Spring naar inhoud

Preek Edwin van der Zande – 15 Oktober 2017

Lezingen: Js. 25, 6-10a; Fil. 4,12-14.19-20; Mt. 22, 1-14

Zusters en broeders in Christus,

Voor niets gaat de zon op. Soms kan een verhaal gouden bergen beloven, dat het te mooi is om waar te zijn. Zo duikt er nog wel eens een loterij op die prijzengeld garandeert. Zo had je ooit eens een piramidenspel, het heeft in eerste instantie de bedenkers geen windeieren gelegd. Veel mensen  zijn erin gestonken en daarbij geldt toch echt de boerenwijsheid: voor niets gaat de zon op; voor de rest moet je gewoon hard werken.

Het is een beetje een zuinige, Hollandse, calvinistische opmerking die het  genieten van volle wijnen en vette spijzen direct wat matigt. Want Jesaja schotelt ons toch wel een heerlijke tafel vol lekkernijen voor. De bijbel vertelt ons verhalen waarin we volop mogen genieten van alles wat de aarde ons geeft. Het is dan ook een zegen dat Jezus  – niet zoals Mohammed – het drinken van wijn en andere versnaperingen heeft verboden. Hoewel Jezus in het evangelie ook goede wijn laat schenken, er zit aan het einde wel iets stekeligs: ‘Velen zijn geroepen en weinig zijn uitverkoren’. Dus voordat we al te vrolijk worden bij het aanzien van al dat lekkers, misschien goed om stap voor stap de lezingen eens na te lopen.

Jesaja geeft al een inkijkje hoe heerlijk de maaltijd zal zijn. Hij geeft het beeld van de overvloed. Het is bovenal een verhaal van hoop. Jesaja toont ons een beeld van God die wil delen, die mensen uitnodigt om het leven te vieren. Een beeld, waarin God beschermt en op wie je kunt vertrouwen. Bij Jesaja is de volle tafel een beantwoording van het vertrouwen, in feite ligt hier al die boerenwijsheid ‘voor niets gaat de zon op verscholen’. De volle tafel is een soort beloning, een uitzicht en wat mooi is: alle volken, dus iedereen is uitgenodigd.

Die tafel met volle wijnen en vette spijzen is een moment om naar uit te kijken. Er spreekt een belofte in door waarop we mogen en kunnen vertrouwen. Ieder mensenleven heeft vroeg of laat dagen van wanhoop, pijn, verdriet en paniek. Voor die momenten kan het vergezicht van Jesaja een houvast zijn. Net zoals dat prachtige lied Psalm 23: De Heer is mijn Herder, nooit zal het mij aan iets ontbreken. Het is een mooi lied omdat je het kunt zingen tegen beter weten in; of als je het niet meer kunt zingen, dan laat je je zingen. Zo kunnen oude teksten werken in tijden van wanhoop en ons zo een houvast bieden, een richting geven als we zelf geen uitweg zien.

Deze teksten kunnen niet alleen richting geven aan onszelf, maar ook aan ons als gemeenschap. Paulus schrijft dat in zijn brief aan de Filippenzen. Hij kent overvloed en gebrek, hij kende net zoals wij goede en slechte dagen. En juist als het minder goed gaat, dan kunnen we er voor elkaar zijn. Als één van ons om wat reden ook de weg kwijt is, dan kun je er voor elkaar zijn, met elkaar meewandelen.

Paulus is de gemeente in Filippi dankbaar dat ze hem geholpen hebben op het moment dat het moeilijk was. En hij belooft hun dat God hen zal belonen met goddelijke rijkdom. Paulus kan dat zeggen, maar zou dat onze drijfveer moeten zijn om elkaar te helpen. Een beloning. Voor wat, hoort wat? Is dat niet te berekenend. Zo zal Paulus het ook niet bedoeld hebben. In de brief van Paulus klinkt door dat de christenen van  Filippi hun hulp vanzelfsprekend vonden. Het was de gewoonste zaak van de wereld. Net zoals God – volgens Jesaja – iedereen uitnodigt aan die tafel van overvloed, zo deelden de Filippenzen met Paulus toen hij het nodig had.

Tot zover lijkt de Bijbel ons vandaag in een goede stemming te brengen. Het is mooi weer, misschien ruikt u de koffie al, maar voordat we dit huis verlaten heeft Jezus ons ook nog iets te zeggen: “Velen zijn geroepen en slechts weinigen uitverkoren!” Het lijkt wel een soort vermaning. Mocht u bij  het aanzien van de volle wijn en vette spijzen al een beetje soezig en rozig zijn geworden. Wees gewaarschuwd!

Dat zinnetje “velen zijn geroepen en slechts weinigen uitverkoren” heeft in de theologiegeschiedenis tal van interpretaties gekend. En we mogen hier vandaag die van ons er naast leggen. Ik doe alvast een voorschot. Maar eerst even Calvijn. In het calvinisme geldt dat slechts enkelen tot bekering komen en alleen door de genade van God gered kunnen worden. In meer orthodoxe stromingen heerst zelfs de gedachte dat voor je geboorte al vast staat of je naar de hemel gaat, of naar de hel. Wat deze theologie in ieder geval wil veiligstellen is dat Gods vrijheid gerespecteerd wordt. Er kan met God niet onderhandeld worden door een kaarsje op te steken. Daar valt wat voor te zeggen. Tenslotte bidden we als katholieken zoals Jezus ons heeft geleerd: “Uw Wil geschiede op aarde zoals in de hemel”. Ook Jezus – in de laatste uren van zijn leven – smeekte God of de beker niet aan Hem voorbij mocht gaan. En uiteindelijk geeft Hij zich in  vertrouwen over. En dat lijkt het kernwoord van wat geloven is. Geloven komt van het Griekse pistis en betekent ‘vertrouwen’.

De katholieke theologie lijkt milder te zijn dan die van  Calvijn. Bij geboorte staat niet vast wat je bestemming is: hemel of hel. Dat geeft letterlijk en figuurlijk al meer speelruimte! Hetgeen zich ook laat zien in de katholieke wijze van leven. Wat wordt er dan in die speelruimte van ons verwacht? Een speelruimte waar velen geroepen zijn en weinig uitverkoren?, ik blijf Jezus toch maar herhalen.

Misschien goed om naar dat woordje ‘uitverkoren’ te kijken. Dat kun je op twee, of meer manieren interpreteren. Ofwel je bent het neusje van de zalm, verheven boven de rest. Ofwel je bent uitverkoren om het goede voorbeeld te geven en daarmee een verantwoordelijkheid te dragen.

Jezus vertelt van een koning die een bruiloftsmaal wil houden. De mensen die je zou verwachten, vrienden en genodigden, blijken er geen waarde aan te hechten en gaan gewoon door met hun eigen leven. Ze nemen de moeite niet eens, sterker nog, als er wordt aangedrongen om toch te komen, verscheuren ze de uitnodiging. Het vertelt iets over de hardheid van het leven. Je dacht vrienden te hebben, maar daar blijk je je in te vergissen. Dat vraagt van de koning – die toch het leven wil vieren – om het over een andere boeg te gooien. Hij laat zijn dienaars willekeurig mensen op straat uitnodigen met hem mee te vieren. En de hele zaal zit vol met mensen die het leven willen vieren. Maar er zit er één tussen die niet juist gekleed is. Tegen hem wordt gezegd: “Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed?” De aanhef ‘vriend’ geeft nog hoop, maar ook deze vriend geeft geen antwoord, net zoals de allereerste vrienden die de uitnodiging verscheurden.

 

Er wordt er maar één weggestuurd, deze zogenaamde vriend, waarom zegt Jezus dan: velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren’. Dat klopt dan toch niet? Hoe zit dat nou? Het hielp mij om niet zozeer te denken in mensen, maar in momenten. Dan wordt het: “op veel momenten zijn we geroepen, maar op weinig momenten uitverkoren.”

Toen Ronald ter voorbereiding op deze viering aan mijn vroeg: “Wat is het thema?”, antwoordde ik: “Met aandacht het leven vieren”.

In hoeverre lukt het ons met aandacht het leven te vieren, hetgeen in gelovige zin betekent ‘volledig te vertrouwen op God en ons leven daarnaar te richten’. We hebben de heiligen die daar een voorbeeld in kunnen zijn, maar ook zij hadden momenten van wanhoop, wantrouwen. Zelfs Jezus. We weten ons allemaal geroepen te vertrouwen op God, maar om daar volledig in te leven, dat vraagt om dagelijkse oefening en aandacht. Soms lukt dat, maar vaak ook niet. En juist op die momenten dat het lukt, dat je met volle aandacht het leven viert, dan kun je vervult raken van geluk. Dat kan inderdaad de eerste slok van een volle wijn zijn. Dat kan  een onverwachte glimlach in de tram zijn, dat kunnen de eerste tonen van een aria in Bachs Matteus Passion zijn, dat kan de tedere aanraking van je geliefde zijn, of het bezoekje van een medeparochiaan in het leven dat bij tijd en wijle eenzaam voelt.

Dat zijn momenten dat je het leven met aandacht viert, dat zijn uitverkoren momenten in je leven dat je even de hemel kunt proeven. Daartoe ben je uitgenodigd, daarin kunnen we een voorbeeld naar elkaar zijn. We worden uitgenodigd die hemelse momenten door te laten sijpelen in alle momenten van ons leven. En dat is hard werken, want voor niets gaat de zon op. Het is niet U vraagt, wij draaien. Met aandacht het leven vieren betekent werken aan ons geloof, een groeien in vertrouwen, maar nooit alleen – laten we elkaar blijven herinneren aan de volle wijnen en vette spijzen, opdat we kunnen proeven van de hemel – hier op aarde.

Amen.