VIER WEKEN ADVENT

AdventWanneer wij feest gaan vieren dan vergt dat de nodige voorbereiding. Er moeten allerlei zaken goed geregeld worden om het feest organisatorisch zo goed mogelijk te laten verlopen. Maar alléén met de organisatie kom je er niet; je moet je ook mentaal voorbereiden. In onze vijf geloofsgemeenschappen van Amstelland hoeven we hiervoor maar terug te kijken naar de vele feesten die wij in het afgelopen jaar mochten vieren.

Laatst zei iemand me: ‘De voorbereiding op een feest is belangrijker dan het feest zelf’. Ik kon haar eigenlijk geen ongelijk geven! Wanneer wij op 25 december de geboorte van onze Heer gaan vieren, dan vergt dat ook de nodige voorbereidingen. Vooral op organisatorisch, want er valt veen hoop te regelen. Maar ook op geestelijk vlak! Zo zijn veel mensen achter de schermen al druk bezig met het voorbereiden van de vele Kerstvieringen die in onze parochie Amstelland zullen plaatsvinden.

Het woord Advent is afkomstig van het Latijnse woord Adventus dat ‘komst’ betekent. Gedurende vier weken zien wij als parochie Amstelland uit naar het komen van de Heer. Dit is niet alleen een uitzien naar de geboorte van de Heer in de stal van Bethlehem, maar vooral een uitzien naar een nieuwe geboorte van de Heer in ons eigen leven, ons eigen hart, in ons zelf.

Wat dat betreft is de Advent een periode van waakzaamheid. Wij kunnen ons de vraag stellen of wij écht waakzaam in het leven staan. Of laten wij ons meesleuren door het ritme van iedere dag? Ben ik iemand die zich alleen zorgen maakt over mijn eten, auto, geld, carrière, hobby’s en sport? En denkt u bij uzelf: ‘De wereld draait toch wel verder en waarom zou ik me zorgen maken voor alles wat komen kan?’ Of willen wij proberen om waakzaam in het leven te staan en ons eens af te vragen: ‘Waar leef ik voor en waar sta ik?’

In de advent groeien we vier weken langzaam toe naar de komst van het nieuwe licht. Dit wordt mooi gesymboliseerd door de Adventskrans. Elke weekend wordt er een kaars méér aangestoken, zodat we met Kerstmis in het volle licht zitten! Zo is de Adventskrans een teken dat wij solidair willen zijn met die mensen die, dichtbij en veraf, door anderen in het donker worden gehouden. Wij kunnen hieraan een bijdrage leveren door van harte mee te doen aan de Adventsaktie. Ik wens u een goede Adventtijd toe, op weg naar een gezegend Kerstfeest.

Ambro Bakker s.m.a.
Pastoor-deken RK Amstelland
Locatie: H. Augustinus

EEN HART ONDER DE RIEM

33e zondag door het jaar — A 
Spreuken 31:10-13+19-20+30 – 1 Tess 5:1-6 
Matteüs 25:14-30 

als je kijkt naar wat er is, zie je talenten
Met het verhaal van vanavond steekt Jezus ons weer een hart onder de riem. Waar komt die uitdrukking eigenlijk vandaan? Ik heb het voor u opgezocht. Bij het woord ‘riem’ gaat het niet om onze buikriem. Met riem wordt de roeispaan, de roeiriem bedoeld. En deze roeiriemen draaien op een dol. En onder de dol zit een hartje van leer. Zodat de riemen makkelijk heen en weer kunnen gaan. Soms wordt het tijd een nieuw hart onder de riem te schuiven. Dan functioneert alles beter en kom je sneller vooruit. ‘Een hart onder de riem steken’ betekent dus: zorgen dat de ander weer voldoende inspiratie en kracht krijgt om in het leven verder te roeien.

Wij mensen kunnen alleen maar vooruit, als er voldoende vertrouwen is. Vertrouwen in elkaar, niet ergens om, niet om er zelf beter van te worden, maar uit respect voor elkaars leven en voor elkaars eerlijke bedoelingen. Waarom wantrouwen we elkaar zoveel? Oost en west vertrouwen elkaar voor geen cent, armen en rijken vertrouwen elkaar nog voor minder dan ‘n cent. Echtgenoten wantrouwen elkaar, wantrouwen onder geliefden, onder vrienden, onder broers en zussen. Wantrouwen tussen ouders en kinderen, onder buren en dorpsgenoten. Misschien is er een goede reden voor dat wantrouwen, want wat je vandaag in het diepste geheim aan mensen toevertrouwt, ligt morgen als oud vuil op straat. Dat voedt je wantrouwen. En wantrouwen blokkeert je leven.

In het Evangelie horen we dat God aan ons mensen veel vertrouwen geeft, als hij aan ons de toekomst en het beheer van zijn aarde toevertrouwt. Wij mogen zijn rentmeesters zijn. De ondertoon is dat God de mens vele mogelijkheden heeft gegeven. Deze parabel gaat niet over het spreekwoord ‘als je voor een dubbeltje geboren bent, zul je nooit een kwartje worden. God heeft ons allemaal voldoende talenten gegeven om deze aarde bewoonbaar te maken en bewoonbaar te houden. Die talenten hebben we niet van onszelf, we hebben ze gekregen. Daarmee heeft God het lot van de wereld, en het lot van onze naasten, ook in onze handen gelegd.

God investeert in mensen. Hij zit ons daarbij niet te dicht op de huid. Hij heeft de mensen ideeën gegeven om zélf ook initiatieven te ontwikkelen. Daarmee laat God zien dat Hij vertrouwen in ons mensen heeft. Maar Hij vraagt ons wel onze talenten te gebruiken. In het Evangelie is er één man doodsbang. Hij durft zijn verantwoordelijkheid niet aan en begraaft zijn talent in de grond. Daarmee begaat hij de grootste fout van zijn leven! Dan horen we hoe juist hij van God op zijn huid krijgt. Want ‘nietsdoen’ is de grootse fout die je kunt maken!

Het evangelie van de talenten wordt vaak gelezen tijdens een uitvaartmis. Dan vertellen familieleden hoe de overledene met zijn talenten heeft gewoekerd of geworsteld. Bij een begrafenis van een oude pastoor zei de voorzitter van het parochiebestuur: ‘De pastoor was niet zo getalenteerd, maar hij is wel tot zijn laatste snik dicht bij God en dicht bij zijn parochianen gebleven.’ Is trouw dan geen talent? Of die vrouw van tachtig. Dag en nacht heeft ze klaar gestaan voor mensen die haar nodig hadden en die haar door God waren toevertrouwd. Ze vond dat heel gewoon. Maar is trouw dan geen talent? Elk mens is getalenteerd.

Dat is de kunst: groot zijn in het kleine. Ik denk aan dat Engelse parlementslid dat hooghartig tegen een afgevaardigde van de vakbond zei: ‘Ik geloof dat uw vader nog de schoenen heeft gepoetst van mijn vader’. De man antwoordde: ‘Het is niet belangrijk of hij uw vaders schoenen heeft gepoetst, maar of hij die goed heeft gepoetst!’. Het gaat er niet om of je veel talenten hebt gekregen, maar of je die talenten weet te gebruiken!

Bij het woord talenten gaat het niet om verstandelijke vermogens, maar om de mate waarin mensen naar God en naar elkaar zijn gegroeid. Van mensen die hun talenten hebben kunnen vermeerderen, daarin gegroeid zijn, wordt niet verwacht dat zij op hun lauweren gaan rusten. Integendeel, ze moeten er zelfs extra tegen aan. En ook de mens die er maar half in slaagt, wordt gevraagd in de relatie met God en met elkaar te investeren. Ook zijn er mensen die geen enkele moeite doen. Zij begraven hun talent.

Veel menselijke talenten zijn gedevalueerd, in waarde gedaald, ineengeschrompeld. Door gebrek aan vertrouwen. Daarom: laten we onze talenten gebruiken en geven wij de mensen om ons heen voldoende ruimte om hun talenten te ontwikkelen. Zo niet, dan mag je weten dat er bij de eindafrekening heel wat op je huid zal staan en dat God je dan op je huid zal zitten. Maar gelukkig krijgt de mens voldoende talenten van God mee om dít te voorkomen! En die laatste opmerking steekt ons telkens een hart onder de riem!

© Ambro Bakker s.m.a.
Pastoor-deken RK Amstelland
Locatie: H. Augustinus en
de Z. Titus Brandsma

Installatie pastoor Jongerden

zondag 17 september 2017
1 Cor.12:12-31 en Marcus 1:16-20

Eugène JongerdenBeste Eugène, familieleden, vrienden en vriendinnen, parochianen en onze vele gasten,Ik voel me vereerd dat ik vandaag, namens de bisschop van Haarlem-Amsterdam, jou Eugène, mag installeren als mede-pastoor van de parochie RK Amstelland. En bij zo’n feestelijk gebeurtenis hoort natuurlijk een ‘feestpreek’. In mijn kinderjaren begon deken Jacobs in Alkmaar, vanaf de hoge kansel, zulke feestmomenten met de aanhef: ‘feestvierende gelovigen’ Die woorden ben ik nooit vergeten. Als kind dacht ik: als ik ooit zelf priester word, wil ik op feestelijke momenten, beginnen met diezelfde woorden: ‘beste feestvierende gelovigen’. En mooie aanhef. Maar dan moet vervolgens de feestpreek komen. Maar ja, wat ga je dan zeggen?

Laat ik maar beginnen met een verhaaltje. Drie kleine jongetjes zijn aan ‘t opscheppen. De eerste zegt: ‘mijn moeder is erg handig op haar pc. Ze schrijft elke dag een paar regels op. Dat noemt ze een gedicht. Dan gaat ze naar een uitgever en verkoopt het voor honderd euro per gedicht’. ‘Dat is nog niks’, zei het tweede jongetje: ‘Mijn moeder schrijft ook gedichten op de pc en zet er daarna noten onder. Dan heeft ze een liedje. Daar krijgt ze 200 euro per lied voor’. ‘Mijn oom’, zei de derde heel trots, ‘is pastoor. Die schrijft elke week een paar regels op en dat noemt-ie dan een preek. Daarna hebben ze de volgende dag acht mensen nodig om het geld op te halen!’

Als pastoor maak je elke week, soms bijna elke dag, weer een preek. Dat is niet altijd even gemakkelijk. Maar dit keer was het, door de lezingen die jij zelf hebt gekozen Eugène, niet zo moeilijk. Als evangelie heb je gekozen voor het verhaal over onze roeping. Jezus die aan de oever van het meer van Galilea zijn eerste leerlingen, eenvoudige vissers, uitnodigt om Hem te volgen en vissers van mensen te worden. Op 1 juni 1996 heb jij, Eugène, ook je visakte gekregen. En dat je kunt vissen heb je, na die 21 jaar pastorale ervaring, ons al laten zien.

Meer van Galilea en Dode ZeeLaat ik op het evangelie vandaag eens wat nader ingaan. Dat verhaal speelt zich af bij het meer van Galilea. Ongetwijfeld, Eugène, weet je dat er in Israël twee meren liggen, die door de Jordaan met elkaar verbonden zijn. Het meer van Galilea en de Dode Zee. Rond het meer van Galilea is het vol leven. De grond is er vruchtbaar en er liggen welvarende steden. Het meer wemelt van vissen. Maar ga je slechts 80 kilometer verder, dan kom je bij de Dode Zee. Daar is alles doods en ziltig. Er is geen spoor van leven – geen vis houdt het eruit. Geen steden, geen bomen, geen struiken. Niet voor niets noemen mensen dit: de Dode Zee.

Waarom zijn deze twee meren, die zo dicht bij elkaar liggen, zo verschillend? Zo verschillend dat het ene meer symbool van leven, het andere meer symbool van de dood is geworden? De oplossing is eigenlijk heel eenvoudig: het meer van Galilea ontvangt ‘t water van de Jordaan en geeft het weer aan de Jordaan terug. Daarom ook is er leven mogelijk. Het water van de Dode Zee gaat niet meer verder, vormt het eindpunt van de rivier. Er vindt geen wisselwerking plaats. Daardoor is het water brak geworden, ziltig en zout. Daarom verdwijnt alle leven er. De Dode Zee draagt de dood in haar schoot.

Wat een symboliek! De mens die alles voor zichzelf houdt, die niets meedeelt, die zich afsluit voor anderen, kwijnt weg en sterft af. Mensen die alleen maar ‘ik’ kunnen zeggen en ‘ik’ kunnen denken, verliezen hun contacten, zien hun vrienden verdwijnen. Wat overblijft is de dood. Maar er zijn ook mensen die de liefde die ze ontvangen weer doorgeven aan anderen. Mensen die ‘jij’ denken en ‘jij’ doen. Rond hen ontstaat liefde vriendschap en dankbaarheid. Bij zulke mensen voel je je thuis. Daarom ook vinden de wonderen van liefde (zoals de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging) die Jezus verricht ook altijd plaats bij het Meer van Galilea en niet bij de Dode Zee.

Zo moet je het water van je doopsel niet alleen voor jezelf te houden. Doe je dat wel dan wordt het water brak. Maar als je het water van de doop doorgeeft aan anderen, dan blijft het stromend, helder en levend water. Daar kan geen regendruppel tegen op. Laten wij het water van ons doopsel niet tot brak water worden. Ons geloof, onze hoop en onze liefde, willen wij, in Jezus Christus, concreet delen met alle gelovige gemeenschappen van RK Amstelland, en ook in ons contact met andere geloofsovertuigingen en godsdiensten. En wij bidden God dat het water van ons doopsel blijft vloeien als een heldere gelovige stroom van geloof, en een hoop liefde. Ons pastoraal team is nu vrijwel op sterkte en we hebben een krachtig parochiebestuur en enthousiaste locatieraden en bewogen vrijwilligers en vrijwilligers. Samen mogen wij het evangelie verkondigen, niet alleen in mooie woorden, maar vooral in concrete daden.

Het verhaal van het evangelie van vanmorgen moet verteld zijn in de eerste christengemeenten. Daar waren ze enthousiast begonnen. Maar de wereld aanvaarde hun woord van bevrijding niet. Ze worden uitgemaakt voor dromers en naïevelingen. Ze werden voor de rechter gebracht en hun lot is ‘t lot van de martelaren. Er vloeit bloed. Hun inzet is gigantisch, het resultaat is maar miniem. Zo ontstaat er aarzeling en vertwijfeling. De jonge kerk verkeert in een crisis. Hebben zij dan toch op het verkeerde paard gewed? Dan vertellen zij elkaar het verhaal van de wonderbaarlijke visvangst. De hele nacht hebben de leerlingen gezwoegd en gewerkt. Op bevel van het Vleesgeworden Woord werpen ze opnieuw hun netten uit. De boot wordt gevuld tot zinkens toe. Zo’n verhaal geeft de jonge kerk weer moed om verder te gaan.

Zo is het verhaal van de wonderbare visvangst ook een verhaal vol bemoediging voor de kerk van vandaag. Ook wij mogen – op bevel van het Vleesgeworden Woord – onze netten blijven uitwerpen. En daarmee is het een verhaal dat ons kan bemoedigen. Ieder mens heeft van die dagen waarop je de moed in de schoenen zinkt: op je werk, in je huwelijk, je vriendschap, in je relatie met je kinderen of je ouders. En ook onze kerken zijn flink in beweging. Soms zakt de moed je in de knieën. Maar het geloof in het Vleesgeworden Woord kan ons boven die situatie uittillen. Zelfs als er bange woorden worden gesproken, is dat Woord van God vaak het enige woord dat je uit de put kan halen. Soms zie ik bij mensen een klein tegeltje in de gang hangen, met daarop de tekst: God geeft ons de noten, maar Hij kraakt ze niet voor ons.

Het geloof is geen toverstaf. Geloven in het Woord is niet bang zijn voor welke toekomst ook, is een wissel trekken op die toekomst, zelfs door dood, graf en elke crisis heen. Het evangelie van vanmorgen is duidelijk: allemaal zijn we geroepen om Hem te volgen. En je kunt het bijna niet geloven: vissers van mensen mogen we zijn. En onze netten zullen scheuren door hun overvloed. En aan deze wonderbaarlijke visvangst mag iedereen meedoen. Mannen en vrouwen en kinderen ontvankelijk maken voor de liefde van God. Dat zullen wij als pastores (twee pastoors en twee diakens) als onze opdracht zien. En we hoeven dat niet alleen te doen, we weten ons omgeven door heel veel mensen die ons geloof in RK Amstelland willen dragen en meedoen aan deze wonderbaarlijke visvangst.

In jou, Eugène, krijgen wij er een warme pastor bij. Natuurlijk zul je je Matteüsparochie in Hoorn missen, maar wij verzekeren je dat je ook hier in een warm nest zult vinden of misschien al hebt gevonden. Wat zijn we blij dat je vandaag officieel ons pastoresteam komt versterken. Het afgelopen anderhalf jaar hadden we een magere pastorale bezetting. Gelukkig dat veel vrijwilligers en vrijwilligsters zich extra hebben ingezet na het vertrek van onze geliefde pastoor Buitendijk die zijn pastorale werk voortzette in de Carmelietenparochie van Oss. Ik heb geweldig veel waardering voor de wijze waarop velen van u zich extra hebben ingezet. In het bijzonder dank ik vooral diaken Paul Koopman die, met zijn mensen, het werk in de Titus Brandsma heeft doorgezet.

Je hebt, Eugène, de laatste maanden al met velen van ons kennisgemaakt. Aan enthousiaste ontmoetingen heeft het je niet ontbroken. Wij hebben je nu al; leren kennen als een ervaren, maar vooral als een warme pastoor, die bruggen weet te bouwen. Ook wij, parochianen van Amstelland, mogen bruggenbrouwers zijn. Niet op zoek blijven gaan naar wat ons van elkaar scheidt, maar wat ons samenbrengt. Elkaar niet afbreken, maar elkaar opbouwen, in Gods naam. Dat is ons uitgangspunt. We hebben elkaar in deze tijd, waarin de kerk behoorlijk onder druk staat, heel hard nodig, om elkaar in ons geloof te bevestigen, en daarmee onze hoop niet laten varen, en te leven van elkaars liefde, omsloten door de liefde van God. We hebben God en elkaar hard nodig!

Dat was ook al de conclusie van Paulus in de eerste brief die hij schreef aan de inwoners van de stad Korinthe. Er waren nogal wat tegenstellingen en ruzies. En dan komt Paulus met een mooi verhaal, waarin hij beschrijft hoe wij met elkaar om moeten gaan. Hij vergelijkt de geloofsgemeenschap van Korinthe, en daarmee elke gemeenschap, met het menselijk lichaam. Die bestaat uit vele ledematen, maar ze vormen samen één lichaam. Zo is het ook met de Christus. Veronderstel dat de voet zegt: ’omdat ik geen hand ben behoor ik niet tot dat lichaam’, en dat het oog zegt: ‘omdat ik geen oor ben, hoor ik niet bij dat lichaam’. En als het hele lichaam helemaal gehoor was, waar blijft dan de reuk? Nee, alle ledematen hebben elkaar hard nodig om dat ene lichaam te vormen. En laat er geen verdeeldheid, geen tegenstelling, in dat lichaam zijn, want we hebben elkaar hard nodig. Als één lid van je lichaam lijdt, delen alle ledematen in de pijn. Als één lid wordt geëerd, dan slaat dat terug op het hele lichaam.

Zo komt Paulus uit bij onze geloofsgemeenschap, Ook

VORMSELVIERING: PAK MIJN HAND MAAR!

zondag 11 juni 2017
Vormselviering
2 Korintiërs 6:6-10 en Handelingen 19:1b-6a

toediening VormselBeste Jan, Frederique, Isabelle, Titia, Claudia, Arun, Anne, Eva, Beau Esmee, Daphne en Tobias. Ik vond het fijn en heel inspirerend om een keer bij een van jullie voorbereidingsavonden op het Vormsel te zijn. En het viel me op hoe serieus jullie met elkaar op het Vormsel ingingen. En dat niet zomaar op één avond, maar de meesten van jullie deden dat al drie jaar lang! Zo hebben jullie elkaar en hopelijk ook God wat beter leren kennen. En ik weet nu al dat jullie na het Vormsel van vandaag elkaar voorlopig niet uit het oog zullen verliezen.

“VORMSELVIERING: PAK MIJN HAND MAAR!” verder lezen

IN ZIJN VOETSTAPPEN

donderdag 25 mei 2017
Hemelvaart des Heren
Handelingen 1:1-11 – Efeziërs 1:17-13 en Matteüs 28:16-20

HemelvaartAls ik in de hemel kom, zal ik me over drie dingen verbazen: ten eerste dat ik daar zelf ben aangeland. Vervolgens dat ik er mensen tegen zal komen die ik er niet had verwacht. Tenslotte zal ik me verbazen over het feit dat ik er bepaalde mensen níet zal tegenkomen, van wie ik dat wél had verwacht.

Vanmorgen gaat het over die hemel. Zomaar op een doordeweekse dag vieren wij het feest van de Hemelvaart van Jezus, zijn terugkeer naar zijn hemelse Vader. Blijkbaar is de hemel nog belangrijk genoeg om daarvoor een vrije dag te hebben. Hoe komt het dan toch, dat we wel een vrije dag hebben, maar dat we ons zo weinig druk maken over de hemel. Zo in de trant van: wie dan leeft, wie dan zorgt. Ook zeggen ze dat het in de hemel véél beter is dan hier. Maar waarom heeft bijna geen mens er zin in om vandaag nog te hemelen? Zelden zijn mensen blij als de tijd van hemelen is aangebroken – of het moet zijn dat je beroofd van je beste levenskrachten wegteert of oud bent, zat van dagen. “IN ZIJN VOETSTAPPEN” verder lezen

TUSSEN GELOOF EN ONGELOOF

zondag 23 april 2017

Tweede zondag van Pasen – A

zondag van de goddelijke Barmhartigheid

Handelingen 2:42-47 – 1 Petrus 1:3-9 – Johannes 20:19-31

ongelovige thomas
We raken over Pasen niet uitgepraat. Ook niet in de Bijbel. Deze zondag gaat het onder andere over de ‘ongelovige Thomas’ en het verhaal van de leerlingen die hun geloof zijn kwijtgeraakt en teleurgesteld terugkeren naar Emmaüs’. De verrijzenis is blijkbaar al vanaf het begin niet zo vanzelfsprekend. Zo hoorden wij op Tweede Paasdag in het Evangelie hoe Romeinse soldaten worden omgekocht om te vertellen dat de vrienden van Jezus het lijk ’s nachts hebben weggehaald en verborgen. En de Bijbel zegt: ‘en dat verhaal is onder de Joden verder verteld tot op de dag van vandaag.’ “TUSSEN GELOOF EN ONGELOOF” verder lezen

JOEPIE JOEPIE IS GEKOMEN

Beste mJoepie Joepieensen, ik zal u een geheim verklappen. Ik ben ooit Lazarus geweest. Nee, het is niet wat u denkt. Het was in het Heilige Land. Als toerist kun je daar het graf van Lazarus bezoeken. Voor een dollar mag je het graf ingaan. En als je binnen bent, roept de gids luid: ‘Lazarus, sta op!’. Heerlijk toch om voor één dollar Lazarus te mogen zijn! Nou hou ik niet zo van het toeristisch gedoe, maar ik weet nu wel in wat voor graf Jezus begraven lag. Maar op Pasen gaat het verhaal niet over de dood, maar over het leven bij de Hemelse Vader. “JOEPIE JOEPIE IS GEKOMEN” verder lezen

KIJK EENS NAAR DE VOGELS IN DE LUCHT

zaterdag 25 februari 2017
8e zondag door het jaar – A
Jesaia 49:14-15 en 1 Kor.4:1-5 en Matteüs 6:24-34

vogels in de lucht
De laatste zondagen hebben we geluisterd naar de Bergrede die Jezus heeft gehouden. De Bergrede gaat over de acht zaligsprekingen, over het royaal invullen van de wet, over het huis op de rots, over zout en het licht van de wereld willen zijn. Dit weekend gaat Jezus gaat verder met Zijn Bergrede. Wij horen Jezus zeggen: ‘Niemand kan twee heren dienen’. Je zult keuzes moeten maken in je leven of je wilt of niet. Maar Hij geeft tegelijkertijd ons de waarschuwing: raak nooit verstrikt in die keuze. Hij roept ons op tot onbezorgdheid. Durf je aan het leven toe te vertrouwen, en leef zo vrij als een vogel in de lucht. Krasse woorden in een wereld waarin we ons druk maken over zoveel dingen. “KIJK EENS NAAR DE VOGELS IN DE LUCHT” verder lezen

Nieuwjaarstoespraak 2017 vice-vz.

7 januari
Ad Verkleij
Vice-voorzitter R.K. Parochie Amstelland

Het is een goede traditie om bij de jaarwisseling terug te kijken op het afgelopen jaar en vooruit te kijken naar het nieuwe jaar. Ik wil dat doen aan de hand van een beperkt aantal gebeurtenissen die het afgelopen jaar hebben gekleurd en die doorwerken naar het nieuwe jaar.
Maar voor dat ik dat doe, wil ik graag ons medebestuurslid Hanneke Brummelhuis herdenken. Zij overleed op 3 februari van het vorig jaar. Hanneke was een bruggenbouwster; iemand die tegenstellingen kon omzetten in samenwerking. Binnen ons bestuur was zij onze belangrijke verbindingsvrouw met de Urbanusparochie in Ouderkerk. Wij waren met haar in een vergadering op het Bisdom Haarlem toen zij het telefoontje kreeg dat de artsen niets meer voor haar konden doen. Vrij kort daarna is zij overleden. Wij zijn Hanneke dankbaar dat wij tot het laatste toe hebben mogen profiteren van haar haar wijsheid. Wij zullen haar blijven missen. “Nieuwjaarstoespraak 2017 vice-vz.” verder lezen

Nieuwjaarstoespraak 2017 pastoor-deken

HET STAAT IN DE STERREN GESCHREVEN

Nieuwjaarstoespraak
7 januari 2017
Ambro Bakker s.m.a.
Pastoor-deken RK Amstelland

Pastoor-deken Ambro Bakker s.m.a.Allereerst mag ik u allemaal ‘n zalig nieuwjaar en Gods zegen over het nieuwe jaar 2017 toewensen. Wat staat ons in het nieuwe jaar te wachten? Wat staat er voor ons in de sterren geschreven?

Iedereen kent het oude verhaal van die astrologen uit het land van de opgaande zon, die vanuit het Oosten dé Ster achterna reisden. Maar wat staat er voor óns in 2017 in de sterren geschreven? Welke ster gaan wij in het nieuwe jaar achterna? Libelle, Linda, Margriet Story, Privé en de Nieuwe Revue hebben onze horoscoop voor 2017 al getrokken. Ik heb er de afgelopen week één gelezen. Wat staat er over mij in de sterren?

Er staat: ‘De tijd lijkt je op dit moment door de vingers te glippen.’ Dat doet de tijd al jaren bij mij en dat wist ik al lang. ‘Besteed wat meer aandacht aan je gezondheid, want je staat onder grote druk.’ Dat heb ik niet gedaan. Ik heb geen extra kleding aangetrokken of meer appelen gegeten voor de vitaminen. Integendeel, ik ben deze winter bijna elke dag nog zonder jas naar buiten geweest. Zonder gevolgen. Maar ja, ik had natuurlijk onder grote druk moeten staan. Maar ook daarvan heb ik niets gemerkt. Althans de druk van 2016 was niet groter dan anders.

“Nieuwjaarstoespraak 2017 pastoor-deken” verder lezen