Spring naar inhoud

Gij, Heer, Gij zijt geen rechter die veroordeelt,
maar een Heiland die redt.
Gij brengt geen mens op een dwaalspoor,
maar iedere dolende leidt Gij terug naar huis.
Gij doodt niet, maar schenkt het leven.
Gij jaagt niemand weg,
maar wie buitengesloten werd, haalt Gij terug.
Gij belaagt niemand, maar bevrijdt.
Gij duwt niemand met het hoofd onder water,
maar de drenkeling reikt Gij de reddende hand.
Gij vervloekt niet, maar zegent.
Gij neemt geen wraak, maar vergeeft.
Gij maakt niemand ongelukkig,
maar vertroost iedereen.
Niemand wordt door U afgeschreven,
maar ieders naam schrijft Gij in de palm van uw hand.

Gregorius van Narek (951-1030)

Lezingen: Js. 25, 6-10a; Fil. 4,12-14.19-20; Mt. 22, 1-14

Zusters en broeders in Christus,

Voor niets gaat de zon op. Soms kan een verhaal gouden bergen beloven, dat het te mooi is om waar te zijn. Zo duikt er nog wel eens een loterij op die prijzengeld garandeert. Zo had je ooit eens een piramidenspel, het heeft in eerste instantie de bedenkers geen windeieren gelegd. Veel mensen  zijn erin gestonken en daarbij geldt toch echt de boerenwijsheid: voor niets gaat de zon op; voor de rest moet je gewoon hard werken.

Het is een beetje een zuinige, Hollandse, calvinistische opmerking die het  genieten van volle wijnen en vette spijzen direct wat matigt. Want Jesaja schotelt ons toch wel een heerlijke tafel vol lekkernijen voor. De bijbel vertelt ons verhalen waarin we volop mogen genieten van alles wat de aarde ons geeft. Het is dan ook een zegen dat Jezus  – niet zoals Mohammed – het drinken van wijn en andere versnaperingen heeft verboden. Hoewel Jezus in het evangelie ook goede wijn laat schenken, er zit aan het einde wel iets stekeligs: ‘Velen zijn geroepen en weinig zijn uitverkoren’. Dus voordat we al te vrolijk worden bij het aanzien van al dat lekkers, misschien goed om stap voor stap de lezingen eens na te lopen.

Jesaja geeft al een inkijkje hoe heerlijk de maaltijd zal zijn. Hij geeft het beeld van de overvloed. Het is bovenal een verhaal van hoop. Jesaja toont ons een beeld van God die wil delen, die mensen uitnodigt om het leven te vieren. Een beeld, waarin God beschermt en op wie je kunt vertrouwen. Bij Jesaja is de volle tafel een beantwoording van het vertrouwen, in feite ligt hier al die boerenwijsheid ‘voor niets gaat de zon op verscholen’. De volle tafel is een soort beloning, een uitzicht en wat mooi is: alle volken, dus iedereen is uitgenodigd.

Die tafel met volle wijnen en vette spijzen is een moment om naar uit te kijken. Er spreekt een belofte in door waarop we mogen en kunnen vertrouwen. Ieder mensenleven heeft vroeg of laat dagen van wanhoop, pijn, verdriet en paniek. Voor die momenten kan het vergezicht van Jesaja een houvast zijn. Net zoals dat prachtige lied Psalm 23: De Heer is mijn Herder, nooit zal het mij aan iets ontbreken. Het is een mooi lied omdat je het kunt zingen tegen beter weten in; of als je het niet meer kunt zingen, dan laat je je zingen. Zo kunnen oude teksten werken in tijden van wanhoop en ons zo een houvast bieden, een richting geven als we zelf geen uitweg zien.

Deze teksten kunnen niet alleen richting geven aan onszelf, maar ook aan ons als gemeenschap. Paulus schrijft dat in zijn brief aan de Filippenzen. Hij kent overvloed en gebrek, hij kende net zoals wij goede en slechte dagen. En juist als het minder goed gaat, dan kunnen we er voor elkaar zijn. Als één van ons om wat reden ook de weg kwijt is, dan kun je er voor elkaar zijn, met elkaar meewandelen.

Paulus is de gemeente in Filippi dankbaar dat ze hem geholpen hebben op het moment dat het moeilijk was. En hij belooft hun dat God hen zal belonen met goddelijke rijkdom. Paulus kan dat zeggen, maar zou dat onze drijfveer moeten zijn om elkaar te helpen. Een beloning. Voor wat, hoort wat? Is dat niet te berekenend. Zo zal Paulus het ook niet bedoeld hebben. In de brief van Paulus klinkt door dat de christenen van  Filippi hun hulp vanzelfsprekend vonden. Het was de gewoonste zaak van de wereld. Net zoals God – volgens Jesaja – iedereen uitnodigt aan die tafel van overvloed, zo deelden de Filippenzen met Paulus toen hij het nodig had.

Tot zover lijkt de Bijbel ons vandaag in een goede stemming te brengen. Het is mooi weer, misschien ruikt u de koffie al, maar voordat we dit huis verlaten heeft Jezus ons ook nog iets te zeggen: “Velen zijn geroepen en slechts weinigen uitverkoren!” Het lijkt wel een soort vermaning. Mocht u bij  het aanzien van de volle wijn en vette spijzen al een beetje soezig en rozig zijn geworden. Wees gewaarschuwd!

Dat zinnetje “velen zijn geroepen en slechts weinigen uitverkoren” heeft in de theologiegeschiedenis tal van interpretaties gekend. En we mogen hier vandaag die van ons er naast leggen. Ik doe alvast een voorschot. Maar eerst even Calvijn. In het calvinisme geldt dat slechts enkelen tot bekering komen en alleen door de genade van God gered kunnen worden. In meer orthodoxe stromingen heerst zelfs de gedachte dat voor je geboorte al vast staat of je naar de hemel gaat, of naar de hel. Wat deze theologie in ieder geval wil veiligstellen is dat Gods vrijheid gerespecteerd wordt. Er kan met God niet onderhandeld worden door een kaarsje op te steken. Daar valt wat voor te zeggen. Tenslotte bidden we als katholieken zoals Jezus ons heeft geleerd: “Uw Wil geschiede op aarde zoals in de hemel”. Ook Jezus – in de laatste uren van zijn leven – smeekte God of de beker niet aan Hem voorbij mocht gaan. En uiteindelijk geeft Hij zich in  vertrouwen over. En dat lijkt het kernwoord van wat geloven is. Geloven komt van het Griekse pistis en betekent ‘vertrouwen’.

De katholieke theologie lijkt milder te zijn dan die van  Calvijn. Bij geboorte staat niet vast wat je bestemming is: hemel of hel. Dat geeft letterlijk en figuurlijk al meer speelruimte! Hetgeen zich ook laat zien in de katholieke wijze van leven. Wat wordt er dan in die speelruimte van ons verwacht? Een speelruimte waar velen geroepen zijn en weinig uitverkoren?, ik blijf Jezus toch maar herhalen.

Misschien goed om naar dat woordje ‘uitverkoren’ te kijken. Dat kun je op twee, of meer manieren interpreteren. Ofwel je bent het neusje van de zalm, verheven boven de rest. Ofwel je bent uitverkoren om het goede voorbeeld te geven en daarmee een verantwoordelijkheid te dragen.

Jezus vertelt van een koning die een bruiloftsmaal wil houden. De mensen die je zou verwachten, vrienden en genodigden, blijken er geen waarde aan te hechten en gaan gewoon door met hun eigen leven. Ze nemen de moeite niet eens, sterker nog, als er wordt aangedrongen om toch te komen, verscheuren ze de uitnodiging. Het vertelt iets over de hardheid van het leven. Je dacht vrienden te hebben, maar daar blijk je je in te vergissen. Dat vraagt van de koning – die toch het leven wil vieren – om het over een andere boeg te gooien. Hij laat zijn dienaars willekeurig mensen op straat uitnodigen met hem mee te vieren. En de hele zaal zit vol met mensen die het leven willen vieren. Maar er zit er één tussen die niet juist gekleed is. Tegen hem wordt gezegd: “Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed?” De aanhef ‘vriend’ geeft nog hoop, maar ook deze vriend geeft geen antwoord, net zoals de allereerste vrienden die de uitnodiging verscheurden.

 

Er wordt er maar één weggestuurd, deze zogenaamde vriend, waarom zegt Jezus dan: velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren’. Dat klopt dan toch niet? Hoe zit dat nou? Het hielp mij om niet zozeer te denken in mensen, maar in momenten. Dan wordt het: “op veel momenten zijn we geroepen, maar op weinig momenten uitverkoren.”

Toen Ronald ter voorbereiding op deze viering aan mijn vroeg: “Wat is het thema?”, antwoordde ik: “Met aandacht het leven vieren”.

In hoeverre lukt het ons met aandacht het leven te vieren, hetgeen in gelovige zin betekent ‘volledig te vertrouwen op God en ons leven daarnaar te richten’. We hebben de heiligen die daar een voorbeeld in kunnen zijn, maar ook zij hadden momenten van wanhoop, wantrouwen. Zelfs Jezus. We weten ons allemaal geroepen te vertrouwen op God, maar om daar volledig in te leven, dat vraagt om dagelijkse oefening en aandacht. Soms lukt dat, maar vaak ook niet. En juist op die momenten dat het lukt, dat je met volle aandacht het leven viert, dan kun je vervult raken van geluk. Dat kan inderdaad de eerste slok van een volle wijn zijn. Dat kan  een onverwachte glimlach in de tram zijn, dat kunnen de eerste tonen van een aria in Bachs Matteus Passion zijn, dat kan de tedere aanraking van je geliefde zijn, of het bezoekje van een medeparochiaan in het leven dat bij tijd en wijle eenzaam voelt.

Dat zijn momenten dat je het leven met aandacht viert, dat zijn uitverkoren momenten in je leven dat je even de hemel kunt proeven. Daartoe ben je uitgenodigd, daarin kunnen we een voorbeeld naar elkaar zijn. We worden uitgenodigd die hemelse momenten door te laten sijpelen in alle momenten van ons leven. En dat is hard werken, want voor niets gaat de zon op. Het is niet U vraagt, wij draaien. Met aandacht het leven vieren betekent werken aan ons geloof, een groeien in vertrouwen, maar nooit alleen – laten we elkaar blijven herinneren aan de volle wijnen en vette spijzen, opdat we kunnen proeven van de hemel – hier op aarde.

Amen.

Leven is mensen en dingen
Omhelzen en weer loslaten
om ze te laten groeien en bloeien
voor Gods aanschijn.

Leven is dankbaar zijn
voor het licht en de liefde
voor de warmte en de tederheid
in mensen en dingen zomaar gegeven.

Leven is alles laten zijn en zien
als een gave van God,
niets en niemand bezitten
en juichen om elke ster die uit de hemel valt!

Wat ik het moeilijkste kan geven,
moet ik eerst geven: vergiffenis.
Ik moet vergeven,
altijd weer opnieuw vergeven.
Als ik stop met vergeven
staat er onmiddellijk een muur.
En een muur is het begin van een gevangenis.
Iedere mens is een wereld op zich,
en leeft, voelt, denkt en reageert vanuit die eigen wereld,
waarvan de diepste kern me altijd vreemd blijft.
Daarom ontstaan tussen mensen,
bijna noodzakelijkerwijze,
contactstoornissen, wrijvingen en botsingen.
Alleen maar als ik begrip heb
voor het feit dat de andere 'anders' is
en als ik bereid ben te vergeven,
is het 'samenleven' mogelijk.
Anders wordt het een wederzijdse belegering
en leef ik dag-in dag-uit
in koude of warme oorlog.
Er zijn uitzonderlijk gunstige gelegenheden
om vrede te maken,
om ruzies op te ruimen.
Ik heb zo dikwijls de kans een geschenk te geven,
een kaartje te sturen,
iemand uit te nodigen ten teken van verzoening, van vergiffenis.
Als de moeilijkste eerste stap gezet is,
wordt de rest een 'feest'.
Vergiffenis.
De mooiste gave!

Ik weet
al kan ik het wetenschappelijk niet bewijzen,
dat bloemen niet zo maar bloeien.
Ze bloeien voor de vreugde van de vlinders
de schoonheid van het land
en voor de vriendschap onder de mensen.
De maan is er niet als een straatlantaarn,
maar staat aan de hemel
voor de droom van de mensen.
De merel die voor mijn venster zingt,
heeft een boodschap in de morgen
en de regenboog hoog aan de hemel
die aan twee kanten de aarde raakt
doet me stoppen langs de snelweg
om het wonder van zijn kleuren.
Appels hangen aan de bomen
om door mensen geplukt te worden
en sneeuw valt met dikke vlokken uit de hemel
voor het plezier van de kinderen.

Moge God ons zegenen met onrust
over gemakkelijke antwoorden, halve waarheden en oppervlakkige relaties
zodat er diepgang mag zijn in onze harten.
Moge God ons zegenen met boosheid
over onrechtvaardigheid, onderdrukking en de uitbuiting van mensen
zodat we mogen werken voor rechtvaardigheid, vrijheid en vrede.
Moge God ons zegenen met tranen
te plengen voor hen die lijden door pijn, verstoting, honger en oorlog
zodat we onze handen zullen uitstrekken tot troost.
En moge God ons zegenen met voldoende dwaasheid
om te geloven dat we een verschil kunnen maken in deze wereld
zodat we kunnen doen waarvan anderen zeggen dat het onmogelijk is.

(Franciscaanse zegenbede uit: Armoede in Nederland, Kerk in Actie, najaar 2013)

Gij, Heer, Gij zijt geen rechter die veroordeelt,
maar een Heiland die redt.
Gij brengt geen mens op een dwaalspoor,
maar iedere dolende leidt Gij terug naar huis.
Gij doodt niet, maar schenkt het leven.
Gij jaagt niemand weg,
maar wie buitengesloten werd, haalt Gij terug.
Gij belaagt niemand, maar bevrijdt.
Gij duwt niemand met het hoofd onder water,
maar de drenkeling reikt Gij de reddende hand.
Gij vervloekt niet, maar zegent.
Gij neemt geen wraak, maar vergeeft.
Gij maakt niemand ongelukkig,
maar vertroost iedereen.
Niemand wordt door U afgeschreven,
maar ieders naam schrijft Gij in de palm van uw hand.

Gregorius van Narek (951-1030)

Waar het op aankomt:
Is dit niet de inzet die ik verkies:
boeien van onrecht verbreken,
knellende banden
van vrijheid en onderdrukking
aan stukken slaan?

Is dit niet waar het op aankomt:
hongerigen je brood reiken,
vluchtelingen een tehuis bieden,
naakten kleden,
je medemens niet verloochenen?

Dan zul je licht zijn,
glanzen als een nieuwe dageraad;
kracht keert in je terug,
je kunt verder,
met gerechtigheid
als de zon op je weg.

Als je Hem aanroept, het licht,
dan antwoordt Hij,
als je om Hem schreeuwt,
zal Hij zeggen: hier ben ik.

Als je niemand onderdrukt, of minder acht,
als je het kwaad onverbloemd aan de kaak stelt,
als je je brood deelt met iedere behoeftige,
als je de verlangens van de armen niet negeert,
dan zal jouw licht stralen in deze donkere wereld.
Zijn licht zal stralen in jouw bestaan.

Harry Krebbers naar Jesaja 58, 6-10

De ervaring van Kleopas in het Emmausverhaal is de onze. Om de Heer te ontmoeten, had Kleopas een broer nodig die met hem meeging. Zo hebben ook wij zussen en broers nodig om de Heer te ontmoeten, om zijn stem te horen, om ons hart voor Hem te openen en genezing en vreugde te vinden. Want niemand is icoon van Christus voor zichzelf. Allen moeten wij Christus zoeken en ontmoeten in de christenen die de Heer ons als broers of zussen schenkt. In hen komt de Heer met diepere kracht naar ons toe. Laten wij daarom onze broers en zussen herkennen in hun ware gestalte: als levende iconen van de Heer, langs wie de Heer tot ons wil komen. Laten wij in hen de Heer zoeken. Maar de Heer wil ook door ieder van ons andere christenen ontmoeten. Laten wij ons daarom als een sacrament in dienst stellen van de Heer. Openen wij ons hart voor de Heer die door ons tot bij de ander wil gaan, opdat wij heldere iconen van de Heer mogen zijn.

Mgr. Leon Lemmens

Jezus viert samen met zijn leerlingen het eeuwenoude feest van Pesach in de Bovenzaal te Jeruzalem. Het is het Feest van de bevrijding uit het slavenhuis Egypte. Ze waren eens slaven en nu zijn ze vrije mensen. Want de Heer heeft hun klagen gehoord en hun tranen gezien. Hij heeft zich over hen ontfermd. Jezus gedenkt met het Paasmaal de wonderbaarlijke bevrijding door Vader God.
Maar de maaltijd is nog niet beëindigd of het Kwaad dient zich onverbiddelijk aan. De bevrijding van God wordt weersproken. Judas verraadt zijn meester voor de prijs van een gedode slaaf, dertig zilverstukken. Bij Judas slaat de grote ontkenning toe. Hij voegt zich bij de machtige tegenstanders van Jezus, die hem zien als een godslasteraar en een misleider van het volk, en die zich door het optreden van Jezus in hun bevoorrechte posities bedreigd voelen.
De bevrijder van zieken, armen en kwetsbare mensen wordt door Judas tot slaaf gemaakt en in de macht van de Duisternis geduwd. Jezus wordt uitgeleverd aan de Machten van de Wereld. En zijn bange andere vrienden laten hem ook binnen enkele uren in de steek.
Verlaten en alleen gaat Jezus zijn lijden en dood tegemoet. Hij die zoveel mensen heeft genezen, getroost en bemoedigd. Hij die zoveel om mensen gaf en van hen hield. Hij gaat de weg van de immense eenzaamheid en ervaart in zijn gruwelijke pijnen alsof zelfs Vader God Hem heeft verlaten.
Jezus gaat de weg ten einde toe, maar het Kwaad heeft Hem niet overwonnen. Hem is de liefde en de trouw voor de mensen gebleven. Want voor allen die Hem vervolgden, bidt Jezus nog in zijn laatste momenten: ‘Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.’

Maar Kwaad en Dood hebben niet het laatste woord. Zijn Woord staat aan het begin en aan het einde. Het Woord is alfa en omega. Zijn Woord is Leven, is Licht der wereld.
Want Jezus is dan wel gestorven, maar hij is niet in de dood gebleven. Hij heeft het duister van de dood, van het kwaad, van het niets, overwonnen en is opgestaan. God heeft het er niet bij laten zitten. Zijn ‘welbeminde’ zoon zal leven. En met Maria Magdalena als eerste, getuigen zijn leerlingen ervan dat zij de Heer gezien hebben, dat hij werkelijk leeft. Tegen Maria Magdalena zegt hij ‘Houdt mij niet vast’, in Emmaus wordt hij herkend aan het breken van het brood, en door muren en dichte deuren heen komt hij tot de elf die bijeenzijn en toont hij zijn wonden aan Thomas. De verrezen heer eet met zijn leerlingen. Hij leeft. Te beginnen met Jeruzalem maken zij het goede nieuws bekend. Ja in elke ontmoeting wordt hij herkend als de Levende die het Leven uitdraagt.

In de Paaswake vieren we dat Jezus het grote geheim van God heeft doen oplichten. Jezus, een mens die in de liefde tot het uiterste is gegaan, heeft in zijn liefde alle kwade krachten overwonnen. Deze liefde blijkt van goddelijke aard, zij weekt mensen los uit een uitzichtloos bestaan, trekt hen weg uit hun slaafse kleinheid, richt hen op, voedt de hoop en neemt hen mee naar het land van belofte. Dat blijkt een onverwoestbare werkelijkheid. Jezus Christus leeft. Hij is hier en nu. Hij is er voor ons.

Met Pasen vieren we de opstanding van onze Heer en dat de Liefde zegeviert. Dat zij door niets, door geen enkel kwaad, door geen enkele dood is klein te krijgen. En met Pasen mogen mensen voelen, dat het leven onverwoestbaar is na alles wat zij hebben meegemaakt. Want Jezus is God met ons, die voor altijd met ons meeleeft.

Mede namens de pastores A. Koot, M. Schneeberger en H. de Vilder sJ en onze locatieraad wens ik u goede vieringen in de Goede Week en natuurlijk ook van harte een Zalig Pasen.

Ph. Kint, pastor De Goede Herder