Spring naar inhoud

Verslag van een Lourdesreis (13-21 oktober 2017)

Stipt op tijd vertrokken we vanuit Amsterdam, waarna in Rotterdam en Breda nog enkele pelgrims instapten. In een wakkere en geanimeerde bus reden we na België door het prachtige Frankrijk: zoveel beschikbaar land, naast de snelweg althans. Ons bekend van de Tour de France. Urenlang nauwelijks bebouwing langs onze route. Soms in de verte een dorpje met bijeen hurkende huisjes, het kerktorentje als een opgestoken vinger, die ook de pelgrim naar God verwijst.

Inmiddels was duidelijk geworden, dat Ad mijn engelbewaarder zou zijn deze reis. ’n Betere kon je niet treffen. Hij was voor de 39e keer naar Lourdes om te helpen. Hij had daar in allerlei gebouwen en situaties gediend, met jongeren en ouderen, met een mix zoals wij waren, gekomen met bus of trein, in rolstoel of op brancard. Onvoorstelbaar wat deze vrijwilligers presteren voor de zieke of niet topfitte pelgrims. Door hen worden zieken en invaliden helemaal erkend in Lourdes en niet zoals soms in de rest van de wereld gedeeltelijk of helemaal buitengesloten. Je zou dat al een zorgwonder van Lourdes kunnen noemen. Dankzij Ad heb ik Lourdes volop kunnen beleven. We bezochten eerst de kathedraal van Amiens, een ranke schoonheid van licht tot aan het dak. Veel tegelvloeren, de oude graven geruimd en vervangen door een bescheiden aanduiding op een tegel van degene die daar had gelegen. Het droeve engeltje gezien, dat treurt naast een doodshoofd en even gepuzzeld bij het labyrinth bij de ingang. Ook de chocolade kathedraal bewonderd die bij de pâtissier stond te pronken.

Op weg naar Lisieux, de stad van Thérèse Martin, kerklerares, en de Carmel. Prachtige pastelkleurige mozaïeken in de crypte en in de bovenkerk. Daarna naar het Carmelklooster alwaar de maaltijd zou worden genuttigd. Nu begon het hoofdstuk (hotel)maaltijden. Het smaakte niet, zeker niet voor een vegetariër. Ik besloot nooit meer te zeggen, dat ik liever vegetarisch eet. Je kunt beter iets teruggeven, dat je niet lust dan het hele bord met droge pasta of droge rijst te moeten teruggeven. Ik ben door dat zeer sobere eten, twee keer per dag, heel vermoeid geworden in die week. Voor de deur van het klooster lag er een roosje voor mijn voeten. Thérèse is immers van het rozen strooien! Hier heb ik eindelijk boeken kunnen aanschaffen van Elisabeth van de Drieëenheid, een carmelietes uit Dyon. Heiligen hebben ze genoeg in Frankrijk. Via Poitiers naar Lourdes, waar we op het einde van de ochtend aankwamen.

Meteen naar de grot: een holte in het basaltgebergte met een beeld in de nis. Voor mij van weinig belang, maar wel de plaats waar Bernadette Maria zag en opdrachten kreeg, die het fenomeen Lourdes opriepen. Lourdes is een verzamelplaats van mensen uit de hele wereld. De grote wereldtalen zijn er thuis. De stad heeft een drukte en sprankeling als bijv. de straten van Leiden. De 5000 grote hotels rijgen zich aaneen met de meest onverwachte namen, veelal ontleend aan de Schrift. Toch is Lourdes hoofdzakelijk een plaats van stil, gesproken of gezongen gebed. Daar zuchten, klagen en huilen mensen die lijden en juichen de gelukkigen. Voor mij was deze tweede Lourdesreis (eerste in ’59) een omsluiting van bijna 60 jaar gelukkig leven en werken in politieke wereldvrede. Reden tot dankbaarheid en nu gebed om vrede.