden wij uitgenodigd. Alleen zó kan er nieuw leven groeien, tegen chaos en verdrukking in.

© Pater Ambro Bakker s.m.a.
Pastoor-deken H.Augustinus
Amsterdam/Amstelveen