Spring naar inhoud

Gij zijt

Gij zijt er altijd God, met uw liefde en uw goedheid. Laat me daaraan denken,
als ik me eenzaam en verlaten voel, als anderen me niet waarderen, als ze geen
geduld met mij hebben, als ze niets vertellen van wat hun interesseert, als
niemand naar me wil luisteren wanneer ik iets te zeggen heb.
Gij zijt mijn God: tot u kan ik me altijd wenden. Gij zijt altijd bij me, elke dag
van mijn leven. Gij maakt het leven draaglijk voor me, gij maakt mij blij.
Ik moet me er als ik iets zeg, denk, doe, steeds van bewust zijn dat gij er altijd
zijt, gij altijd van mij houdt.
Ook om mij heen zijn mensen die innerlijk verkommeren omdat ze niemand
hebben met wie ze kunnen praten of die hen begrijpt. Vaak verliezen ze hun
weerstand , worden ze hulpeloos, hopeloos…..
Maar één goed mens in hun buurt kan al voldoende zijn – een brug, een weg zijn
die hen uit een schijnbaar uitzichtloze situatie terugvoert naar een zinvol
bestaan. ‘Ben ik mijns broeders hoeder’.
God, ge bent geen vreemde voor mij; ge bent me heel het leven lang nabij
geweest. Laat me ook verder op uw genade vertrouwen, maak me ontvankelijk –
open voor uw liefde. Ik ben immers helemaal op u aangewezen; iets anders heb
ik niet te verwachten. Blijf dus altijd dicht bij me.