IK ZIE IK ZIE WAT JIJ NIET ZIET

zondag 10 mei 2020
5e zondag van Pasen – A
1 Petrus 2:4-9 en
Johannes 14:1-12
Ambro Bakker s.m.a.

Beste parochianen en alle andere mensen,
van harte wil ik u thuis van harte welkom heten bij deze eucharistieviering in de Goede Herder.
Vandaag is het groot feest, want het is moederdag. Gistermiddag kwam er een vader met zijn dochter van acht bij me aanbellen. De dochter had een gedichtje voor haar moeder uitgekozen, en ze wilde mij dat eerst laten lezen: of ik het ook mooi vond. Ik zei tegen haar: het is voor mij het mooiste gedicht dat ik ooit met Moederdag gehoord heb. Vanmorgen om tien voor zes, terwijl moeder en vader nog in bed lagen, heeft ze gedichtje voorgelezen en daarna bij moeder en vader in bed gekropen. En het is zo mooi dat ik dit gedichtje op Moederdag ook aan u wil doorgeven. Lees “IK ZIE IK ZIE WAT JIJ NIET ZIET” verder

IN DE LEERSCHOOL VAN HET LIJDEN

Beste parochianen,
Pastoor-deken Ambro Bakker s.m.a.Het blijft onwerkelijk dat de meeste contacten met u tegenwoordig per telefoon en andere media plaatsvinden. Die gesprekken zijn meestal uitgebreid, zeker als het gaat om parochianen die alleen dag en nacht in hun huis verblijven. Met verschillende parochianen heb ik gesprekken gehad over de vraag of wij de coronavirus moeten zien als een straf van God voor onze levenswijze. Als God goed is en almachtig, waarom heeft Hij dan zoiets als een coronavirus geschapen? Waarom houdt hij dat niet tegen? Waarom zijn er zoveel mensen, wereldwijd, die het leven moesten laten? Ik ben te rade gegaan bij Jezus van Nazareth. Dan gaat het om Iemand die zijn leven moest geven vanwege de fantastische boodschap die Hij had. Waarom heeft zijn hemelse Vader God dat lijden toegelaten? Lees “IN DE LEERSCHOOL VAN HET LIJDEN” verder

WAAR ZIJN ONZE GELIEFDE DODEN GEBLEVEN?

Is ons leven een doodlopende weg?

In de laatste drie weken voor Pasen hebben wij aandacht besteed aan Jezus als de bron van Levend Water, als het Licht van de wereld en de Opwekking van Lazarus. Met Pasen gaat het vooral over Jezus als ‘de Verrijzenis en het Leven’. Op de komende zondagen van Pasen, tot Pinksteren toe, zal veel aandacht blijven uitgaan naar de talloze discussies die in alle hevigheid blijven plaatsvinden rond het verrijzenisverhaal. Dat is dan ook de hamvraag met Pasen: Is Jezus nou écht verrezen of niet? Thomas brengt dat als eerste onder woorden, als hij zegt: ‘ik wil het eerst zien en dan kan ik het pas geloven’. Daarna komen de Emmaüsgangers, die Jeruzalem voor gezien houden. Dood is dood, dus deze discussie moeten we maar afsluiten. Maar in hun vertwijfeling krijgen ze toch weer contact met hun Levende Heer. En het is Paulus, die een einde probeert te maken aan deze moeilijke discussie. Hij zegt: Beste mensen, ‘als Christus niet verrezen is, is ons geloof toch zinloos en zonder diepte?’. (1 Korintiërs 15:17). Lees “WAAR ZIJN ONZE GELIEFDE DODEN GEBLEVEN?” verder

HET LEVEN TREKT SMALLE KRINGEN

vrijdag 10 april 2020
Goede Vrijdag
Jesaia 52:13-53:12 ,
Hebr.4:14-16+5:7-9 en
Johannes 18:1-19:42
Ambro Bakker s.m.a.

Goede VrijdagHebt u dat weleens meegemaakt: dat mensen jou geweldig vonden, interessant, de moeite waard, en dat je naderhand door diezelfde mensen werd afgemaakt? Dat ze zeiden: hij kan doodvallen! Hij met z’n smoesjes, hij met z’n verhalen, hij met z’n God. Die dingen gebeuren. Er was eens een man die ze koning noemde, enkele dagen later werd Hij verkocht voor 30 zilverlingen. Jezus van Nazareth: zijn lot speelde zich af in een uithoek van de wereld. Hoe hij stierf, is exact te beschrijven. Hij werd gekruisigd: een paal rechtop, met een dwarsbalk, een soort T. De voeten vastgebonden of vastgespijkerd aan de stam. Dood door uitputting, honger, dorst, horzels en muggen. Honderden mensen stonden rond Zijn kruis: verbijsterd, spottend, nieuwsgierig, onbenullig.

Daar hang je dan, Koning der Joden! Normaal leefden mensen nog zo’n twee of drie dagen voordat ze stierven. Bij Jezus ging dat nogal vlug, duurde niet langer dan ‘n uur of zes. De plaats waar ‘t gebeurde, heet Golgotha, Schedelplaats. Het was zoiets als een vuilnisbelt van een moderne oosterse stad. Hij werd ter dood veroordeeld als een ketter. ‘Hij heeft God gelasterd, Hij is tegen de tempel!’, riepen de religieuze leiders van het land. En als één stem schreeuwden ze: ‘Hij is tegen de keizer, tegen de bezetter, tegen de gevestigde orde! Hij is een politiek avonturier!’ Maar de Romeinse bezetter tilt er niet zo zwaar aan, heeft eigenlijk medelijden met Hem, maar geeft uiteindelijk wel toe: elk volk wil op zijn tijd brood en spelen! De spot drijven met iemand, iemand aan het kruis nagelen, voor paal laten staan. Die dingen gebeuren dichterbij dan je denkt. Hoe vaak spelen wij zelf ‘n spel met mensen en verdobbelen wij elkaars bezittingen? Lees “HET LEVEN TREKT SMALLE KRINGEN” verder

DOET DIT TOT MIJN GEDACHTENIS

donderdag 9 april 2020
Witte Donderdag
Exodus 12:1-8+11-14 ,
1 Korintiërs 11:23-26 en
Johannes 13:1-15
Ambro Bakker s.m.a.

voetwassingVanavond een merkwaardig verhaal van de evangelist Johannes. Bij hem, staat op Witte Donderdag, niet de maaltijd (brood en wijn) centraal, maar de voetwassing. We zien Jezus niet in de rol van een voorname gastheer, die naar de ogen wordt gekeken, maar een man op de knieën, die de voeten van zijn leerlingen wast, het werk van een slaaf. Waar komt die voetwassing vandaan en waarom deze voorname plaats??

Lees “DOET DIT TOT MIJN GEDACHTENIS” verder

HET VERHAAL VAN JESJOEA, KNORREPOT EN HEMELTJELIEF

Palmzondag 5 april 2020

ezeltjeHet verhaaltje dat ik jullie ga vertellen gaat over een jongetje en zijn ezeltje. Het jongetje heette Jesjoea en zijn ezeltje Hemeltjelief. Ze woonden aan de rand van het bos in een hutje bij een oude man. Die oude man heette Knorrepot, maar hij knorde heus niet elke dag, maar alleen als hij met zijn verkeerde been uit bed was gestapt! Jesjoea en zijn ezeltje hadden het best naar hun zin bij Knorrepot. Ze hielpen hem door sprokkelhout uit het bos te halen voor de kachel en het fornuis. Ook haalden ze water, want een kraan hadden ze niet in het hutje. Dan moesten Jesjoea en Hemeltjelief helemaal naar de rivier lopen! Bij het hutje was ‘n stal voor de ezel. Die had Jesjoea zelf getimmerd. Ze waren dikke vrienden: Jesjoea en Hemeltjelief! Ook de oude Knorrepot was blij dat hij een beetje gezelschap had, want alleen is maar alleen, zei Knorrepot vaak. Lees “HET VERHAAL VAN JESJOEA, KNORREPOT EN HEMELTJELIEF” verder

EEN GOEDE, HEILIGE EN STILLE WEEK

zondag 5 april
Palmzondag
Jesaja 50:4-7,
Filippenzen 2:6-11 en
Matteüs 21:1-11
Ambro Bakker s.m.a.
Deken van Amsterdam

intocht in JerusalemVandaag begint de Goede Week, die ook wel de Lijdensweek, de Heilige Week of de Stille week genoemd wordt. Dat het dit jaar een Stille Week zal worden, is mij wel overduidelijk. Anderhalve meter van elkaar en het liefst zoveel mogelijk thuisblijven, zelfs met dit mooie weer van vandaag. Een Stille Week. In de 50 jaar dat ik nu priester ben, heb ik eigenlijk nooit een Stille Week mogen meemaken. Want normaal zijn de kerken dan goed gevuld en is het een en al bedrijvigheid. Een drukte van belang. En als dan tenslotte op Paasmorgen het luidkeels klinkt ‘Alleluja, want de Heer is waarlijk opgestaan’, dan denk ik: ik ga liever vanmiddag een uurtje op de bank liggen, om daarna weer op te staan voor het gezamenlijke Paasmaal met mijn familie. Lees “EEN GOEDE, HEILIGE EN STILLE WEEK” verder

ZIEN EN GEZIEN WORDEN

Vierde zondag van de Veertigdagentijd A
22 maart 2020
Titus Brandsmakerk en RTVA
1 Samuel 16, 1b.6-7.10-13a
Efeze 5, 8-14
Johannes 9, 1-41
Pastor Paul Koopman

De kunst van het zien is wellicht het belangrijkste wat we in dit leven te leren hebben. Zien, echt zien, is veel meer dan kijken. Kijken gaat vaak samen met beoordelen, met een kritische blik. Een ander kan zich dan ook bekeken voelen, en dat voelt niet goed. Zien is wat anders. De ander echt zien gebeurt met de ogen van het hart. De liefde stuurt de blik. “Delf mijn gezicht op”, dichtte Huub Oosterhuis. In die liefdevolle blik wordt de ander gezegend, mag volledig mens worden. Liefde maakt blind, is een gezegde. Maar in werkelijkheid opent de liefde ook onze ogen voor elkaar.

Gezien wordenGezien worden, dat is waar elk mens behoefte aan heeft. Werkelijk gezien worden is ont-moeten. Er moet niets. Je beperkingen en schaduwkanten, die je zelf maar moeilijk kunt accepteren, mogen er bij die ander in de ontmoeting gewoon zijn. Een onvoorstelbare ervaring. Liefde zonder allerlei voorwaarden of eisen. Mensen die niet gezien worden, groeien scheef. Mensen die echt gezien worden, worden als het ware opnieuw geboren.

Je onvoorwaardelijk geliefd weten is haast een goddelijke ervaring. Je bevindt je op heilige grond. Net als Jezus toen hij gedoopt werd in de Jordaan en later bij zijn visioen op de berg Tabor. Een stem uit de hemel riep hem toe: jij bent mijn geliefde zoon. Deze stem zette hem op weg om heel zijn leven te wijden aan het doen van zijn vaders wil, de liefde doorgeven.

Net als Jezus mogen ook wij ons geliefde zonen of dochters van God weten (Henri Nouwen). En in Jezus’ spoor proberen ook wij, als Gods grondpersoneel, iets van zijn liefde te laten doorstralen in ons leven, naar de mensen om ons heen. En dat begint meestal met een ander echt zien. Zoals Levinas zei: we ontmoeten God in de ogen van de ander. Als we ons eerlijk openen, zien we ook de pijn van de ander. “Raak de wonden aan”, zal Tomas Halik later zeggen. Een kerk die zich afsluit van de nood van de wereld, is niet langer waard kerk te heten. Paus Franciscus vergelijkt de kerk met een veldhospitaal. Onze roeping is het ons te laten raken door de pijn van de ander. Die pijn is er, helaas, in overvloed. En dat laten raken begint meestal in het klein, in de ontmoeting met wie op jouw weg gezet wordt. En dat eindigt nooit, hoe oud je ook bent.

Hoe reageer je wanneer er een wonder gebeurt, wanneer je meemaakt dat een ander gaat zien? In het evangelieverhaal van Johannes dat we zojuist hoorden, geneest Jezus een blinde. En we horen het commentaar van de omstanders. Allereerst dat van de Farizeeën. Deze hebben geen oog voor het geloof en de liefde die hier in het spel zijn, maar zijn vooral geïnteresseerd in hun eigen regels. In dit geval de regel van de sabbat die in hun ogen door Jezus wordt geschonden. Dan kan het nooit van God komen!

Ook de groep omstanders die door Johannes wordt aangeduid als de Joden, wil niet geloven dat deze man werkelijk blind was en nu genezen. Ze proberen zijn ouders als getuigen op te roepen, om zelf maar niet te hoeven geloven. Wie niet open staat voor het mysterie van het leven, zal nooit echt zien.

In de eerste lezing horen we dat God anders ziet dan wij mensen gewend zijn. Hij ziet niet het grote, het voorname, het uiterlijk. Hij kijkt naar het kleine, het kwetsbare, het innerlijk. Zo ook Jezus. Ik ben niet gekomen voor de gezonden, zei Hij, maar voor de zieken. Maria zong al in het Magnificat: machtigen stoot Hij van hun troon, maar de kleinen zal Hij verheffen.

De blinde man had een bijzondere ontmoeting met het licht der wereld. En hij werd ziende. Hij noemt hem profeet, man van God, Mensenzoon. Hoe staat het met onze ogen? Zijn wij in staat in Jezus het licht der wereld te zien of blijven we hiervoor blind zoals de Farizeeën? Wij vieren vandaag zondag Laetare, verheug u! Wij zijn halfweg op onze tocht naar Pasen. Wij horen deze zondagen wie Jezus in de ogen van Johannes is. Hij is levend water, hoorden we vorig week. Vandaag is de boodschap: hij is het licht voor ons leven. Volgende week zullen we horen: Hij is het leven zelf.

Paulus roept ons in zijn brief aan de Efesiërs op ons te gedragen als bevrijde mensen. Net als de blinde man waart gij eens in de duisternis, zegt Paulus. Maar nu gij het licht hebt mogen zien, leeft dan ook als kinderen van het licht. “Ontwaakt gij die slaapt, sta op uit de dood, en Christus zal over u lichten”, zegt een lied.

Zijn we in staat de ander als een wonder te zien? En durven we ons door de ander te laten raken? Bidden we dat er altijd engelen in ons leven mogen zijn, in het bijzonder wanneer het leven echt moeilijk wordt. En dat we ook zelf af en toe als een engel mogen zijn in het leven van een ander of sommige anderen. Om de liefde door te geven. Juist ook in deze moeilijke dagen van het coronavirus. Amen.

PLK

IK BEN DE BRON VAN LEVEND WATER

zondag 15 maart 2020
uitgezonden viering vanuit Noorddamcentrum
Derde zondag van de 40 dagentijd – A
Exodus 17:3-7
Romeinen 5:1-2+5-8 en
Johannes 4:5-42

Jezus en de Samaritaanse vrouwOp drie zondagen lezen we drie lange evangelieverhalen uit het Johannesevangelie. Drie verhalen die worden gebruikt als onderricht voor de volwassenen die zich in de Paasnacht zullen laten dopen. Zo mogen zij deze weken kennismaken met Jezus als ‘Bron van Levend Water’. Volgend weekend krijgt Jezus de titel ‘Licht van de Wereld’ en over veertien dagen wordt Hij door Johannes voorgesteld als ‘de Verrijzenis en het Leven’. En het zijn deze drie titels die in de Paasnacht ook centraal zullen staan. Jezus als Levend Water, Jezus als Licht van de Wereld en Jezus, de Verrijzenis en het Leven.

Dit weekend wordt Jezus aan ons voorgesteld als ‘Bron van Levend Water’. Wij horen dat Hij midden op de dag, onder de verzengende middagzon, bij een waterput zit. Een vrouw van verdachte zeden komt waterputten. Dat doet ze midden op de dag, terwijl de zon hoog aan de hemel staat. Natuurlijk gaat ze niet tegen de avond naar de bron, als de zon weer laag staat. Want dan komen alle vrouwen uit het dorp water halen. En wat moet je dan als publieke vrouw? Wat zou dat weer een geroddel opleveren! Nee, ze komt liever als ze niemand aan de bron verwacht. Ze ziet dan een man bij de bron zitten. En die man begint een gesprek met haar. Natuurlijk dat er rode lichten gaan branden! Ze knipperen bij het leven.

Jezus en de Samaritaanse. Zij laten elkaar niet links liggen, gaan niet zwijgend aan elkaar voorbij. Er sprake van een échte ontmoeting. De vrouw, die talrijke contacten in haar leven had gehad, komt nu tot een écht contact. Iedereen benaderde haar vanuit bepaalde gedragscodes – met een hoer ga je immers niet om – zo had ze nooit zichzelf kunnen zijn. Wat een bevrijding! We praten zo gemakkelijk over heroïnehoertjes, over zwervers, inbrekers en moordenaars. We schuiven alles en iedereen op een grote hoop en voelen ons mijlen hoog boven hen verheven.

Lees “IK BEN DE BRON VAN LEVEND WATER” verder